Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:8781
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,055 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 text/xml public 2026-04-14T17:00:28 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.51903 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 text/html public 2026-04-13T08:55:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.51903 Asiel; Guinea; opvolgende aanvraag; nieuw asielmotief; C1/4.2.3 Vc 2000; geen nieuwe relevante elementen; 3.118b lid 3 Vb 2000; horen; beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.51903 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht. Ook heeft hij eiseres niet opnieuw hoeven horen naar aanleiding van wat zij in haar zienswijze naar voren heeft gebracht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 8 oktober 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank De eerste aanvraag 3. Eiseres heeft de Guinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2003. Zij heeft op 17 januari 2022 haar eerste asielaanvraag ingediend. Hieraan legde zij het volgende ten grondslag. Eiseres is in 2017 door haar vader verzocht om bij haar oom te gaan wonen, nadat de moeder van eiseres was overleden. Haar oom koesterde een wrok tegen haar vader. Eiseres is door haar oom en tante mishandeld en is in 2021 door haar oom uitgehuwelijkt. Het was voor eiseres niet mogelijk om terug te keren naar haar vader. Eiseres is aan haar oom ontsnapt met hulp van een vriend van de familie. Bij terugkeer naar Guinee vreesde eiseres alsnog door haar oom gedwongen te worden om te trouwen. 3.1. De minister heeft deze asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond, om de volgende redenen. De nationaliteit en herkomst van eiseres achtte de minister geloofwaardig, maar haar identiteit niet. Eiseres had namelijk onvoldoende documenten overgelegd, waarvoor zij geen goede verklaring had. Ook vormden de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel en had eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend, waarvoor zij geen goede verklaring had. Daarnaast vond de minister de gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking door de oom en tante van eiseres ongeloofwaardig, omdat eiseres ook hierover niet samenhangend en aannemelijk had verklaard en zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk had ingediend, zonder goede verklaring. 3.2. Dit besluit staat met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in rechte vast. De huidige aanvraag 4. Eiseres legt aan de huidige asielaanvraag ten grondslag dat zij bij terugkeer naar Guinee een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling. Eiseres is namelijk een kwetsbaar persoon en slachtoffer van mensenhandel en seksueel misbruik. Zij dreigt in Guinee uitgehuwelijkt te worden en is in Nederland slachtoffer geworden van gedwongen prostitutie. Daarnaast vreest zij bij terugkeer te worden uitgehuwelijkt en slachtoffer te worden van wraakacties door haar oom en diens handlangers, die haar straffeloos kunnen onderwerpen aan geweld en gedwongen arbeid., nu de autoriteiten van Guinee weinig bescherming bieden en aangifte in de praktijk weinig effect heeft. Ook zijn vrouwen in Guinee slachtoffer van maatschappelijke discriminatie en achterstelling in het rechtssysteem. De bevolking van Guinee heeft dan ook geen vertrouwen in het rechtssysteem. 4.1. In haar zienswijze op het voornemen van 14 oktober 2025 heeft de gemachtigde namens eiseres daarnaast het volgende naar voren gebracht, hetgeen eiseres vanwege de door haar zus uitgevoerde dwang niet eerder durfde te vertellen. Eiseres is door haar moeder afgestaan aan haar oudere zus, die haar vanaf elfjarige leeftijd dwong om tegen betaling met mannen te slapen. Toen eiseres veertien jaar oud was werd zij door haar zus verkocht aan een Guinese man. Hij bracht eiseres en haar zus vervolgens naar Tunis, in Tunesië. In Tunis werd eiseres met goedkeuring van haar zus diverse keren mishandeld, verwond en seksueel misbruikt door de Guinese man. Vervolgens is eiseres met haar zus en de man naar Italië gereisd. Doordat de Guinese man corona opliep, werd hij ondergebracht in een aparte afdeling van het asielzoekerscentrum en kon eiseres zich van hem losmaken. Eiseres is toen met haar zus per trein naar Nederland gereisd. In de trein vernam zij van haar zus dat zij verkocht was aan een Afrikaanse man in Nederland. Vervolgens ontstond er ruzie tussen eiseres en haar zus. Doordat er veel politieagenten aanwezig waren op het Centraal Station in Amsterdam, durfde de zus van eiseres haar niet over te dragen aan de Afrikaan. Zij is toen met een andere trein naar Spanje vertrokken. Eiseres werd alleen op het station in Amsterdam achtergelaten. Zij is toen opgevangen door een witte man die Frans sprak en haar hulp aanbood. Deze witte man bracht haar naar zijn huis, waar zij maandenlang werd vastgehouden en seksueel misbruikt. Eisers vreest bij terugzending naar Guinee voor haar zus en de Guinees die haar heeft mishandeld en misbruikt. Het bestreden besluit 5. