Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:8938
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,155 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 text/xml public 2026-04-14T14:01:00 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2948 Rechtbank Den Haag 2026-04-09 NL25.46537 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 text/html public 2026-04-13T16:35:28 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 Rechtbank Den Haag , 09-04-2026 / NL25.46537 Asiel. Intrekking verblijfsvergunning. Onjuiste gegevens verstrekt. Onderzoeksrapportages Kmar. Terugkeerbesluit Rwanda. Privéleven. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46537 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Inleiding In het besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielvergunning van eiseres met terugwerkende kracht ingetrokken. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft twee schriftelijke reacties op het verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is aanwezig [tolk] . Als toehoorder is verschenen [de ambulant begeleider van eiseres] , de ambulant begeleider van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is de zaak aangehouden. Verweerder heeft aanvullende gedingstukken overgelegd. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd. Vervolgens is op 2 april 2026 het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Feiten 1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2005 en de Congolese nationaliteit te hebben. 2. In het besluit van 30 januari 2023 is aan eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 11 juni 2027. Bij haar asielaanvraag heeft eiseres een echt bevonden paspoort uit de Democratische Republiek Congo (DRC) overgelegd en verklaard dat zij in de DRC te vrezen heeft voor vervolging vanwege het behoren tot de etnische groep Banyamulenge. 3. Op 30 september 2024 heeft verweerder het voornemen geuit om de asielvergunning van eiseres in te trekken met terugwerkende kracht tot 11 juni 2022, de datum van de asielaanvraag. Volgens verweerder is eiseres namelijk op 8 maart 2022 aangehouden en toonde zij daarbij een Rwandees paspoort op naam van [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 2003, dat was voorzien van een visum voor Polen. Verweerder verwijst hierbij naar de onderzoeksrapportage van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) van 21 september 2023. Volgens verweerder blijkt hieruit dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt over haar identiteit, nationaliteit en asielrelaas. 4. Eiseres heeft op 1 november 2024 schriftelijk haar zienswijze gegeven. Zij heeft deze zienswijze aangevuld op 4 december 2024. Op 7 februari 2025 is eiseres door verweerder gehoord over het voornemen tot intrekking. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielvergunning van eiseres ingetrokken met terugwerkende kracht tot 11 juni 2022 op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Standpunten 5. Verweerder legt aan het bestreden besluit ten grondslag dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt doordat zij tijdens haar asielprocedure een andere naam en geboortedatum heeft opgegeven dan op het Rwandese paspoort staat vermeld, en heeft verklaard nooit een visum te hebben gehad. Daarnaast volgt uit de rapportage van de Kmar het volgende. Er is een foto aangetroffen van een vliegticket op naam van [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 2003, voor een vlucht van Brussel naar Warschau op 8 maart 2022. Volgens gezichtsvergelijkend onderzoek van de Kmar is de persoon op de foto die van eiseres is gemaakt aan het begin van haar asielprocedure, dezelfde persoon als die op de foto in het Rwandese paspoort staat. Daarnaast is een foto van eiseres op de luchthaven van Brussel aangetroffen. Uit verschillende afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat eiseres tijdens haar asielprocedure contact heeft gehad met verdachten van mensensmokkel over het voorbereiden van haar gehoren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). 