Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-04-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:8263
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: SGR 25/2002 en 25/2204 uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de zaken tussen [eiseres] , uit [vestigingsplaats] ( [land] ), eiseres (gemachtigden: mr. M. van Weeren en mr. G.J.S. Pannekoek), en de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder (gemachtigden: mr. K. Hollemans en mr. M.J. Reitsema). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiseres tegen een invorderingsbesluit en de openbaarmaking hiervan. 1.1. Verweerder heeft bij besluit van 2 mei 2024 verbeurde dwangsommen ingevorderd (het invorderingsbesluit). Bij een afzonderlijk besluit van 2 mei 2024 heeft verweerder beslist tot openbaarmaking van het invorderingsbesluit (openbaarmakingsbesluit 1). Met het besluit van 4 maart 2025 (bestreden besluit 1) heeft verweerder beslist op de bezwaren van eiseres. Het beroep van eiseres tegen bestreden besluit 1 is geregistreerd onder nummer SGR 25/2002. 1.2. Bij afzonderlijk besluit van 4 maart 2025 (bestreden besluit 2) heeft verweerder beslist tot openbaarmaking van bestreden besluit 1. Het bezwaar van eiseres tegen dit besluit is in behandeling genomen als een rechtstreeks beroep en geregistreerd onder nummer SGR 25/2204. 1.3. Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft de beroepen op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. G.J.S. Pannekoek en de gemachtigden van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Waar gaan de zaken over? 2.1 Eiseres beschikt niet over een vergunning voor het aanbieden van online kansspelen in Nederland. Op 8 maart 2022 heeft een toezichthouder van verweerder een website van eiseres (www.sons-of-slots.com) onderzocht. De toezichthouder heeft vastgesteld dat het mogelijk is om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen die worden aangeboden via deze website en dat eiseres hiermee artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen (Wok) heeft overtreden. Verweerder heeft daarom op 17 augustus 2022 een last onder dwangsom aan eiseres opgelegd. De last houdt in dat eiseres binnen twee weken alle gelegenheid om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen op afstand, waarvoor geen vergunning op grond van de Wok is verleend, moet beëindigen en beëindigd moet houden. Dit omvat het aanbieden van kansspelen via de door verweerder onderzochte websites en alle andere websites die in eigendom of beheer zijn bij eiseres. Doet eiseres dit niet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 55.000,- per week tot een maximum van € 165.000,-. 2.2 Op 10 oktober 2022 is (na onderzoek van de websites www.sonsofslots.com, www.svenplay.com, www.wallacebet.com, www.lapilanders.com, www.onestepcasino.com, www.nucleonbet.com, www.bonusbet.com) vastgesteld dat eiseres aan de last heeft voldaan. 2.3 Een jaar later op 11 oktober, 25 oktober en 2 november 2023 is echter vastgesteld dat de website www.yuqibet com van eiseres vanuit een Nederlands IP-adres toegankelijk was en dat er daarnaast sprake was van meerdere kenmerken van gerichtheid op de Nederlandse markt. Daarom heeft zij volgens verweerder de last overtreden en zijn van rechtswege drie dwangsommen verbeurd ter hoogte van in totaal € 165.000,-. Omdat de verbeurde dwangsommen niet zijn betaald, is verweerder overgegaan tot invordering. Wat zijn de regels? 3. De relevante regels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Wat vindt eiseres in beroep? 4.1 Eiseres voert aan dat zij het verbod van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok niet heeft overtreden. Verweerder legt dit verbod te ruim uit. Het verbod wordt pas overtreden als niet alleen kan worden deelgenomen aan kansspelen op een website, maar ook sprake is van gerichtheid op de Nederlandse markt. Daarvan is geen sprake. Verder heeft zij bij de website www.yuqibet com wel degelijk technische maatregelen getroffen om deelneming vanuit Nederland onmogelijk te maken. Zij heeft dezelfde geolocatie-technieken toegepast Het openbaar maken van het invorderingsbesluit valt niet binnen de taak van het betrokken bestuursorgaan. Verder voorziet het openbaarmakingsbeleid van verweerder niet in het openbaar maken van invorderingsbesluiten. Met openbaarmaking is ook geen enkel maatschappelijk belang gediend. Wat is het oordeel van de rechtbank? Zijn de dwangsommen verbeurd? 5. Het besluit waarbij verweerder aan eiseres de last onder dwangsom heeft opgelegd staat in rechte vast. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen in de procedure tegen de invorderingsbeschikking met succes gronden naar voren worden gebracht die tegen de last onder dwangsom naar voren gebracht hadden kunnen worden. Een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld worden aangenomen als evident is dat er geen overtreding is gepleegd of betrokkene geen overtreder is. Ter beoordeling staat of de dwangsommen van rechtswege zijn verbeurd. 