Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:8566
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:8566 text/xml public 2026-04-10T10:14:46 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-24 NL25.30153 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8566 text/html public 2026-04-10T10:14:19 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8566 Rechtbank Den Haag , 24-03-2026 / NL25.30153 Asiel, Colombia, binnenlands beschermingsalternatief. De minister heeft mogen uitgaan van de mogelijkheid dat eiseres zich in andere delen van Colombia aan haar ex-partner kan onttrekken. Het beroep van eiseres slaagt dan ook niet. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.30153 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. S.J. Koolen), en de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. E. Konstapel). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft met het bestreden besluit van 1 juli 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en D.P. Navarete als tolk. Beoordeling door de rechtbank Het asielrelaas 3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres vreest bij terugkeer naar Colombia voor problemen met haar ex-partner. Eiseres is gedurende hun relatie (seksueel) mishandeld door haar ex-partner. Tijdens hun relatie is eiseres een relatie begonnen met een vrouw. Haar ex-partner is erachter gekomen dat eiseres op vrouwen valt, waarna eiseres werd bedreigd middels pamfletten en appjes. Eiseres heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie maar zij heeft alleen nummers gekregen om in geval van nood te bellen. Eiseres is vervolgens vertrokken naar haar nichtje. Bij een bezoek aan haar ouders bleek dat haar ex-partner hun had verteld over haar seksuele gerichtheid. Eiseres werd geslagen door haar vader en verbannen. Omdat haar vader aan haar ex-partner had verteld dat zij bij haar nichtje verbleef, kon hij haar daar opzoeken. Omdat eiseres geen bescherming of steun kreeg van de politie en haar familie, heeft eiseres Colombia verlaten. Eiseres vreest bij terugkeer naar Colombia door haar ex-partner te worden vermoord. Het bestreden besluit 4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven: Identiteit, nationaliteit en herkomst; Problemen met ex-partner, mede als gevolg van haar seksuele gerichtheid. 5. De minister heeft beide asielmotieven geloofwaardig geacht. Uit de verklaringen van eiseres blijkt volgens de minister desondanks niet dat zij in aanmerking komt voor vluchtelingschap of dat bij terugkeer naar Colombia sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De minister neemt namelijk een binnenlands beschermingsalternatief aan. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen. Heeft de minister een binnenlands beschermingsalternatief mogen aannemen? 6. Eiseres stelt dat de minister ten onrechte heeft overwogen dat zij zich aan de dreiging van haar ex kan onttrekken door zich elders in Colombia te vestigen. Hiertoe voert eiseres aan dat de minister de bewijslastverdeling op dit punt heeft miskent. Eiseres wijst er in dit verband op dat haar ex-partner haar eerder ook in een andere stad heeft kunnen vinden. Hij is dus gedreven en heeft de mogelijkheden om haar binnen Colombia op te sporen. Verder stelt eiseres dat haar ex-partner haar kan vinden via verschillende (overheids)systemen met de informatie die hij heeft, met name via haar persoonsnummer. Ook vindt eiseres dat niet van haar kan worden verwacht dat zij haar leven terughoudend leidt om te voorkomen dat haar ex haar elders in Colombia achterhaald. Zij moet vrij zijn om zich te kunnen uiten, bijvoorbeeld op sociale media. Verder heeft eiseres enkele artikelen overgelegd waaruit blijkt dat in Colombia vaker vrouwen het slachtoffer zijn van geweld en femicide. Tenslotte stelt eiseres zich op het standpunt dat de minister onvoldoende heeft onderzocht en gemotiveerd dat er plaatsen zijn waar zij onder acceptabele omstandigheden kan leven. Hierbij moet ook haar seksuele identiteit een rol spelen. 7. De rechtbank overweegt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 24 september 2024 volgt dat de minister een binnenlands beschermingsalternatief, in de zin van een vlucht- of vestigingsalternatief mag tegenwerpen als een vreemdeling in een deel van zijn land van herkomst geen gegronde vrees heeft voor vervolging en daar ook geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verder moet dat deel van het land toegankelijk zijn voor die vreemdeling en moet hij op een veilige en wettige manier daarnaartoe kunnen reizen. Ook moet de minister redelijkerwijs van de vreemdeling mogen verwachten dat hij zich er vestigt. Als de minister aannemelijk heeft gemaakt dat aan deze voorwaarden is voldaan, is het aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat het vestigingsalternatief in zijn geval niet aanwezig is en dat van hem niet kan worden verlangd dat hij zich elders in het land vestigt. 8. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich, aan de hand van bovengenoemde voorwaarden, op het standpunt heeft kunnen stellen dat er voor eiseres in Colombia een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is. Hierbij is het volgende van belang. 9. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar ex-partner haar landelijk kan opsporen of bedreigen. Dat haar ex-partner haar eerder bij haar nichtje heeft kunnen vinden, leidt niet tot een ander oordeel. Hierbij heeft de minister betekenis mogen toekennen aan de omstandigheid dat dit gelukt is met behulp van haar ouders, die hem haar verblijfplaats hadden verteld. Nergens blijkt uit dat haar ex op andere wijze achter haar verblijfplaats zou kunnen komen. De stelling dat hij gebruik kan maken van (overheids)systemen om haar - met behulp van haar persoonsnummer of anderszins - te achterhalen, is niet onderbouwd. Ook overigens is niet met concrete feiten of objectieve bronnen onderbouwd dat de ex-partner van eiseres daadwerkelijk over de middelen of invloed beschikt om haar in het hele land te achterhalen. De minister mag daarbij van eiseres verwachten dat zij bewust omgaat met de informatie die zij deelt met derden, bijvoorbeeld via social media als ook in de contacten met haar ouders, van wie bekend is dat zij niet het beste met haar voorhebben . Tenslotte kan eiseres niet middels artikelen waaruit blijkt dat femicide in zijn algemeenheid voorkomt in Colombia aannemelijk maken dat zij zich in haar specifieke geval niet kan onttrekken door zich elders in Colombia te vestigen. 10. Daar komt bij dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat van eiseres redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij zich elders in Colombia vestigt. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat eiseres een opleiding heeft afgerond en werkervaring heeft, zodat zij in staat moet worden geacht in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Ook heeft de minister mogen meewegen dat eiseres eerder in verschillende plaatsen een bestaan heeft weten op te bouwen.