6. In aanvulling hierop heeft verweerder nog het volgende overwogen. De Poolse autoriteiten hebben op 6 september 2024 bevestigd dat aan eiseres een studievisum is verleend op de ambassade in Nairobi (Kenia), geldig tot en met 31 augustus 2022. Volgens het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Congo uit 2021 (AAB) is het voor inwoners van buurlanden van Congo, bijvoorbeeld Rwandezen, makkelijk om een Congolees paspoort te verkrijgen. Het taalprofiel van eiseres past bij een Rwandese nationaliteit, omdat de afwezigheid van een vloeiende beheersing van het Swahili haar buiten de spraakgemeenschap van Oost-Congo plaatst. Nu de door eiseres gestelde identiteit en nationaliteit niet langer geloofwaardig is, kan ook geen geloof meer worden gehecht aan haar asielmotieven. 7. Het bestreden besluit houdt mede een terugkeerbesluit in, dat aan eiseres de verplichting oplegt om onmiddellijk terug te keren naar Rwanda. Er is volgens verweerder geen aanleiding voor het oordeel dat eiseres in Rwanda te maken krijgt met vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag 1951 of een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verder houdt het bestreden besluit een inreisverbod voor de duur van twee jaren en een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS) in. 8. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij stelt dat zij niet de persoon is die op 8 maart 2022 door de Kmar is aangehouden, dat zij nooit in Nairobi is geweest, dat zij nooit een Pools visum heeft gehad, en dat zij niet op 8 maart 2022 van Brussel naar Warschau is gevlogen. 9. Hiertoe voert eiseres aan dat de door verweerder benoemde foto waarop zij op de luchthaven in Brussel te zien zou zijn, niet is overgelegd. Ook voert zij aan dat de gegevens op het door haar overgelegde Congolese paspoort overeenkomen met haar verklaringen tijdens de asielprocedure, en dat zij inmiddels beschikt over een Congolese geboorteakte die verweerder zou kunnen onderzoeken. Niet gebleken is dat de gezichtsvergelijking verricht is door gespecialiseerde verbalisanten en bovendien lijken de personen op de twee vergeleken foto’s niet op elkaar. Dit onderzoek heeft volgens het voornemen tot intrekking plaatsgevonden op 1 augustus 2022 en daarmee vóór de verlening van de asielvergunning, zodat eiseres erop mocht vertrouwen dat deze informatie niet aan een intrekking ten grondslag zou worden gelegd. Ook worden herkenningen in het strafrecht vaak niet als voldoende bewijs gezien. Eiseres betwist daarnaast dat haar telefoongesprekken zijn afgeluisterd en dat zij met anderen dan VluchtelingenWerk Nederland, voogdijinstelling Nidos en haar advocaat over de asielprocedure heeft gesproken. Ook is het telefoonnummer waarop zou zijn getapt niet bekendgemaakt. 10. Verder miskent verweerder volgens eiseres dat in lokale delen van Congo niet altijd vloeiend Swahili wordt gesproken. Hierbij speelt een rol dat eiseres slechts kort naar school is geweest. Tijdens haar asielprocedure heeft zij toegelicht dat zij alleen de lokale taal Kinyamulege spreekt. De door verweerder gebruikte bron is verouderd. Ook geeft eiseres aan bereid te zijn een taalanalyse te ondergaan. In het kader van de samenwerkingsplicht had verweerder het volledige Poolse visumdossier moeten opvragen en de door haar overgelegde paspoorten van haar ouders in de beoordeling moeten betrekken. Ook heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat het op grote schaal voorkomt dat Congolese paspoorten worden aangevraagd op basis van frauduleus verkregen kiezerspassen. Over de bron waar het door verweerder aangehaalde AAB op dit punt op gebaseerd is, is niets bekend. 11.