Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-10
ECLI:NL:RBDHA:2026:8617
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,145 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 text/xml public 2026-04-14T17:00:24 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.59939 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 text/html public 2026-04-10T14:15:40 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.59939 Asiel; Turkije; lhbti; geloofwaardigheid; beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59939 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Hij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen in stand kan blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat voldoende rekening is gehouden met eisers referentiekader. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 17 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 28 november 2025 afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij uit Turkije komt, dat hij de Turkse nationaliteit bezit. In 2011, nadat eiser veel testosteron had gebruikt, merkte hij dat zijn interesses veranderden en dat hij alleen nog maar aandacht voor mannen had. Eiser werkte als masseur en begon mannen die hij masseerde leuk te vinden. Hij raakte sommige mannen op bepaalde plekken aan wanneer hij dacht dat zij dat zouden waarderen. Eiser sprak vaker af met een man genaamd [naam 1] en had een fysieke relatie met hem. In 2011 werd eiser betrapt door een collega, die dit doorvertelde aan eisers neef. De neef vertelde dit vervolgens verder aan de familie. Eiser is eenmaal door zijn broer en neven in elkaar geslagen. Daarnaast hebben zijn broer en andere familieleden hem met de dood bedreigd. In 2015 kreeg eiser een relatie met een Bulgaarse man genaamd [naam 2] die tot op heden voortduurt. Daarna ging hij minder werken en in 2017 besloot hij om in Oekraïne te gaan wonen. Op enig moment is eiser naar Nederland vertrokken. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. 4.1. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen acht de minister echter niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Vervolgens heeft eiser onvoldoende documenten gegeven over zijn problemen en heeft hij daarvoor geen goede verklaring. Daarnaast vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen over eisers ontdekking van zijn homoseksuele gerichtheid oppervlakkig en vaag zijn en over de relatie met [naam 2] oppervlakkig zijn. De minister volgt eiser niet in zijn verklaringen dat hij in een professionele setting mannen intiem heeft aangeraakt en dat zijn woonplaats een klein dorp is waar hij zijn homoseksuele gevoelens niet kon beleven. Eisers verklaringen over de betrapping zijn volgens de minister ongerijmd. Ook rijmt het niet dat eiser in 2011 is betrapt en pas in 2018 het land heeft verlaten. Verder heeft eiser tegenstrijdig verklaard over wat de reden was voor het faillissement van zijn bedrijf. Eiser kan ook in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd omdat hij tegenstrijdig heeft verklaard over wanneer hij in Nederland is aangekomen. De minister kan daarom niet vaststellen of eiser zijn asielaanvraag onverwijld heeft ingediend. Tot slot stelt de minister zich op het standpunt dat eiser vanwege zijn nationaliteit en herkomst bij terugkeer naar Turkije geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met eisers referentiekader? 5. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Hiertoe voert hij aan dat hij het niet gewend is om over zijn gevoelens te praten. Zo heeft hij vaak in de gehoren aangegeven dat hij zich schaamt om over zijn homoseksuele gevoelens te spreken. De minister had met het schaamtegevoel rekening moeten houden. Daarnaast heeft de minister onvoldoende doorgevraagd. In dat verband wijst eiser op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 2 september 2021. De minister heeft in het licht van eisers referentiekader niet uitgelegd waarom van eiser mocht worden verwacht dat hij meer inzicht zou geven. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. De rechtbank wijst op het referentiekader zoals dat door de minister is opgenomen in het voornemen, waarbij de minister heeft gewezen op eisers leeftijd, opleidingsniveau en de diverse werkzaamheden die hij in zijn leven heeft verricht. De minister wijst er terecht op dat niet duidelijk is hoe schaamtegevoelens hem zouden belemmeren om authentieke verklaringen af te leggen. De minister heeft hierbij mogen meewegen dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij gaandeweg het gehoor vrij open lijkt te zijn over zijn gevoelens en dat hij zijn homoseksuele gerichtheid zonder blijk van worsteling lijkt te hebben geaccepteerd. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader. Eisers verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 2 september 2021 leidt niet tot een ander oordeel, omdat uit de gehoren niet blijkt dat de minister heeft nagelaten door te vragen op relevante punten. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte ongeloofwaardig geacht? 6. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd, nu eiser door het ontbreken van een code geen toegang heeft tot zijn E-Devlet en deze documenten bovendien niet direct relevant zijn voor zijn vertrek uit Turkije. Daarnaast betoogt eiser dat zijn verklaringen wel degelijk een samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiser uitvoerig verklaard over zijn homoseksuele gevoelens en de ontwikkeling daarvan, mede in relatie tot zijn testosterongebruik, alsook over eerdere ervaringen en zijn huidige relatie. Zo heeft eiser toegelicht wat hem in zijn partner aantrekt, hoe hun relatie is opgebouwd en wat zij doen samen. Ook heeft de minister volgens eiser onvoldoende waarde toegekend aan verklaringen en foto’s van zijn partner en de andere getuigen. De minister had eisers partner ook moeten horen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 text/xml public 2026-04-14T17:00:24 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-10 NL25.59939 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 text/html public 2026-04-10T14:15:40 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8617 Rechtbank Den Haag , 10-04-2026 / NL25.59939 Asiel; Turkije; lhbti; geloofwaardigheid; beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.59939 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen [eiser], v-nummer: [nummer], eiser (gemachtigde: mr. M.J. Verwers), en de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. M.R. Stuart). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Hij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen in stand kan blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat voldoende rekening is gehouden met eisers referentiekader. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft op 17 maart 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 28 november 2025 afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij uit Turkije komt, dat hij de Turkse nationaliteit bezit. In 2011, nadat eiser veel testosteron had gebruikt, merkte hij dat zijn interesses veranderden en dat hij alleen nog maar aandacht voor mannen had. Eiser werkte als masseur en begon mannen die hij masseerde leuk te vinden. Hij raakte sommige mannen op bepaalde plekken aan wanneer hij dacht dat zij dat zouden waarderen. Eiser sprak vaker af met een man genaamd [naam 1] en had een fysieke relatie met hem. In 2011 werd eiser betrapt door een collega, die dit doorvertelde aan eisers neef. De neef vertelde dit vervolgens verder aan de familie. Eiser is eenmaal door zijn broer en neven in elkaar geslagen. Daarnaast hebben zijn broer en andere familieleden hem met de dood bedreigd. In 2015 kreeg eiser een relatie met een Bulgaarse man genaamd [naam 2] die tot op heden voortduurt. Daarna ging hij minder werken en in 2017 besloot hij om in Oekraïne te gaan wonen. Op enig moment is eiser naar Nederland vertrokken. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: - identiteit, nationaliteit en herkomst; - de homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. 4.1. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen acht de minister echter niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Vervolgens heeft eiser onvoldoende documenten gegeven over zijn problemen en heeft hij daarvoor geen goede verklaring. Daarnaast vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo stelt de minister zich op het standpunt dat de verklaringen over eisers ontdekking van zijn homoseksuele gerichtheid oppervlakkig en vaag zijn en over de relatie met [naam 2] oppervlakkig zijn. De minister volgt eiser niet in zijn verklaringen dat hij in een professionele setting mannen intiem heeft aangeraakt en dat zijn woonplaats een klein dorp is waar hij zijn homoseksuele gevoelens niet kon beleven. Eisers verklaringen over de betrapping zijn volgens de minister ongerijmd. Ook rijmt het niet dat eiser in 2011 is betrapt en pas in 2018 het land heeft verlaten. Verder heeft eiser tegenstrijdig verklaard over wat de reden was voor het faillissement van zijn bedrijf. Eiser kan ook in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd omdat hij tegenstrijdig heeft verklaard over wanneer hij in Nederland is aangekomen. De minister kan daarom niet vaststellen of eiser zijn asielaanvraag onverwijld heeft ingediend. Tot slot stelt de minister zich op het standpunt dat eiser vanwege zijn nationaliteit en herkomst bij terugkeer naar Turkije geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade. Heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met eisers referentiekader? 5. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Hiertoe voert hij aan dat hij het niet gewend is om over zijn gevoelens te praten. Zo heeft hij vaak in de gehoren aangegeven dat hij zich schaamt om over zijn homoseksuele gevoelens te spreken. De minister had met het schaamtegevoel rekening moeten houden. Daarnaast heeft de minister onvoldoende doorgevraagd. In dat verband wijst eiser op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 2 september 2021. De minister heeft in het licht van eisers referentiekader niet uitgelegd waarom van eiser mocht worden verwacht dat hij meer inzicht zou geven. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. De rechtbank wijst op het referentiekader zoals dat door de minister is opgenomen in het voornemen, waarbij de minister heeft gewezen op eisers leeftijd, opleidingsniveau en de diverse werkzaamheden die hij in zijn leven heeft verricht. De minister wijst er terecht op dat niet duidelijk is hoe schaamtegevoelens hem zouden belemmeren om authentieke verklaringen af te leggen. De minister heeft hierbij mogen meewegen dat uit de verklaringen van eiser blijkt dat hij gaandeweg het gehoor vrij open lijkt te zijn over zijn gevoelens en dat hij zijn homoseksuele gerichtheid zonder blijk van worsteling lijkt te hebben geaccepteerd. De rechtbank ziet dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de minister onvoldoende rekening zou hebben gehouden met eisers referentiekader. Eisers verwijzing naar de Afdelingsuitspraak van 2 september 2021 leidt niet tot een ander oordeel, omdat uit de gehoren niet blijkt dat de minister heeft nagelaten door te vragen op relevante punten. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft de minister eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte ongeloofwaardig geacht? 6. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zijn verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. Volgens eiser heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat hij geen documenten heeft overgelegd, nu eiser door het ontbreken van een code geen toegang heeft tot zijn E-Devlet en deze documenten bovendien niet direct relevant zijn voor zijn vertrek uit Turkije. Daarnaast betoogt eiser dat zijn verklaringen wel degelijk een samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Zo heeft eiser uitvoerig verklaard over zijn homoseksuele gevoelens en de ontwikkeling daarvan, mede in relatie tot zijn testosterongebruik, alsook over eerdere ervaringen en zijn huidige relatie. Zo heeft eiser toegelicht wat hem in zijn partner aantrekt, hoe hun relatie is opgebouwd en wat zij doen samen. Ook heeft de minister volgens eiser onvoldoende waarde toegekend aan verklaringen en foto’s van zijn partner en de andere getuigen. De minister had eisers partner ook moeten horen.
Volledig
Verder voert eiser aan dat zijn verklaringen over de betrapping niet ongerijmd zijn. Hij wijst er ook op dat hij in Turkije in kleine dorpen heeft gewoond, waar hij zijn homoseksuele gerichtheid niet kon beleven, en dat hij tot aan zijn vertrek problemen heeft ondervonden, terwijl hij bleef volhouden om in Turkije te blijven wonen vanwege zijn zoon. Tot slot betoogt eiser dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de oorzaak van het faillissement van zijn bedrijf en over de datum van aankomst in Nederland en dat dus niet vastgesteld kan worden dat eiser zijn asielaanvraag niet onverwijld heeft ingediend. 6.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. De minister heeft hieraan ten grondslag mogen leggen dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Eiser heeft verklaard dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid problemen heeft ondervonden, waardoor hij niet meer kon werken en zijn bedrijf failliet is gegaan. Volgens eiser is naar aanleiding hiervan een rechtszaak tegen hem gestart. De minister heeft documenten in dit verband van belang mogen achten voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers verklaringen. De verklaring van eiser dat hij, of een daartoe gemachtigde, niet in E-Devlet kan inloggen om aan deze documenten te komen, heeft de minister onvoldoende mogen achten. Daarbij heeft de minister mogen verwijzen naar openbare informatie waaruit blijkt dat een advocaat eisers E-Devlet-code niet nodig heeft, maar via het eigen advocatenportaal documenten van personen die hem daartoe hebben gemachtigd kan inzien. 6.2. Daarnaast heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet op een samenhangende en aannemelijke wijze heeft verklaard over zijn gestelde homoseksuele gerichtheid. De minister eiser mogen tegenwerpen dat hij zonder goede reden geen documenten overgelegd om zijn verklaringen te onderbouwen. Ook heeft de minister eiser mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over de ontdekking van zijn homoseksuele gerichtheid oppervlakkig en vaag zijn gebleven. Eiser heeft niet duidelijk kunnen uitleggen wat deze ontdekking emotioneel met hem deed, behalve dat het ‘leuk, apart en fijn’ voelde. Eiser heeft verklaard dat hij vóór 2011 ook gevoelens had voor mannen, maar dat hij toen angst voelde en zijn gevoelens niet durfde te beleven. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet inzichtelijk wordt wat ertoe heeft geleid dat eiser rond 2010/2011 wel gehoor gaf aan deze gevoelens. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen over de invloed/het effect van het testosterongebruik op de uiting van zijn homoseksuele gerichtheid vaag en onvoldoende concreet zijn. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze het gebruik van testosteron zijn gevoelens en gedragingen heeft beïnvloed, noch hoe zich dit verhoudt tot zijn verklaring dat hij inmiddels al geruime tijd geen testosteron meer gebruikt. Ook heeft de minister eisers verklaringen over het ontstaan en het verloop van zijn tienjarige relatie met [naam 2] als vaag en oppervlakkig mogen aanmerken. Eiser heeft niet duidelijk kunnen uitleggen hoe deze relatie zich buiten de massagesalon heeft ontwikkeld. Ook zijn de verklaringen over wat hem in [naam 2] aantrekt weinig persoonlijk. Eiser heeft slechts enkele karaktereigenschappen van zijn partner genoemd en verklaard dat zijn partner zorgzaam was wanneer hij ziek was. Op de vraag of hij nog andere zaken kon noemen, heeft eiser grotendeels herhaald wat hij eerder al had verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de nadruk ligt op eisers eigen verklaringen en dat de overgelegde brief en foto’s van [naam 2] hier weinig aan toevoegen en de conclusie over eisers verklaringen niet veranderen. Dit geldt ook voor de andere overgelegde getuigenverklaringen. Eiser heeft ook niet aannemelijk kunnen maken waarom hij mannen intiem zou aanraken tijdens massages en daarmee een risico zou nemen voor zichzelf en zijn bedrijf. Verder volgt de minister eiser niet in zijn verklaringen dat hij in zijn woonplaatsen [plaats 1] en [plaats 2] zijn homoseksuele gevoelens niet kon beleven, omdat dit kleine dorpen zijn waar iedereen elkaar kent. In dit kader heeft de minister mogen verwijzen naar openbare informatie waaruit blijkt dat [plaats 2] één van de meest LHBTI+ vriendelijke plekken in Turkije is. 6.3. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ook ongeloofwaardig heeft verklaard over de uit zijn homoseksuele gerichtheid voortvloeiende problemen. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaring dat hij de deur van de massagesalon niet op slot heeft gedaan, terwijl hij intieme handelingen verrichte bij/met een man, ongerijmd zijn. De minister heeft eiser niet ten onrechte tegengeworpen dat zijn verklaringen over de betrapping ongerijmd zijn. In dit verband heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet te volgen is waarom eiser op zijn werk intieme handelingen zou verrichten en dus een verhoogd risico op betrapping zou nemen. Daarnaast heeft de minister van belang mogen achten dat eiser, ondanks de door hem gestelde mishandelingen, bedreigingen en chantage sinds 2011/2013/2014, tot 2018 in Turkije is gebleven en daar zonder problemen kon werken in een massagesalon en vindbaar was. Eisers verklaring dat hij minder ging werken en bleef volhouden voor zijn zoon maakt dit niet anders. Verder heeft de minister eiser mogen tegenwerpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de oorzaak van het faillissement van zijn bedrijf. In het proces-verbaal heeft eiser verklaard dat het faillissement het gevolg was van de hoge inflatie en de coronapandemie. Later, tijdens het nader gehoor, heeft hij echter verklaard dat dit kwam doordat hij minder massagediensten voor hotels verrichtte. De minister verwacht niet ten onrechte van eiser, nu hij manager was en de massagesalon gedurende een aanzienlijke periode heeft geëxploiteerd, dat hij consequent kan verklaren over de reden van het faillissement. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet voldoen aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. 6.4. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij tegenstrijdig heeft verklaard over zijn aankomstdatum in Nederland. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld of eiser zijn asielaanvraag onverwijld heeft ingediend. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in maart 2022 vanwege de oorlog in Oekraïne naar Polen is vertrokken en daar twee jaar heeft verbleven. In de correcties en aanvullingen heeft eiser echter verklaard dat hij in maart 2022 direct is doorgereisd naar Nederland. Eiser betoogt dat er verwarring is ontstaan omdat Hollanda en Pollanda op elkaar lijken. De minister heeft eiser echter mogen tegenwerpen dat dit niet aannemelijk is en dat uit zijn verklaring juist blijkt dat hij bewust in Polen is gebleven om af te wachten of de oorlog zou worden beëindigd. Deze verklaring wijst daarom niet op een misverstand. Daarnaast heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat Polen in het Turks niet Pollanda is, maar Polonya. Dit verschilt wezenlijk van Hollanda. Ook de getuigenverklaringen die eiser in dit kader heeft overgelegd leiden niet tot een ander oordeel nu deze verklaringen berusten op verklaringen van derden en niet als objectief bewijs kunnen worden beschouwd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7.
