Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:8287
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,693 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 text/xml public 2026-04-17T11:32:19 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-09 C/09/697328 / FA RK 26-180 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 text/html public 2026-04-17T11:31:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 Rechtbank Den Haag , 09-03-2026 / C/09/697328 / FA RK 26-180 Voorlopige voorzieningen. Vaststelling voorlopige zorgregeling, rekening houdend met beperkte draagkracht vrouw. Toevertrouwing kinderen aan man. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-180 Zaaknummer: C/09/697328 Datum beschikking: 9 maart 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 7 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.A. Spek in Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Ertekin in 's-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift namens de man; het bericht van 19 februari 2026, met intrekking van verzoeken, namens de man; de brief van 20 februari 2026, met aanvullend verzoek, namens de man; het bericht van 20 februari 2026 namens de vrouw. De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hun mening gegeven over de verzoeken in een gesprek met de rechter. Op 23 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, de vrouw met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2013 in [plaats] , [land] . Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] ; [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ; [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Bij vonnis in kort geding van 16 december 2025 van deze rechtbank is bepaald dat: de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en mitsdien bevolen dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben van vrijdag uit school of vanaf 13.00 uur als er geen school is tot maandag naar school of tot 11.00 uur als er geen school is, mits hij een geschikte overnachtingsplek (vakantiewoning/hotel/verblijf bij grootmoeder) voor hen kan regelen. Wanneer de man geen geschikte overnachtingsplek voor de kinderen kan regelen is de man voorlopig gerechtigd de kinderen bij zich te hebben: - vrijdag uit school of vanaf 13.00 uur als er geen school is tot 19.00 uur; - zaterdag van 11.00 uur tot 19.00 uur; - zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur. - Volgens de Basisregistratie Personen hebben beide ouders en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de man – na wijziging – strekt ertoe dat: - de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen drieënhalve dag per week bij de man zijn en drieënhalve dag per week bij de vrouw, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast. Toevertrouwing kinderen en voorlopige zorgregeling Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Op 27 november 2025 heeft de vrouw, samen met het verzoek tot echtscheiding, een verzoek tot voorlopige voorzieningen ingediend (onder zaak- en rekestnummer C/09/695276 en FA RK 25-8970). In het kort geding vonnis van 16 december 2025 is overwogen dat de beslissing met name wordt genomen ter overbrugging tot er in die aanhangig gemaakte voorlopige voorzieningenprocedure uitspraak is gedaan; de zitting daarvoor stond gepland op 30 december 2025. Na de uitspraak in kort geding heeft de vrouw echter het verzoek tot voorlopige voorzieningen ingetrokken. Vervolgens heeft de man een verzoek tot voorlopige voorzieningen ingediend in de onderhavige procedure. De man heeft inmiddels een eigen woning, waar hij ook de kinderen kan ontvangen. De vrouw verblijft in de voormalig echtelijke woning. Partijen hebben in onderling overleg andere afspraken over de omgang gemaakt dan bij kort geding vonnis is besloten. De kinderen overnachten ook bij de man en zijn ongeveer de helft van de tijd bij hem. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat sinds het verzoek tot echtscheiding is gedaan, de kinderen zich opstandig gedragen als ze bij haar zijn. De vrouw kan daardoor de zorg voor de kinderen moeilijk aan en zij heeft op dit moment geen draagkracht voor een co-ouderschapsregeling. Zij wil graag een voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen doordeweeks bij de man zijn en in het weekend bij haar. Gebleken is dat Kracht en het Veilig Verder Team bij het gezin betrokken zijn, vanwege een huisverbod dat in november 2025 aan de man is opgelegd. Ook heeft de vrouw gesprekken gehad met Jeugdformaat. Net als de Raad acht de rechtbank het dringend aangewezen dat de vrouw op zo kort mogelijke termijn opvoedondersteuning ontvangt. Het is de rechtbank onduidelijk of de vrouw daarvoor op dit moment al op een wachtlijst bij Kracht staat. Mocht dat niet zo zijn, dan moet de vrouw dit zo snel mogelijk met de betrokken hulpverlening bespreken. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij regelmatig contact met beide ouders hebben en dat er een duidelijke voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld. Net als de Raad acht de rechtbank het ook belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de huidige draagkracht van de vrouw. Op de zitting is met partijen gesproken over hoe de voorlopige zorgregeling het beste vorm kan worden gegeven, ook gelet op de mogelijkheden van beide partijen en de activiteiten van de kinderen. De rechtbank zal een voorlopige zorgregeling vaststellen waarbij de kinderen bij de vrouw zijn in de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school en in de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school. Op die manier hebben beide ouders om en om een weekend met de kinderen en een weekend voor zichzelf. Ook is het voor de vrouw duidelijk dat de kinderen elke week vanaf donderdag uit school bij haar zijn. Op de zitting is verder besproken dat de man elke week op zaterdag [de minderjarige 1] naar de voetbalwedstrijden brengt, ook in het weekend dat de kinderen bij de vrouw zijn. De vrouw moet in de weekenden dat de kinderen bij haar zijn zorg dragen voor de zwemles van [de minderjarige 3] . Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om de kinderen aan de man toe te vertrouwen. Hij draagt namelijk het grootste deel van de zorg voor hen en de vrouw heeft aangegeven de zorg voor de kinderen op dit moment niet goed aan te kunnen. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de man toewijzen.