Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:8823
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/4244 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2026 in de zaak tussen Puma Tactical B.V., eiser (gemachtigde: [gemachtigde]), en De minister van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigden: mr. D.L. van der Wijst en mr. M.H. Kazem). Procesverloop 1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een erkenning op grond van artikel 9 van de Wet wapens en munitie (Wwm). De korpschef heeft deze aanvraag met het besluit van 28 november 2024 afgewezen. 1.1. Eiser heeft vervolgens administratief beroep ingesteld. Met het bestreden besluit van 23 mei 2025 op het bezwaar van eiser heeft verweerder het beroep ongegrond verklaard. 1.2. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat de zaak over? 2. Eiser wil graag trainingen en opleidingen aanbieden met niet-scherp schuttende wapens aan zowel publieke als private partijen. Eiser heeft daarom op 19 juli 2024 een aanvraag ingediend om zijn bestaande erkenning op grond van artikel 9 Wwm van 17 juli 2024 te wijzigen. Volgens eiser is het noodzakelijk om bij de trainingen en opleidingen wapens en munitie uit categorie III ter beschikking te kunnen stellen aan de deelnemers. Deze wapens worden na de training of opleiding terstond weer ingenomen. 2.1. De korpschef heeft de aanvraag afgewezen. Verweerder heeft het tegen de afwijzing ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard, omdat de korpschef niet de bevoegdheid heeft om op grond van artikel 9 Wwm erkenning te verlenen voor het geven van trainingen en opleidingen. Voor zover eiser verzoekt om erkenning om wapens te verhuren of anderszins ter beschikking te stellen, zijn de beoogde bedrijfsactiviteiten niet uitgewerkt in beleid. Wat eiser wil valt niet onder artikel 9 van de Wwm. Verweerder komt daarom ook niet toe aan een evenredigheidsbeoordeling. Wat vindt eiser? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij betoogt dat het ter beschikking stellen van wapens en munitie aan deelnemers van door hem te geven van trainingen en opleidingen valt onder “ter beschikking stellen”, zoals staat in artikel 9, eerste lid, Wwm. Volgens eiser betekent het feit dat een maatwerksituatie van een bedrijf niet beschreven is in de Cwm niet dat verweerder het verzochte maatwerk niet in overweging hoeft te nemen. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of artikel 9, eerste lid, Wwm zo moet worden gelezen dat verweerder op grond daarvan een erkenning kan geven voor de door eiser gevraagde activiteiten, namelijk het geven van trainingen en opleidingen met vuurwapens en munitie. Meer specifiek is daarbij van belang of het begrip ‘ter beschikking stellen’ ook het geven van trainingen en opleidingen omvat. Deze vraag heeft de rechtbank bij uitspraak van 23 oktober 2025 in de zaak SGR 25/1568 ontkennend beantwoord. In hetgeen eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te beslissen. 4.1. Dat de onderhavige zaak gaat over niet-scherpschietende wapens en de zaak met kenmerk SGR 25/1568 over scherpschietende wapens ging maakt voor de hier aan de orde zijnde vraag geen verschil. 5. Eiser voert op zichzelf beschouwd terecht aan dat de bevoegdheid van verweerder niet wordt beperkt door het ontbreken van beleid. Dat maakt het oordeel echter niet anders omdat artikel 9 geen grondslag kan vormen om de door eiser verzochte bedrijfsactiviteiten te vergunnen. Contact met verweerder 6. Eiser heeft in zijn beroepsgronden en tijdens de zitting opgemerkt dat er bedrijven zijn die met een ontheffing op grond van artikel 4 van de Wwm vergelijkbare trainingen en opleidingen aanbieden die eiser ook wil aanbieden. Eiser heeft met dit betoog willen illustreren dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om de gewenste bedrijfsac