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn bij de beoordeling van haar opvolgende asielaanvraag. Eiseres baseert haar opvolgende aanvraag namelijk op problemen waarover zij al in haar eerste aanvraag heeft verklaard. Die problemen zijn toen ongeloofwaardig geacht, wat in rechte vast is komen te staan. De rapporten die eiseres heeft overgelegd zijn daarom ook niet relevant voor haar opvolgende asielaanvraag, hoewel deze wel nieuw zijn. Bovendien verwijzen deze rapporten enkel naar de algemene situatie in Guinee, wat niet voldoende is om aannemelijk te maken dat eiseres persoonlijk een risico loopt op ernstige schade. Verder heeft eiseres in haar zienswijze een nieuw asielmotief naar voren gebracht, maar heeft zij geen verschoonbare reden aangevoerd waarom zij deze gestelde problemen niet eerder, te weten bij haar opvolgende asielaanvraag of in de vorige asielprocedure, naar voren heeft gebracht. Daarnaast is wat eiseres in haar zienswijze naar voren brengt volledig in tegenspraak met de verklaringen die zij in het kader van haar eerste asielprocedure heeft afgelegd, en wat zij bij het indienen van het M35-O formulier kenbaar heeft gemaakt. Nu er geen sprake is van relevante nieuwe elementen en bevindingen heeft de minister er daarom van afgezien om eiseres te horen over haar opvolgende aanvraag en concludeert de minister dat de opvolgende asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk is. Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht? 6.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 text/xml public 2026-04-14T17:00:28 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.51903 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 text/html public 2026-04-13T08:55:14 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8781 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.51903 Asiel; Guinea; opvolgende aanvraag; nieuw asielmotief; C1/4.2.3 Vc 2000; geen nieuwe relevante elementen; 3.118b lid 3 Vb 2000; horen; beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.51903 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres (gemachtigde: mr. R.P.M. Ngasirin), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht. Ook heeft hij eiseres niet opnieuw hoeven horen naar aanleiding van wat zij in haar zienswijze naar voren heeft gebracht. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft op 8 oktober 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 16 oktober 2025 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank De eerste aanvraag 3. Eiseres heeft de Guinese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2003. Zij heeft op 17 januari 2022 haar eerste asielaanvraag ingediend. Hieraan legde zij het volgende ten grondslag. Eiseres is in 2017 door haar vader verzocht om bij haar oom te gaan wonen, nadat de moeder van eiseres was overleden. Haar oom koesterde een wrok tegen haar vader. Eiseres is door haar oom en tante mishandeld en is in 2021 door haar oom uitgehuwelijkt. Het was voor eiseres niet mogelijk om terug te keren naar haar vader. Eiseres is aan haar oom ontsnapt met hulp van een vriend van de familie. Bij terugkeer naar Guinee vreesde eiseres alsnog door haar oom gedwongen te worden om te trouwen. 3.1. De minister heeft deze asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond, om de volgende redenen. De nationaliteit en herkomst van eiseres achtte de minister geloofwaardig, maar haar identiteit niet. Eiseres had namelijk onvoldoende documenten overgelegd, waarvoor zij geen goede verklaring had. Ook vormden de verklaringen van eiseres geen samenhangend en aannemelijk geheel en had eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend, waarvoor zij geen goede verklaring had. Daarnaast vond de minister de gedwongen arbeid, mishandeling en uithuwelijking door de oom en tante van eiseres ongeloofwaardig, omdat eiseres ook hierover niet samenhangend en aannemelijk had verklaard en zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk had ingediend, zonder goede verklaring. 