Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-11
ECLI:NL:RBDHA:2026:8229
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,988 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 text/xml public 2026-04-16T14:27:50 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-11 SGR 25/8723 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 text/html public 2026-04-16T14:27:23 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 Rechtbank Den Haag , 11-03-2026 / SGR 25/8723 Beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen in medische zaak van het Uwv. De rechtbank bepaalt dat in dit soort zaken verweerder een termijn van zes weken wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten en dat hij vervolgens binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat een termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak recht doet aan de reële mogelijkheden van verweerder om op het herbeoordelingsverzoek te beslissen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat verweerder binnen negen weken een besluit bekend moet maken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/8723 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen Getru Koeltransport B.V., uit Bleiswijk, eiseres (gemachtigde: mr. F. Bovenberg), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv (gemachtigde: mr. B.M. de Wolff) Inleiding 1. [naam] , (ex-)werknemer van eiseres, ontvangt sinds 14 december 2021 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Op 25 maart 2024 heeft eiseres verzocht om een herbeoordeling van het recht van de (ex-)werknemer op deze WIA-uitkering. 1.1. Eiseres heeft op 5 december 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het herbeoordelingsverzoek. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek is overschreden. Eiseres heeft het Uwv op 27 september 2024 in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het herbeoordelingsverzoek. De rechtbank overweegt dat tussen het moment waarop eiseres het Uwv in gebreke heeft gesteld en het moment waarop zij beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit, meer dan een jaar is verstreken. Eiseres heeft echter een overzicht overgelegd van meerdere contactmomenten met medewerkers van het Uwv in deze periode. De juistheid van dit overzicht is door het Uwv niet betwist. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit onredelijk laat is ingesteld. Het beroep is gegrond. 3. Het Uwv heeft op 29 november 2024 een besluit genomen, waarin aan eiseres een dwangsom van € 1.442,- is toegekend. Gelet hierop hoeft de rechtbank de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet vast te stellen. 4. Omdat het Uwv nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Uwv dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. 4.1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het Uwv op te dragen binnen een redelijke termijn na de uitspraak een besluit bekend te maken. 4.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat de beslistermijn is overschreden vanwege het tekort aan verzekeringsartsen. 4.3 De rechtbank is van oordeel dat in dit soort zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de overwegingen in haar uitspraak van 27 februari 2025. In het kort komt het erop neer dat de rechtbank bij haar oordeel dat sprake is van een bijzonder geval met name gewicht heeft toegekend aan de omstandigheden dat het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is en dat al geruime tijd sprake is van tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv waardoor beslistermijnen structureel niet kunnen worden gehaald. 4.4. In twee uitspraken van 31 maart 2025 heeft de rechtbank bepaald dat in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen van het Uwv waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het Uwv in beginsel een termijn van zes weken na de datum van verzending van de uitspraak wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten, bijvoorbeeld een spreekuurcontact (al dan niet telefonisch), een hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of dossieronderzoek door een verzekeringsarts zonder spreekuurcontact. Vervolgens wordt het Uwv een termijn van drie weken na het moment van de medische beoordeling gegeven om een beslissing te nemen. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 4.5. Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen. 5. In dit beroep heeft het Uwv in het verweerschrift toegelicht dat de zaak onder de aandacht is gebracht. Vanwege de grote drukte kan geen inschatting worden gegeven van de afhandelingstermijn. Het is de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 6. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen. De rechtbank zal – in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover – bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 7. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5).