Volledig
Verder voert eiser aan dat zijn verklaringen over de betrapping niet ongerijmd zijn. Hij wijst er ook op dat hij in Turkije in kleine dorpen heeft gewoond, waar hij zijn homoseksuele gerichtheid niet kon beleven, en dat hij tot aan zijn vertrek problemen heeft ondervonden, terwijl hij bleef volhouden om in Turkije te blijven wonen vanwege zijn zoon. Tot slot betoogt eiser dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de oorzaak van het faillissement van zijn bedrijf en over de datum van aankomst in Nederland en dat dus niet vastgesteld kan worden dat eiser zijn asielaanvraag niet onverwijld heeft ingediend. 6.1. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ongeloofwaardig heeft verklaard over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. De minister heeft hieraan ten grondslag mogen leggen dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn asielmotief volledig onderbouwen. Eiser heeft verklaard dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid problemen heeft ondervonden, waardoor hij niet meer kon werken en zijn bedrijf failliet is gegaan. Volgens eiser is naar aanleiding hiervan een rechtszaak tegen hem gestart. De minister heeft documenten in dit verband van belang mogen achten voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van eisers verklaringen. De verklaring van eiser dat hij, of een daartoe gemachtigde, niet in E-Devlet kan inloggen om aan deze documenten te komen, heeft de minister onvoldoende mogen achten. Daarbij heeft de minister mogen verwijzen naar openbare informatie waaruit blijkt dat een advocaat eisers E-Devlet-code niet nodig heeft, maar via het eigen advocatenportaal documenten van personen die hem daartoe hebben gemachtigd kan inzien. 6.2. Daarnaast heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet op een samenhangende en aannemelijke wijze heeft verklaard over zijn gestelde homoseksuele gerichtheid. De minister eiser mogen tegenwerpen dat hij zonder goede reden geen documenten overgelegd om zijn verklaringen te onderbouwen. Ook heeft de minister eiser mogen tegenwerpen dat zijn verklaringen over de ontdekking van zijn homoseksuele gerichtheid oppervlakkig en vaag zijn gebleven. Eiser heeft niet duidelijk kunnen uitleggen wat deze ontdekking emotioneel met hem deed, behalve dat het ‘leuk, apart en fijn’ voelde. Eiser heeft verklaard dat hij vóór 2011 ook gevoelens had voor mannen, maar dat hij toen angst voelde en zijn gevoelens niet durfde te beleven. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet inzichtelijk wordt wat ertoe heeft geleid dat eiser rond 2010/2011 wel gehoor gaf aan deze gevoelens. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eisers verklaringen over de invloed/het effect van het testosterongebruik op de uiting van zijn homoseksuele gerichtheid vaag en onvoldoende concreet zijn. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze het gebruik van testosteron zijn gevoelens en gedragingen heeft beïnvloed, noch hoe zich dit verhoudt tot zijn verklaring dat hij inmiddels al geruime tijd geen testosteron meer gebruikt. Ook heeft de minister eisers verklaringen over het ontstaan en het verloop van zijn tienjarige relatie met [naam 2] als vaag en oppervlakkig mogen aanmerken. Eiser heeft niet duidelijk kunnen uitleggen hoe deze relatie zich buiten de massagesalon heeft ontwikkeld. Ook zijn de verklaringen over wat hem in [naam 2] aantrekt weinig persoonlijk. Eiser heeft slechts enkele karaktereigenschappen van zijn partner genoemd en verklaard dat zijn partner zorgzaam was wanneer hij ziek was. Op de vraag of hij nog andere zaken kon noemen, heeft eiser grotendeels herhaald wat hij eerder al had verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de nadruk ligt op eisers eigen verklaringen en dat de overgelegde brief en foto’s van [naam 2] hier weinig aan toevoegen