3.2. Dit besluit staat met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in rechte vast. De huidige aanvraag 4. Eiseres legt aan de huidige asielaanvraag ten grondslag dat zij bij terugkeer naar Guinee een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling. Eiseres is namelijk een kwetsbaar persoon en slachtoffer van mensenhandel en seksueel misbruik. Zij dreigt in Guinee uitgehuwelijkt te worden en is in Nederland slachtoffer geworden van gedwongen prostitutie. Daarnaast vreest zij bij terugkeer te worden uitgehuwelijkt en slachtoffer te worden van wraakacties door haar oom en diens handlangers, die haar straffeloos kunnen onderwerpen aan geweld en gedwongen arbeid., nu de autoriteiten van Guinee weinig bescherming bieden en aangifte in de praktijk weinig effect heeft. Ook zijn vrouwen in Guinee slachtoffer van maatschappelijke discriminatie en achterstelling in het rechtssysteem. De bevolking van Guinee heeft dan ook geen vertrouwen in het rechtssysteem. 4.1. In haar zienswijze op het voornemen van 14 oktober 2025 heeft de gemachtigde namens eiseres daarnaast het volgende naar voren gebracht, hetgeen eiseres vanwege de door haar zus uitgevoerde dwang niet eerder durfde te vertellen. Eiseres is door haar moeder afgestaan aan haar oudere zus, die haar vanaf elfjarige leeftijd dwong om tegen betaling met mannen te slapen. Toen eiseres veertien jaar oud was werd zij door haar zus verkocht aan een Guinese man. Hij bracht eiseres en haar zus vervolgens naar Tunis, in Tunesië. In Tunis werd eiseres met goedkeuring van haar zus diverse keren mishandeld, verwond en seksueel misbruikt door de Guinese man. Vervolgens is eiseres met haar zus en de man naar Italië gereisd. Doordat de Guinese man corona opliep, werd hij ondergebracht in een aparte afdeling van het asielzoekerscentrum en kon eiseres zich van hem losmaken. Eiseres is toen met haar zus per trein naar Nederland gereisd. In de trein vernam zij van haar zus dat zij verkocht was aan een Afrikaanse man in Nederland. Vervolgens ontstond er ruzie tussen eiseres en haar zus. Doordat er veel politieagenten aanwezig waren op het Centraal Station in Amsterdam, durfde de zus van eiseres haar niet over te dragen aan de Afrikaan. Zij is toen met een andere trein naar Spanje vertrokken. Eiseres werd alleen op het station in Amsterdam achtergelaten. Zij is toen opgevangen door een witte man die Frans sprak en haar hulp aanbood. Deze witte man bracht haar naar zijn huis, waar zij maandenlang werd vastgehouden en seksueel misbruikt. Eisers vreest bij terugzending naar Guinee voor haar zus en de Guinees die haar heeft mishandeld en misbruikt. Het bestreden besluit 5. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die relevant kunnen zijn bij de beoordeling van haar opvolgende asielaanvraag. Eiseres baseert haar opvolgende aanvraag namelijk op problemen waarover zij al in haar eerste aanvraag heeft verklaard. Die problemen zijn toen ongeloofwaardig geacht, wat in rechte vast is komen te staan. De rapporten die eiseres heeft overgelegd zijn daarom ook niet relevant voor haar opvolgende asielaanvraag, hoewel deze wel nieuw zijn. Bovendien verwijzen deze rapporten enkel naar de algemene situatie in Guinee, wat niet voldoende is om aannemelijk te maken dat eiseres persoonlijk een risico loopt op ernstige schade. Verder heeft eiseres in haar zienswijze een nieuw asielmotief naar voren gebracht, maar heeft zij geen verschoonbare reden aangevoerd waarom zij deze gestelde problemen niet eerder, te weten bij haar opvolgende asielaanvraag of in de vorige asielprocedure, naar voren heeft gebracht. Daarnaast is wat eiseres in haar zienswijze naar voren brengt volledig in tegenspraak met de verklaringen die zij in het kader van haar eerste asielprocedure heeft afgelegd, en wat zij bij het indienen van het M35-O formulier kenbaar heeft gemaakt. Nu er geen sprake is van relevante nieuwe elementen en bevindingen heeft de minister er daarom van afgezien om eiseres te horen over haar opvolgende aanvraag en concludeert de minister dat de opvolgende asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk is. Heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht? 6.