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 text/xml public 2026-04-16T14:27:50 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-11 SGR 25/8723 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 text/html public 2026-04-16T14:27:23 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:8229 Rechtbank Den Haag , 11-03-2026 / SGR 25/8723 Beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen in medische zaak van het Uwv. De rechtbank bepaalt dat in dit soort zaken verweerder een termijn van zes weken wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten en dat hij vervolgens binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat een termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak recht doet aan de reële mogelijkheden van verweerder om op het herbeoordelingsverzoek te beslissen. De rechtbank zal dan ook bepalen dat verweerder binnen negen weken een besluit bekend moet maken. RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 25/8723 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen Getru Koeltransport B.V., uit Bleiswijk, eiseres (gemachtigde: mr. F. Bovenberg), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv (gemachtigde: mr. B.M. de Wolff) Inleiding 1. [naam] , (ex-)werknemer van eiseres, ontvangt sinds 14 december 2021 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Op 25 maart 2024 heeft eiseres verzocht om een herbeoordeling van het recht van de (ex-)werknemer op deze WIA-uitkering. 1.1. Eiseres heeft op 5 december 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het herbeoordelingsverzoek. 1.2. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat de termijn om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek is overschreden. Eiseres heeft het Uwv op 27 september 2024 in gebreke gesteld en sinds de ontvangst daarvan door het Uwv zijn meer dan twee weken verstreken. Niet is gebleken dat het Uwv alsnog heeft beslist op het herbeoordelingsverzoek. De rechtbank overweegt dat tussen het moment waarop eiseres het Uwv in gebreke heeft gesteld en het moment waarop zij beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit, meer dan een jaar is verstreken. Eiseres heeft echter een overzicht overgelegd van meerdere contactmomenten met medewerkers van het Uwv in deze periode. De juistheid van dit overzicht is door het Uwv niet betwist. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het beroep wegens het niet tijdig nemen van een besluit onredelijk laat is ingesteld. Het beroep is gegrond. 3. Het Uwv heeft op 29 november 2024 een besluit genomen, waarin aan eiseres een dwangsom van € 1.442,- is toegekend. Gelet hierop hoeft de rechtbank de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom niet vast te stellen. 4. Omdat het Uwv nog geen (nieuw) besluit heeft genomen, zal de rechtbank bepalen dat het Uwv dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het Uwv dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen. 4.1. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om het Uwv op te dragen binnen een redelijke termijn na de uitspraak een besluit bekend te maken. 4.2. Het Uwv heeft in het verweerschrift toegelicht dat de beslistermijn is overschreden vanwege het tekort aan verzekeringsartsen. 4.3 De rechtbank is van oordeel dat in dit soort zaken waarin het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. De rechtbank verwijst hierbij naar de overwegingen in haar uitspraak van 27 februari 2025. In het kort komt het erop neer dat de rechtbank bij haar oordeel dat sprake is van een bijzonder geval met name gewicht heeft toegekend aan de omstandigheden dat het gaat om het uitblijven van een beslissing waarbij een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is en dat al geruime tijd sprake is van tekorten aan verzekeringsartsen bij het Uwv waardoor beslistermijnen structureel niet kunnen worden gehaald. 4.4. In twee uitspraken van 31 maart 2025 heeft de rechtbank bepaald dat in beroepen tegen het uitblijven van beslissingen van het Uwv waarin een medisch advies van een verzekeringsarts nodig is, het Uwv in beginsel een termijn van zes weken na de datum van verzending van de uitspraak wordt gegeven om een medische beoordeling te verrichten, bijvoorbeeld een spreekuurcontact (al dan niet telefonisch), een hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of dossieronderzoek door een verzekeringsarts zonder spreekuurcontact. Vervolgens wordt het Uwv een termijn van drie weken na het moment van de medische beoordeling gegeven om een beslissing te nemen. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 4.5. Indien het Uwv blijkens de dossierstukken of het verweerschrift ten tijde van de uitspraak de medische beoordeling al op een spreekuurcontact, hoorzitting in aanwezigheid van een verzekeringsarts of voor dossieronderzoek heeft gepland op een bepaalde datum, dan geldt dat de termijn van negen weken na de dag van verzending van de uitspraak wordt bekort, waarbij rekening wordt gehouden met de al geplande datum voor het medisch onderzoek. Het Uwv krijgt in ieder geval de wettelijke termijn van minimaal twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om het besluit bekend te maken. Bijzondere feiten en omstandigheden in het individuele geval kunnen aanleiding zijn om van deze termijnen af te wijken. Het is dan aan de partijen om bijzondere feiten en omstandigheden met betrekking tot de individuele situatie aan te voeren, die zouden moeten leiden tot verkorting dan wel verlenging van deze termijnen. 5. In dit beroep heeft het Uwv in het verweerschrift toegelicht dat de zaak onder de aandacht is gebracht. Vanwege de grote drukte kan geen inschatting worden gegeven van de afhandelingstermijn. Het is de rechtbank niet gebleken dat bekend is wanneer de medische beoordeling zal plaatsvinden. Dit betekent dat het Uwv binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts moet laten verrichten en dat het binnen drie weken na die medische beoordeling een besluit bekend moet maken, maar in ieder geval binnen negen weken na de dag van verzending van de uitspraak. 6. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een gerechtelijke dwangsom op te leggen. De rechtbank zal – in overeenstemming met het landelijke beleid van de rechtbanken hierover – bepalen dat het Uwv een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. 7. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. 8. De rechtbank veroordeelt het Uwv in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 0,5).