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 text/xml public 2026-04-14T14:01:00 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2948 Rechtbank Den Haag 2026-04-09 NL25.46537 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 text/html public 2026-04-13T16:35:28 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8938 Rechtbank Den Haag , 09-04-2026 / NL25.46537 Asiel. Intrekking verblijfsvergunning. Onjuiste gegevens verstrekt. Onderzoeksrapportages Kmar. Terugkeerbesluit Rwanda. Privéleven. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46537 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Inleiding In het besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielvergunning van eiseres met terugwerkende kracht ingetrokken. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft twee schriftelijke reacties op het verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep op 19 maart 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is aanwezig [tolk] . Als toehoorder is verschenen [de ambulant begeleider van eiseres] , de ambulant begeleider van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is de zaak aangehouden. Verweerder heeft aanvullende gedingstukken overgelegd. Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd. Vervolgens is op 2 april 2026 het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank Feiten 1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag 1] 2005 en de Congolese nationaliteit te hebben. 2. In het besluit van 30 januari 2023 is aan eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, geldig tot 11 juni 2027. Bij haar asielaanvraag heeft eiseres een echt bevonden paspoort uit de Democratische Republiek Congo (DRC) overgelegd en verklaard dat zij in de DRC te vrezen heeft voor vervolging vanwege het behoren tot de etnische groep Banyamulenge. 3. Op 30 september 2024 heeft verweerder het voornemen geuit om de asielvergunning van eiseres in te trekken met terugwerkende kracht tot 11 juni 2022, de datum van de asielaanvraag. Volgens verweerder is eiseres namelijk op 8 maart 2022 aangehouden en toonde zij daarbij een Rwandees paspoort op naam van [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 2003, dat was voorzien van een visum voor Polen. Verweerder verwijst hierbij naar de onderzoeksrapportage van de Koninklijke Marechaussee (Kmar) van 21 september 2023. Volgens verweerder blijkt hieruit dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt over haar identiteit, nationaliteit en asielrelaas. 4. Eiseres heeft op 1 november 2024 schriftelijk haar zienswijze gegeven. Zij heeft deze zienswijze aangevuld op 4 december 2024. Op 7 februari 2025 is eiseres door verweerder gehoord over het voornemen tot intrekking. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielvergunning van eiseres ingetrokken met terugwerkende kracht tot 11 juni 2022 op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Standpunten 5. Verweerder legt aan het bestreden besluit ten grondslag dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt doordat zij tijdens haar asielprocedure een andere naam en geboortedatum heeft opgegeven dan op het Rwandese paspoort staat vermeld, en heeft verklaard nooit een visum te hebben gehad. Daarnaast volgt uit de rapportage van de Kmar het volgende. Er is een foto aangetroffen van een vliegticket op naam van [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 2003, voor een vlucht van Brussel naar Warschau op 8 maart 2022. Volgens gezichtsvergelijkend onderzoek van de Kmar is de persoon op de foto die van eiseres is gemaakt aan het begin van haar asielprocedure, dezelfde persoon als die op de foto in het Rwandese paspoort staat. Daarnaast is een foto van eiseres op de luchthaven van Brussel aangetroffen. Uit verschillende afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat eiseres tijdens haar asielprocedure contact heeft gehad met verdachten van mensensmokkel over het voorbereiden van haar gehoren bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). 