Volledig
Eiseres voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij geen relevante nieuwe elementen of bevindingen aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Zij heeft in haar zienswijze naar voren gebracht dat zij in Guinee werd gedwongen tot prostitutie door haar zus, en in Tunesië diverse keren werd mishandeld, verwond en seksueel misbruikt. Eiseres wijst op een GZA-journaal dat zij heeft overgelegd, waaruit blijkt dat eiseres slachtoffer is van seksueel misbruik. Eiseres was niet in staat om dit eerder naar voren te brengen, omdat zij in een afhankelijke positie verkeerde ten opzichte van haar zus. Eiseres wijst verder op het ambtsbericht over Guinee , waaruit blijkt dat aangifte doen geen zin heeft. Ook blijkt daaruit dat eiseres als vrouw in Guinee een ondergeschikte positie zal hebben, en zal worden gedwongen om als prostituee werkzaam te zijn door haar zus. Verder is eiseres slachtoffer van mensenhandel. Ze zal voorts bij terugkeer wraakacties ondergaan van haar zus en de man aan wie haar zus haar verkocht had. 6.1. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 26 januari 2022 heeft overwogen volgt uit het arrest LH, dat de ontvankelijkheid van een opvolgende asielaanvraag aan de hand van twee fasen moet worden beoordeeld. In de eerste fase moet worden onderzocht of er nieuwe elementen of bevindingen zijn die verband houden met de vraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. In de tweede fase moet de minister beoordelen of die nieuwe elementen of bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Een nieuw element of bevinding is niet relevant als op voorhand is uitgesloten dat wat alsnog is aangevoerd of overgelegd kan afdoen aan de overwegingen van het eerder genomen besluit. 6.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt allereerst vast dat de minister in het voornemen onderbouwd heeft waarom de door eiseres ter onderbouwing van haar asielaanvraag overgelegde rapporten, die weliswaar nieuw zijn, niet relevant zijn voor de opvolgende asielaanvraag. Daarin heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar opvolgende aanvraag heeft gebaseerd op problemen die in haar eerste asielprocedure ongeloofwaardig zijn geacht, wat in rechte vast is komen te staan. In het bestreden besluit heeft de minister verwezen naar deze onderbouwing uit het voornemen. Eiseres heeft in beroep niet onderbouwd waarom de motivering van de minister niet deugt en de overgelegde rapportages wel nieuwe relevante elementen of bevindingen zouden moeten opleveren. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres bij haar opvolgende asielaanvraag geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht. 6.3. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres in haar zienswijze een geheel ander asielmotief naar voren heeft gebracht. De minister stelt zich hierover – zoals ter zitting is gebleken – primair op het standpunt dat het asielmotief geen relevant nieuw element is, omdat het te laat in de procedure is aangevoerd, en eiseres hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven. Tijdens de zitting heeft de minister hiertoe nog gewezen op de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), waarin staat dat als een vreemdeling een asielmotief pas later in de procedure naar voren brengt en hiervoor geen verschoonbaar reden geeft, dit asielmotief in beginsel ongeloofwaardig wordt geacht. De minister wordt hierin door de rechtbank niet gevolgd. Het beleid waar de minister naar verwijst gaat immers over de inhoudelijke geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielmotief. Dat is pas aan de orde nadat is vastgesteld dat sprake is van een nieuw en relevant element. Dat het asielmotief in beginsel ongeloofwaardig wordt geacht, kan daarom geen reden geven voor de conclusie dat het geen relevant nieuw element is. Daarbij blijkt uit de zinsnede ‘in beginsel’ dat het niet is uitgesloten dat een asielmotief, ondanks dat het zonder verschoonbare reden te laat is aangevoerd, toch geloofwaardig wordt bevonden. Ook om die reden kan dit beleid niet tot de conclusie leiden dat in een geval als dit geen sprake is van een relevant nieuw element. 6.4. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister zich terecht op het subsidiaire standpunt heeft gesteld, namelijk – zo begrijpt de rechtbank – dat het in de zienswijze aangevoerde asielmotief geen relevant nieuw element vormt. Dit motief wijkt immers wezenlijk af van het relaas dat eiseres aan haar opvolgende aanvraag en haar eerdere asielprocedure ten grondslag heeft gelegd. Wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht is hier namelijk volledig mee in tegenspraak en komt op geen enkel punt overeen met die gestelde gebeurtenissen. Had de minister eiseres moeten horen? 