en de conclusie over eisers verklaringen niet veranderen. Dit geldt ook voor de andere overgelegde getuigenverklaringen. Eiser heeft ook niet aannemelijk kunnen maken waarom hij mannen intiem zou aanraken tijdens massages en daarmee een risico zou nemen voor zichzelf en zijn bedrijf. Verder volgt de minister eiser niet in zijn verklaringen dat hij in zijn woonplaatsen [plaats 1] en [plaats 2] zijn homoseksuele gevoelens niet kon beleven, omdat dit kleine dorpen zijn waar iedereen elkaar kent. In dit kader heeft de minister mogen verwijzen naar openbare informatie waaruit blijkt dat [plaats 2] één van de meest LHBTI+ vriendelijke plekken in Turkije is. 6.3. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ook ongeloofwaardig heeft verklaard over de uit zijn homoseksuele gerichtheid voortvloeiende problemen. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaring dat hij de deur van de massagesalon niet op slot heeft gedaan, terwijl hij intieme handelingen verrichte bij/met een man, ongerijmd zijn. De minister heeft eiser niet ten onrechte tegengeworpen dat zijn verklaringen over de betrapping ongerijmd zijn. In dit verband heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet te volgen is waarom eiser op zijn werk intieme handelingen zou verrichten en dus een verhoogd risico op betrapping zou nemen. Daarnaast heeft de minister van belang mogen achten dat eiser, ondanks de door hem gestelde mishandelingen, bedreigingen en chantage sinds 2011/2013/2014, tot 2018 in Turkije is gebleven en daar zonder problemen kon werken in een massagesalon en vindbaar was. Eisers verklaring dat hij minder ging werken en bleef volhouden voor zijn zoon maakt dit niet anders. Verder heeft de minister eiser mogen tegenwerpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de oorzaak van het faillissement van zijn bedrijf. In het proces-verbaal heeft eiser verklaard dat het faillissement het gevolg was van de hoge inflatie en de coronapandemie. Later, tijdens het nader gehoor, heeft hij echter verklaard dat dit kwam doordat hij minder massagediensten voor hotels verrichtte. De minister verwacht niet ten onrechte van eiser, nu hij manager was en de massagesalon gedurende een aanzienlijke periode heeft geëxploiteerd, dat hij consequent kan verklaren over de reden van het faillissement. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eisers verklaringen over zijn homoseksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen niet voldoen aan artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw 2000. 6.4. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat hij tegenstrijdig heeft verklaard over zijn aankomstdatum in Nederland. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld of eiser zijn asielaanvraag onverwijld heeft ingediend. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in maart 2022 vanwege de oorlog in Oekraïne naar Polen is vertrokken en daar twee jaar heeft verbleven. In de correcties en aanvullingen heeft eiser echter verklaard dat hij in maart 2022 direct is doorgereisd naar Nederland. Eiser betoogt dat er verwarring is ontstaan omdat Hollanda en Pollanda op elkaar lijken. De minister heeft eiser echter mogen tegenwerpen dat dit niet aannemelijk is en dat uit zijn verklaring juist blijkt dat hij bewust in Polen is gebleven om af te wachten of de oorlog zou worden beëindigd. Deze verklaring wijst daarom niet op een misverstand. Daarnaast heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat Polen in het Turks niet Pollanda is, maar Polonya. Dit verschilt wezenlijk van Hollanda. Ook de getuigenverklaringen die eiser in dit kader heeft overgelegd leiden niet tot een ander oordeel nu deze verklaringen berusten op verklaringen van derden en niet als objectief bewijs kunnen worden beschouwd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie en gevolgen 7.