6. In aanvulling hierop heeft verweerder nog het volgende overwogen. De Poolse autoriteiten hebben op 6 september 2024 bevestigd dat aan eiseres een studievisum is verleend op de ambassade in Nairobi (Kenia), geldig tot en met 31 augustus 2022. Volgens het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken over Congo uit 2021 (AAB) is het voor inwoners van buurlanden van Congo, bijvoorbeeld Rwandezen, makkelijk om een Congolees paspoort te verkrijgen. Het taalprofiel van eiseres past bij een Rwandese nationaliteit, omdat de afwezigheid van een vloeiende beheersing van het Swahili haar buiten de spraakgemeenschap van Oost-Congo plaatst. Nu de door eiseres gestelde identiteit en nationaliteit niet langer geloofwaardig is, kan ook geen geloof meer worden gehecht aan haar asielmotieven. 7. Het bestreden besluit houdt mede een terugkeerbesluit in, dat aan eiseres de verplichting oplegt om onmiddellijk terug te keren naar Rwanda. Er is volgens verweerder geen aanleiding voor het oordeel dat eiseres in Rwanda te maken krijgt met vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag 1951 of een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verder houdt het bestreden besluit een inreisverbod voor de duur van twee jaren en een signalering in het Schengeninformatiesysteem (SIS) in. 8. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij stelt dat zij niet de persoon is die op 8 maart 2022 door de Kmar is aangehouden, dat zij nooit in Nairobi is geweest, dat zij nooit een Pools visum heeft gehad, en dat zij niet op 8 maart 2022 van Brussel naar Warschau is gevlogen. 9. Hiertoe voert eiseres aan dat de door verweerder benoemde foto waarop zij op de luchthaven in Brussel te zien zou zijn, niet is overgelegd. Ook voert zij aan dat de gegevens op het door haar overgelegde Congolese paspoort overeenkomen met haar verklaringen tijdens de asielprocedure, en dat zij inmiddels beschikt over een Congolese geboorteakte die verweerder zou kunnen onderzoeken. Niet gebleken is dat de gezichtsvergelijking verricht is door gespecialiseerde verbalisanten en bovendien lijken de personen op de twee vergeleken foto’s niet op elkaar. Dit onderzoek heeft volgens het voornemen tot intrekking plaatsgevonden op 1 augustus 2022 en daarmee vóór de verlening van de asielvergunning, zodat eiseres erop mocht vertrouwen dat deze informatie niet aan een intrekking ten grondslag zou worden gelegd. Ook worden herkenningen in het strafrecht vaak niet als voldoende bewijs gezien. Eiseres betwist daarnaast dat haar telefoongesprekken zijn afgeluisterd en dat zij met anderen dan VluchtelingenWerk Nederland, voogdijinstelling Nidos en haar advocaat over de asielprocedure heeft gesproken. Ook is het telefoonnummer waarop zou zijn getapt niet bekendgemaakt. 10. Verder miskent verweerder volgens eiseres dat in lokale delen van Congo niet altijd vloeiend Swahili wordt gesproken. Hierbij speelt een rol dat eiseres slechts kort naar school is geweest. Tijdens haar asielprocedure heeft zij toegelicht dat zij alleen de lokale taal Kinyamulege spreekt. De door verweerder gebruikte bron is verouderd. Ook geeft eiseres aan bereid te zijn een taalanalyse te ondergaan. In het kader van de samenwerkingsplicht had verweerder het volledige Poolse visumdossier moeten opvragen en de door haar overgelegde paspoorten van haar ouders in de beoordeling moeten betrekken. Ook heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat het op grote schaal voorkomt dat Congolese paspoorten worden aangevraagd op basis van frauduleus verkregen kiezerspassen. Over de bron waar het door verweerder aangehaalde AAB op dit punt op gebaseerd is, is niets bekend. 11.
Volledig