7. Eiseres betoogt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door ervan af te zien om haar te horen. Eiseres heeft in haar zienswijze nieuwe informatie naar voren gebracht, namelijk dat zij door haar zus is gedwongen tot prostitutie, en later is verkocht aan een man, met wie zij vervolgens naar Tunesië is gereisd. Het horen van eiseres over deze nieuwe informatie had kunnen leiden tot een ander oordeel. Dat blijkt uit het feit dat de minister de nieuwe informatie die eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht verkeerd heeft weergegeven. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij eiseres niet heeft hoeven horen naar aanleiding van wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Gelet op wat onder 6.1 tot en met 6.4 is overwogen, had de minister ook naar aanleiding van die informatie genoeg kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen om een besluit te kunnen nemen, zodat hij het horen van eiseres achterwege mocht laten. Conclusie en gevolgen 8. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). ABRvS 9 oktober 2025, zaaknummers BRS.25.001424 en BRS.25.001484. Eiseres wijst op een uitdraai van haar GZA-journaal. Eiseres wijst op pagina 60 van het Algemeen Ambtsbericht Guinee 2013. Eiseres wijst op “Country Report on Human Rights Practices: Guinea” van de US Department of State, 23 April 2024. Eiseres wijst op een rapport van Freedom House over Guinee van 2023. Eiseres wijst op het “Rapport de mission en Guinée du 7 au 18 novembre 2017” van het Office Français de Protection des Réfugiés et Apatrides, februari 2018. Op grond van artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000. Pagina 21 van het Algemeen Ambtsbericht Guinee 2013. ECLI:NL:RVS:2022:208, rechtsoverweging 5.1. e.v. ECLI:EU:C:2021:478. Paragraaf C1/4.2.3 van de Vc 2000. ABRvS 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699 en ABRvS 24 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1189. Zie artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000).
Volledig
Eiseres voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij geen relevante nieuwe elementen of bevindingen aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Zij heeft in haar zienswijze naar voren gebracht dat zij in Guinee werd gedwongen tot prostitutie door haar zus, en in Tunesië diverse keren werd mishandeld, verwond en seksueel misbruikt. Eiseres wijst op een GZA-journaal dat zij heeft overgelegd, waaruit blijkt dat eiseres slachtoffer is van seksueel misbruik. Eiseres was niet in staat om dit eerder naar voren te brengen, omdat zij in een afhankelijke positie verkeerde ten opzichte van haar zus. Eiseres wijst verder op het ambtsbericht over Guinee , waaruit blijkt dat aangifte doen geen zin heeft. Ook blijkt daaruit dat eiseres als vrouw in Guinee een ondergeschikte positie zal hebben, en zal worden gedwongen om als prostituee werkzaam te zijn door haar zus. Verder is eiseres slachtoffer van mensenhandel. Ze zal voorts bij terugkeer wraakacties ondergaan van haar zus en de man aan wie haar zus haar verkocht had. 6.1. Zoals de Afdeling in de uitspraak van 26 januari 2022 heeft overwogen volgt uit het arrest LH, dat de ontvankelijkheid van een opvolgende asielaanvraag aan de hand van twee fasen moet worden beoordeeld. In de eerste fase moet worden onderzocht of er nieuwe elementen of bevindingen zijn die verband houden met de vraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. In de tweede fase moet de minister beoordelen of die nieuwe elementen of bevindingen de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Een nieuw element of bevinding is niet relevant als op voorhand is uitgesloten dat wat alsnog is aangevoerd of overgelegd kan afdoen aan de overwegingen van het eerder genomen besluit. 6.2. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt allereerst vast dat de minister in het voornemen onderbouwd heeft waarom de door eiseres ter onderbouwing van haar asielaanvraag overgelegde rapporten, die weliswaar nieuw zijn, niet relevant zijn voor de opvolgende asielaanvraag. Daarin heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres haar opvolgende aanvraag heeft gebaseerd op problemen die in haar eerste asielprocedure ongeloofwaardig zijn geacht, wat in rechte vast is komen te staan. In het bestreden besluit heeft de minister verwezen naar deze onderbouwing uit het voornemen. Eiseres heeft in beroep niet onderbouwd waarom de motivering van de minister niet deugt en de overgelegde rapportages wel nieuwe relevante elementen of bevindingen zouden moeten opleveren. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres bij haar opvolgende asielaanvraag geen relevante nieuwe elementen of bevindingen naar voren heeft gebracht. 6.3. De rechtbank stelt verder vast dat eiseres in haar zienswijze een geheel ander asielmotief naar voren heeft gebracht. De minister stelt zich hierover – zoals ter zitting is gebleken – primair op het standpunt dat het asielmotief geen relevant nieuw element is, omdat het te laat in de procedure is aangevoerd, en eiseres hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven. Tijdens de zitting heeft de minister hiertoe nog gewezen op de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), waarin staat dat als een vreemdeling een asielmotief pas later in de procedure naar voren brengt en hiervoor geen verschoonbaar reden geeft, dit asielmotief in beginsel ongeloofwaardig wordt geacht. De minister wordt hierin door de rechtbank niet gevolgd. Het beleid waar de minister naar verwijst gaat immers over de inhoudelijke geloofwaardigheidsbeoordeling van het asielmotief. Dat is pas aan de orde nadat is vastgesteld dat sprake is van een nieuw en relevant element. Dat het asielmotief in beginsel ongeloofwaardig wordt geacht, kan daarom geen reden geven voor de conclusie dat het geen relevant nieuw element is. Daarbij blijkt uit de zinsnede ‘in beginsel’ dat het niet is uitgesloten dat een asielmotief, ondanks dat het zonder verschoonbare reden te laat is aangevoerd, toch geloofwaardig wordt bevonden. Ook om die reden kan dit beleid niet tot de conclusie leiden dat in een geval als dit geen sprake is van een relevant nieuw element. 6.4. De rechtbank is echter van oordeel dat de minister zich terecht op het subsidiaire standpunt heeft gesteld, namelijk – zo begrijpt de rechtbank – dat het in de zienswijze aangevoerde asielmotief geen relevant nieuw element vormt. Dit motief wijkt immers wezenlijk af van het relaas dat eiseres aan haar opvolgende aanvraag en haar eerdere asielprocedure ten grondslag heeft gelegd. Wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht is hier namelijk volledig mee in tegenspraak en komt op geen enkel punt overeen met die gestelde gebeurtenissen. Had de minister eiseres moeten horen? 7. Eiseres betoogt dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door ervan af te zien om haar te horen. Eiseres heeft in haar zienswijze nieuwe informatie naar voren gebracht, namelijk dat zij door haar zus is gedwongen tot prostitutie, en later is verkocht aan een man, met wie zij vervolgens naar Tunesië is gereisd. Het horen van eiseres over deze nieuwe informatie had kunnen leiden tot een ander oordeel. Dat blijkt uit het feit dat de minister de nieuwe informatie die eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht verkeerd heeft weergegeven. 7.1. Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij eiseres niet heeft hoeven horen naar aanleiding van wat eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht. Gelet op wat onder 6.1 tot en met 6.4 is overwogen, had de minister ook naar aanleiding van die informatie genoeg kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen om een besluit te kunnen nemen, zodat hij het horen van eiseres achterwege mocht laten. Conclusie en gevolgen 8. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.J. de Lange, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). ABRvS 9 oktober 2025, zaaknummers BRS.25.001424 en BRS.25.001484. Eiseres wijst op een uitdraai van haar GZA-journaal. Eiseres wijst op pagina 60 van het Algemeen Ambtsbericht Guinee 2013. Eiseres wijst op “Country Report on Human Rights Practices: Guinea” van de US Department of State, 23 April 2024. Eiseres wijst op een rapport van Freedom House over Guinee van 2023. Eiseres wijst op het “Rapport de mission en Guinée du 7 au 18 novembre 2017” van het Office Français de Protection des Réfugiés et Apatrides, februari 2018. Op grond van artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000. Pagina 21 van het Algemeen Ambtsbericht Guinee 2013. ECLI:NL:RVS:2022:208, rechtsoverweging 5.1. e.v. ECLI:EU:C:2021:478. Paragraaf C1/4.2.3 van de Vc 2000. ABRvS 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699 en ABRvS 24 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1189. Zie artikel 3.118b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000).