5.1 De rechtbank overweegt dat eiseres in een bezwaarprocedure tegen de last had kunnen aanvoeren dat geen sprake is van gerichtheid op de Nederlandse markt en dat daarom artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wok niet is overtreden. Niet evident is dat eiseres geen overtreding heeft gepleegd. Overigens heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat sprake was van meerdere kenmerken van gerichtheid op de Nederlandse markt, zoals het rechtstreeks vanaf een Nederlandse bankrekening kunnen betalen met iDEAL en met de valuta Euro. 5.2 Aangezien de last vermeldt dat eiseres alle gelegenheid moet beëindigen en dat dit geldt voor al haar websites, was het voldoende duidelijk dat zij ervoor moest zorgen dat het niet mogelijk was om vanuit Nederland deel te nemen aan kansspelen op afstand, ook op de niet eerder gecontroleerde websites. Voor zover het voor eiseres niet duidelijk was hoe zij precies aan de last moest voldoen en welke maatregelen zij daarvoor moest nemen, had zij dat kunnen aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het besluit waarbij de last onder dwangsom is opgelegd. De stelling van eiseres dat het op de weg van verweerder ligt om haar te voorzien van een nadere toelichting hoe zij de vermeende overtreding kon beëindigen, slaagt reeds daarom niet. 5.3 De rechtbank overweegt dat van eiseres mag worden verwacht dat zij voorkomt dat spelers met een Nederlands IP-adres, ongeacht of zij gebruik maken van een VPN, kunnen deelnemen aan de door haar aangeboden kansspelen. Daargelaten of het gebruik van VPN verder gaat dan het gedrag van een gemiddelde Nederlandse gebruiker, zijn er in de wet of de jurisprudentie geen aanwijzingen te vinden voor de conclusie dat eiseres niet verplicht zou zijn om de spelers uit te sluiten die zich in Nederland bevinden en gebruik maken van een VPN. De stelling van eiseres dat het technisch niet mogelijk is om te achterhalen dat iemand uit Nederland afkomstig is als diegene bij het inloggen een VPN gebruikt, volgt de rechtbank niet. Er bestaat software die kan herkennen dat een VPN wordt gebruikt en niet is komen vast te staan dat het in dat geval onmogelijk is om te achterhalen of sprake is van een Nederlands IP-adres. Zo zou er, als er niet direct wordt herkend dat het om een Nederlands IP-adres gaat, nader onderzoek kunnen worden gedaan of extra controles kunnen worden uitgevoerd. Op het moment dat wordt gesignaleerd dat iemand inlogt met een VPN moet in elk geval worden gekeken wat voor gegevens er verder zijn ingevuld. Ook wijst de rechtbank erop dat eiseres ervoor zou kunnen kiezen om helemaal niet toe te staan dat iemand met behulp van een VPN inlogt om zo te voorkomen dat er vanuit Nederland aan kansspelen op afstand wordt deelgenomen via haar websites. 5.4 Wat er ook zij van het voorgaande, de toezichthouder heeft in dit geval gekozen voor Nederlandse IP-adressen met locatie Amsterdam. Ook is bij het inloggen een adres in Den Haag vermeld. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het voor haar desondanks niet mogelijk was te herkennen dat de toezichthouder gebruik Dat eiseres als gevolg van de snelle hercontroles pas na het verbeuren van alle dwangsommen op de hoogte is gesteld van de eerste verbeurde dwangsom leidt niet tot de conclusie dat verweerder in redelijkheid niet alle dwangsommen mocht innen. Eiseres had kunnen voorkomen dat zij dwangsommen zou verbeuren door aan de last te voldoen. Zij was hiervoor zelf verantwoordelijk. Mocht verweerder het invorderingsbesluit openbaar maken? 7. Artikel 3.3, tweede lid, onderdeel k, onder 5o, van de Woo, dat sanctiebesluiten uitzondert van de actieve openbaarmakingsplicht voor bestuursorganen, is nog niet in werking getreden. Daarom moet worden beoordeeld of verweerder met toepassing van artikel 3.1 van de Woo mocht overgaan tot een spontane openbaarmaking van het invorderingsbesluit. 7.1 Het besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom is genomen in het kader van een aan verweerder door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat dwangsombesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Verweerder publiceert naast lasten onder dwangsom standaard ook de daarmee samenhangende invorderingsbesluiten. De rechtbank acht dat niet onredelijk. Dat invorderingsbesluiten niet specifiek genoemd worden in het openbaarmakingsbeleid, doet daar niet aan af. 7.2 In het geval van een voorgenomen spontane openbaarmaking op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Woo, is naast de beoordeling of de artikelen 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 aan openbaarmaking in de weg staan en of met de openbaarmaking een redelijk belang wordt gediend, een nadere afweging van belangen geboden. 7.3 Er bestaat geen grond voor het oordeel dat de wetgever iedere actieve openbaarmaking van een bestuurlijke (bestraffende) sanctie bij voorbaat onevenredig benadelend acht. De uitzondering die in het nog niet geldende artikel 3.3, tweede lid, onderdeel k, onder 5o, van de Woo is opgenomen, leidt er na inwerkingtreding van deze bepaling namelijk alleen toe dat er geen algemene plicht bestaat voor het bestuursorgaan besluiten inzake de oplegging van een bestuurlijke sanctie actief openbaar te maken. Dat neemt niet weg dat het bestuursorgaan bevoegd blijft op grond van artikel 3.1 van de Woo om hier uit eigen beweging toe te besluiten. 7.4 Eiseres heeft gesteld dat zij schade heeft geleden, maar heeft dit niet met concrete gegevens onderbouwd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het belang van transparantie en het verstrekken van informatie in redelijkheid zwaarder heeft kunnen laten wegen dan het belang van eiseres bij het voorkomen van schade. Verweerder mocht het invorderingsbesluit en de beslissing op bezwaar tegen dat besluit daarom publiceren op zijn website. Conclusie en gevolgen 8. De beroepen zijn ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, voorzitter, en mr. C.I.H. Kerstens-Fockens en mr. A.G.J. van Ouwerkerk, leden, in aanwezigheid van mr. M. de Graaf, griffier.Uitgesproken in het openbaar op 9 april 2026. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Af