Ten aanzien van het terugkeerbesluit voert eiseres aan dat zij nooit in Rwanda is geweest en dat zij aldaar geen verblijfsrecht heeft. Ook loopt zij daar als jonge, kwetsbare vrouw een reëel risico op ernstige schade. 12. Ten slotte heeft zij vanwege haar studie, werk en vrienden in Nederland inmiddels privéleven opgebouwd zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM, zodat verweerder ten onrechte een verblijfsvergunning op die grondslag heeft onthouden. 13. In het verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat het bestreden besluit juist is. De onderzoeksrapportage van de Kmar is een deskundigenrapport waarvan verweerder mag uitgaan. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht en geen contra-expertise overgelegd. Ook de stelling dat niet van het AAB zou kunnen worden uitgegaan is niet onderbouwd. De stelling dat herkenningen in strafzaken soms niet voldoende zijn, is te algemeen. Nu verweerder mocht uitgaan van de onderzoeksrapportage, is er geen aanleiding om verder onderzoek te doen naar het Poolse visumdossier, de paspoorten van de ouders of de geboorteakte. Eiseres heeft geen bronnen overgelegd van haar stelling dat in afgelegen gebieden geen Swahili wordt gesproken. De onderzoeksrapportage is pas gereedgekomen na het inwilligend besluit, zodat geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. Ten aanzien van het recht op privéleven is een juiste afweging gemaakt. 14. Eiseres voert in haar reacties op het verweerschrift nog het volgende aan. De onderzoeksrapportage van de Kmar bestaat uit losse onderdelen van het politiedossier en geeft geen volledig beeld. De verklaringen van de verdachten van mensensmokkel en ander belastend bewijs is daarbij niet betrokken. De mogelijkheid dat Congolese paspoorten onwettig kunnen worden verkregen, weegt niet op tegen het voldoen aan de inspanningsverplichting door het overleggen van een echt bevonden Congolees paspoort, de paspoorten van de ouders en de geboorteakte. Ook uit een artikel van de Universiteit van Gent volgt dat verweerders stellingen over de taal niet kloppen. Verder legt eiseres een verklaring over van haar ambulant begeleider van Sterk Huis van 17 maart 2026. Het terugkeerbesluit kan geen stand houden omdat er nog altijd beschietingen plaatsvinden in Zuid-Kivu. 15. Na afloop van de zitting heeft verweerder op verzoek van de rechtbank alsnog de door de Kmar benoemde foto waarop eiseres te zien zou zijn op de luchthaven Zaventem overgelegd, voorzien van een aanvullende bestuurlijke rapportage van 25 maart 2026. Eiseres heeft in haar reactie daarop aangevoerd dat zij evident niet op deze foto te zien is en dat ten aanzien van deze foto geen gezichtsvergelijkend onderzoek heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt als volgt. Rapportages Kmar 16. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, betreffen de onderzoeksrapportages waarop het bestreden besluit mede is gebaseerd, deskundigenadviezen waarvan verweerder in beginsel mag uitgaan. Dit is alleen anders als eiseres aanknopingspunten voor twijfel aan deze rapportages naar voren zou brengen. Daar is eiseres niet in geslaagd. Anders dan eiseres aanvoert, is het gezichtsvergelijkend onderzoek waarop de onderzoeksrapportage van 21 september 2023 mede is gebaseerd blijkens het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal daarvan opgesteld door twee ter zake deskundige verbalisanten. Door simpelweg te ontkennen dat op de vergeleken foto’s dezelfde persoon zichtbaar is, wordt geen twijfel gezaaid aan de juistheid van dit onderzoek. Evenmin heeft eiseres een contra-expertise overgelegd. Ook kan eiseres niet worden gevolgd in haar stelling dat niet is gebleken hoe de verbalisanten tot hun conclusies zijn gekomen, aangezien dit op inzichtelijke wijze in het proces-verbaal uiteen is gezet. De gezichtsvergelijking is hiermee in overeenstemming met het bestuursrechtelijke bewijsrecht aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De stelling van eiseres dat herkenningen in het strafrecht soms onvoldoende zijn, kan haar in deze procedure niet baten. Hoewel het proces-verbaal van het gezichtsvergelijkend onderzoek op 1 augustus 2022 door de Kmar is opgesteld, kan uit het dossier niet worden opgemaakt dat verweerder al vóór 21 september 2023 op de hoogte was van (een deel van) de bevindingen van de Kmar. Eiseres kan daarom geen geslaagd beroep doen op het vertrouwensbeginsel. 