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 text/xml public 2026-04-17T11:32:19 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-09 C/09/697328 / FA RK 26-180 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 text/html public 2026-04-17T11:31:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8287 Rechtbank Den Haag , 09-03-2026 / C/09/697328 / FA RK 26-180 Voorlopige voorzieningen. Vaststelling voorlopige zorgregeling, rekening houdend met beperkte draagkracht vrouw. Toevertrouwing kinderen aan man. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-180 Zaaknummer: C/09/697328 Datum beschikking: 9 maart 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 7 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.A. Spek in Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. T. Ertekin in 's-Gravenhage. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift namens de man; het bericht van 19 februari 2026, met intrekking van verzoeken, namens de man; de brief van 20 februari 2026, met aanvullend verzoek, namens de man; het bericht van 20 februari 2026 namens de vrouw. De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hun mening gegeven over de verzoeken in een gesprek met de rechter. Op 23 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man met zijn advocaat, de vrouw met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Feiten De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2013 in [plaats] , [land] . Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen: [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] ; [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ; [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2021 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit. Bij vonnis in kort geding van 16 december 2025 van deze rechtbank is bepaald dat: de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en mitsdien bevolen dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; de man voorlopig gerechtigd is om de kinderen bij zich te hebben van vrijdag uit school of vanaf 13.00 uur als er geen school is tot maandag naar school of tot 11.00 uur als er geen school is, mits hij een geschikte overnachtingsplek (vakantiewoning/hotel/verblijf bij grootmoeder) voor hen kan regelen. Wanneer de man geen geschikte overnachtingsplek voor de kinderen kan regelen is de man voorlopig gerechtigd de kinderen bij zich te hebben: - vrijdag uit school of vanaf 13.00 uur als er geen school is tot 19.00 uur; - zaterdag van 11.00 uur tot 19.00 uur; - zondag van 11.00 uur tot 19.00 uur. - Volgens de Basisregistratie Personen hebben beide ouders en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer Het verzoek van de man – na wijziging – strekt ertoe dat: - de minderjarige kinderen van partijen aan de man worden toevertrouwd; - een voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen drieënhalve dag per week bij de man zijn en drieënhalve dag per week bij de vrouw, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht In deze voorlopige voorzieningenprocedure heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en wordt Nederlands recht toegepast. Toevertrouwing kinderen en voorlopige zorgregeling Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. Op 27 november 2025 heeft de vrouw, samen met het verzoek tot echtscheiding, een verzoek tot voorlopige voorzieningen ingediend (onder zaak- en rekestnummer C/09/695276 en FA RK 25-8970). In het kort geding vonnis van 16 december 2025 is overwogen dat de beslissing met name wordt genomen ter overbrugging tot er in die aanhangig gemaakte voorlopige voorzieningenprocedure uitspraak is gedaan; de zitting daarvoor stond gepland op 30 december 2025. Na de uitspraak in kort geding heeft de vrouw echter het verzoek tot voorlopige voorzieningen ingetrokken. Vervolgens heeft de man een verzoek tot voorlopige voorzieningen ingediend in de onderhavige procedure. De man heeft inmiddels een eigen woning, waar hij ook de kinderen kan ontvangen. De vrouw verblijft in de voormalig echtelijke woning. Partijen hebben in onderling overleg andere afspraken over de omgang gemaakt dan bij kort geding vonnis is besloten. De kinderen overnachten ook bij de man en zijn ongeveer de helft van de tijd bij hem. Op de zitting heeft de vrouw aangegeven dat sinds het verzoek tot echtscheiding is gedaan, de kinderen zich opstandig gedragen als ze bij haar zijn. De vrouw kan daardoor de zorg voor de kinderen moeilijk aan en zij heeft op dit moment geen draagkracht voor een co-ouderschapsregeling. Zij wil graag een voorlopige zorgregeling waarbij de kinderen doordeweeks bij de man zijn en in het weekend bij haar. Gebleken is dat Kracht en het Veilig Verder Team bij het gezin betrokken zijn, vanwege een huisverbod dat in november 2025 aan de man is opgelegd. Ook heeft de vrouw gesprekken gehad met Jeugdformaat. Net als de Raad acht de rechtbank het dringend aangewezen dat de vrouw op zo kort mogelijke termijn opvoedondersteuning ontvangt. Het is de rechtbank onduidelijk of de vrouw daarvoor op dit moment al op een wachtlijst bij Kracht staat. Mocht dat niet zo zijn, dan moet de vrouw dit zo snel mogelijk met de betrokken hulpverlening bespreken. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij regelmatig contact met beide ouders hebben en dat er een duidelijke voorlopige zorgregeling wordt vastgesteld. Net als de Raad acht de rechtbank het ook belangrijk dat er rekening wordt gehouden met de huidige draagkracht van de vrouw. Op de zitting is met partijen gesproken over hoe de voorlopige zorgregeling het beste vorm kan worden gegeven, ook gelet op de mogelijkheden van beide partijen en de activiteiten van de kinderen. De rechtbank zal een voorlopige zorgregeling vaststellen waarbij de kinderen bij de vrouw zijn in de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school en in de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school. Op die manier hebben beide ouders om en om een weekend met de kinderen en een weekend voor zichzelf. Ook is het voor de vrouw duidelijk dat de kinderen elke week vanaf donderdag uit school bij haar zijn. Op de zitting is verder besproken dat de man elke week op zaterdag [de minderjarige 1] naar de voetbalwedstrijden brengt, ook in het weekend dat de kinderen bij de vrouw zijn. De vrouw moet in de weekenden dat de kinderen bij haar zijn zorg dragen voor de zwemles van [de minderjarige 3] . Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om de kinderen aan de man toe te vertrouwen. Hij draagt namelijk het grootste deel van de zorg voor hen en de vrouw heeft aangegeven de zorg voor de kinderen op dit moment niet goed aan te kunnen. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de man toewijzen.