17. In het verlengde hiervan kan worden uitgegaan van de bevinding van de Kmar dat eiseres al op 8 maart 2022 aan de grens tussen Nederland en België is aangetroffen. Ook hier geldt dat de enkele ontkenning van eiseres onvoldoende is voor een ander oordeel. De omstandigheid dat de naam in het aangetroffen Rwandese paspoort niet helemaal hetzelfde is, is daarvoor ook onvoldoende. De naam is namelijk wel zeer gelijkend aan die van eiseres en bovendien kwam de verbalisant bij het bevragen van het vreemdelingenbasissysteem kennelijk meteen bij eiseres uit, en niet bij een andere persoon met een gelijkende naam. De omstandigheid dat eiseres eerder een Congolees paspoort heeft overgelegd met afgiftedatum 7 april 2022 en afgifteplaats Kivu geeft ook geen aanleiding voor een ander oordeel. Verweerder heeft onder verwijzing naar het AAB namelijk aannemelijk gemaakt dat het betrekkelijk eenvoudig is om zonder verschijning in persoon een Congolees paspoort te verkrijgen, en dat dit zelfs mogelijk is voor burgers van de buurlanden van Congo zoals Rwanda. Met de enkele stelling dat er geen details bekend zijn van de onderliggende bronnen van het AAB, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat niet van het AAB zou kunnen worden uitgegaan. 18. Met de aanvullende onderzoeksrapportage van de Kmar van 25 maart 2026 is alsnog de eerder benoemde foto overgelegd waarop eiseres op de luchthaven van Zaventem te zien zou zijn. Eiseres betwist niet dat deze foto op 8 maart 2022 op die luchthaven is genomen. Zij ontkent enkel dat zij de persoon is die op de foto te zien is. Opnieuw is echter deze blote ontkenning niet voldoende om niet van de onderzoeksbevindingen van de Kmar uit te gaan. Dat geldt ook voor de weergave van de telefoontaps zoals die in de onderzoeksrapportage van 21 september 2023 zijn opgenomen. Verder heeft eiseres haar stelling dat er sprake zou zijn van voor haar ontlastende verklaringen die niet in de onderzoeksrapportages zouden zijn opgenomen op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. Intrekking asielvergunning 19. Uit het door eiseres aangehaalde artikel van de Universiteit Gent kan niet worden opgemaakt dat het niet langer correct is dat personen zoals eiseres, die stellen uit de regio Zuid Kivu in Oost-Congo afkomstig te zijn, altijd in enige mate het Swahili beheersen. Niet in geschil is dat tijdens de asielprocedure van eiseres is gebleken dat zij het Swahili in het geheel niet beheerst. Verweerder kan daarom worden gevolgd in zijn stelling dat de taal van eiseres haar buiten de spraakgemeenschap van Oost-Congo plaatst. De enkele stelling dat verweerder zich mede baseert op een artikel uit 2007 is als zodanig onvoldoende voor een ander oordeel. 20. Gelet hierop en op wat hiervoor is overwogen, is gebleken dat eiseres tijdens haar asielprocedure onjuiste gegevens heeft verstrekt over haar identiteit, nationaliteit en asielrelaas. Verweerder is daarom terecht overgegaan tot het intrekken van de asielvergunning van eiseres met terugwerkende kracht. Omdat de gegeven motivering hiervoor voldoende is, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om de paspoorten van de ouders van eiseres te onderzoeken, de later door eiseres overgelegde geboorteakte te onderzoeken, of om over te gaan tot een taalanalyse of DNA-onderzoek aan de auto die op 8 maart 2022 is staande gehouden. Op 2 september 2024 heeft verweerder de Poolse autoriteiten om informatie gevraagd. Zij hebben op 6 september 2024 bevestigd dat eiseres contact heeft gehad met de Poolse ambassade in Kenia en aangegeven dat er geen wettelijke basis is om het volledige visumdossier te delen. Verweerder heeft gelet hierop ook geen aanleiding hoeven zien om verdere informatie van de Poolse autoriteiten te verkrijgen. Terugkeerbesluit en privéleven 21.
Volledig
Ten aanzien van het terugkeerbesluit voert eiseres aan dat zij nooit in Rwanda is geweest en dat zij aldaar geen verblijfsrecht heeft. Ook loopt zij daar als jonge, kwetsbare vrouw een reëel risico op ernstige schade. 12. Ten slotte heeft zij vanwege haar studie, werk en vrienden in Nederland inmiddels privéleven opgebouwd zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM, zodat verweerder ten onrechte een verblijfsvergunning op die grondslag heeft onthouden. 13. In het verweerschrift stelt verweerder zich op het standpunt dat het bestreden besluit juist is. De onderzoeksrapportage van de Kmar is een deskundigenrapport waarvan verweerder mag uitgaan. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht en geen contra-expertise overgelegd. Ook de stelling dat niet van het AAB zou kunnen worden uitgegaan is niet onderbouwd. De stelling dat herkenningen in strafzaken soms niet voldoende zijn, is te algemeen. Nu verweerder mocht uitgaan van de onderzoeksrapportage, is er geen aanleiding om verder onderzoek te doen naar het Poolse visumdossier, de paspoorten van de ouders of de geboorteakte. Eiseres heeft geen bronnen overgelegd van haar stelling dat in afgelegen gebieden geen Swahili wordt gesproken. De onderzoeksrapportage is pas gereedgekomen na het inwilligend besluit, zodat geen sprake is van strijd met het vertrouwensbeginsel. Ten aanzien van het recht op privéleven is een juiste afweging gemaakt. 14. Eiseres voert in haar reacties op het verweerschrift nog het volgende aan. De onderzoeksrapportage van de Kmar bestaat uit losse onderdelen van het politiedossier en geeft geen volledig beeld. De verklaringen van de verdachten van mensensmokkel en ander belastend bewijs is daarbij niet betrokken. De mogelijkheid dat Congolese paspoorten onwettig kunnen worden verkregen, weegt niet op tegen het voldoen aan de inspanningsverplichting door het overleggen van een echt bevonden Congolees paspoort, de paspoorten van de ouders en de geboorteakte. Ook uit een artikel van de Universiteit van Gent volgt dat verweerders stellingen over de taal niet kloppen. Verder legt eiseres een verklaring over van haar ambulant begeleider van Sterk Huis van 17 maart 2026. Het terugkeerbesluit kan geen stand houden omdat er nog altijd beschietingen plaatsvinden in Zuid-Kivu. 15. Na afloop van de zitting heeft verweerder op verzoek van de rechtbank alsnog de door de Kmar benoemde foto waarop eiseres te zien zou zijn op de luchthaven Zaventem overgelegd, voorzien van een aanvullende bestuurlijke rapportage van 25 maart 2026. Eiseres heeft in haar reactie daarop aangevoerd dat zij evident niet op deze foto te zien is en dat ten aanzien van deze foto geen gezichtsvergelijkend onderzoek heeft plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt als volgt. Rapportages Kmar 16. Zoals verweerder terecht heeft gesteld, betreffen de onderzoeksrapportages waarop het bestreden besluit mede is gebaseerd, deskundigenadviezen waarvan verweerder in beginsel mag uitgaan. Dit is alleen anders als eiseres aanknopingspunten voor twijfel aan deze rapportages naar voren zou brengen. Daar is eiseres niet in geslaagd. Anders dan eiseres aanvoert, is het gezichtsvergelijkend onderzoek waarop de onderzoeksrapportage van 21 september 2023 mede is gebaseerd blijkens het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal daarvan opgesteld door twee ter zake deskundige verbalisanten. Door simpelweg te ontkennen dat op de vergeleken foto’s dezelfde persoon zichtbaar is, wordt geen twijfel gezaaid aan de juistheid van dit onderzoek. Evenmin heeft eiseres een contra-expertise overgelegd. Ook kan eiseres niet worden gevolgd in haar stelling dat niet is gebleken hoe de verbalisanten tot hun conclusies zijn gekomen, aangezien dit op inzichtelijke wijze in het proces-verbaal uiteen is gezet. De gezichtsvergelijking is hiermee in overeenstemming met het bestuursrechtelijke bewijsrecht aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd. De stelling van eiseres dat herkenningen in het strafrecht soms onvoldoende zijn, kan haar in deze procedure niet baten. Hoewel het proces-verbaal van het gezichtsvergelijkend onderzoek op 1 augustus 2022 door de Kmar is opgesteld, kan uit het dossier niet worden opgemaakt dat verweerder al vóór 21 september 2023 op de hoogte was van (een deel van) de bevindingen van de Kmar. Eiseres kan daarom geen geslaagd beroep doen op het vertrouwensbeginsel. 17. In het verlengde hiervan kan worden uitgegaan van de bevinding van de Kmar dat eiseres al op 8 maart 2022 aan de grens tussen Nederland en België is aangetroffen. Ook hier geldt dat de enkele ontkenning van eiseres onvoldoende is voor een ander oordeel. De omstandigheid dat de naam in het aangetroffen Rwandese paspoort niet helemaal hetzelfde is, is daarvoor ook onvoldoende. De naam is namelijk wel zeer gelijkend aan die van eiseres en bovendien kwam de verbalisant bij het bevragen van het vreemdelingenbasissysteem kennelijk meteen bij eiseres uit, en niet bij een andere persoon met een gelijkende naam. De omstandigheid dat eiseres eerder een Congolees paspoort heeft overgelegd met afgiftedatum 7 april 2022 en afgifteplaats Kivu geeft ook geen aanleiding voor een ander oordeel. Verweerder heeft onder verwijzing naar het AAB namelijk aannemelijk gemaakt dat het betrekkelijk eenvoudig is om zonder verschijning in persoon een Congolees paspoort te verkrijgen, en dat dit zelfs mogelijk is voor burgers van de buurlanden van Congo zoals Rwanda. Met de enkele stelling dat er geen details bekend zijn van de onderliggende bronnen van het AAB, heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat niet van het AAB zou kunnen worden uitgegaan. 18. Met de aanvullende onderzoeksrapportage van de Kmar van 25 maart 2026 is alsnog de eerder benoemde foto overgelegd waarop eiseres op de luchthaven van Zaventem te zien zou zijn. Eiseres betwist niet dat deze foto op 8 maart 2022 op die luchthaven is genomen. Zij ontkent enkel dat zij de persoon is die op de foto te zien is. Opnieuw is echter deze blote ontkenning niet voldoende om niet van de onderzoeksbevindingen van de Kmar uit te gaan. Dat geldt ook voor de weergave van de telefoontaps zoals die in de onderzoeksrapportage van 21 september 2023 zijn opgenomen. Verder heeft eiseres haar stelling dat er sprake zou zijn van voor haar ontlastende verklaringen die niet in de onderzoeksrapportages zouden zijn opgenomen op geen enkele manier aannemelijk gemaakt. Intrekking asielvergunning 19. Uit het door eiseres aangehaalde artikel van de Universiteit Gent kan niet worden opgemaakt dat het niet langer correct is dat personen zoals eiseres, die stellen uit de regio Zuid Kivu in Oost-Congo afkomstig te zijn, altijd in enige mate het Swahili beheersen. Niet in geschil is dat tijdens de asielprocedure van eiseres is gebleken dat zij het Swahili in het geheel niet beheerst. Verweerder kan daarom worden gevolgd in zijn stelling dat de taal van eiseres haar buiten de spraakgemeenschap van Oost-Congo plaatst. De enkele stelling dat verweerder zich mede baseert op een artikel uit 2007 is als zodanig onvoldoende voor een ander oordeel. 20. Gelet hierop en op wat hiervoor is overwogen, is gebleken dat eiseres tijdens haar asielprocedure onjuiste gegevens heeft verstrekt over haar identiteit, nationaliteit en asielrelaas. Verweerder is daarom terecht overgegaan tot het intrekken van de asielvergunning van eiseres met terugwerkende kracht. Omdat de gegeven motivering hiervoor voldoende is, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om de paspoorten van de ouders van eiseres te onderzoeken, de later door eiseres overgelegde geboorteakte te onderzoeken, of om over te gaan tot een taalanalyse of DNA-onderzoek aan de auto die op 8 maart 2022 is staande gehouden. Op 2 september 2024 heeft verweerder de Poolse autoriteiten om informatie gevraagd. Zij hebben op 6 september 2024 bevestigd dat eiseres contact heeft gehad met de Poolse ambassade in Kenia en aangegeven dat er geen wettelijke basis is om het volledige visumdossier te delen. Verweerder heeft gelet hierop ook geen aanleiding hoeven zien om verdere informatie van de Poolse autoriteiten te verkrijgen. Terugkeerbesluit en privéleven 21.