Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:7967
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,251 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 text/xml public 2026-04-16T07:42:20 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-06 C/09/695690 / FA RK 25-9204 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 text/html public 2026-04-16T07:42:04 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / C/09/695690 / FA RK 25-9204 gezagsuitoefening: verklaring voor recht Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-9204 Zaaknummer: C/09/695690 Datum beschikking: 6 maart 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, zonder bekende woon- of verplaatsplaat. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen. De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Op 6 februari 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van de vader verschenen. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van 2007 tot 2017. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ), - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ( [land] ). - De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit. - De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Egyptische nationaliteit Verzoek en verweer De vader verzoekt: een verklaring voor recht af te geven dat dat de moeder van rechtswege in het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ) wordt geschorst; een verklaring voor recht te geven dat de vader, zolang het gezag van de moeder is geschorst, het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] uitoefent; alsmede primair, bij wijze van voorwaardelijk verzoek: - aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vmoeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar het buitenland te reizen. alsmede subsidiar, bij wijze van voorwaardelijk verzoek - aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar [land] te reizen. ten aanzien van alle verzoeken, zowel primair als subsidiair: - de ten deze te geven beschikking waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De moeder heeft geen verweer gevoerd . Beoordeling Schorsing gezag Ter toelichting op het verzoek is namens de vader naar voren gebracht dat partijen bij hun scheiding hebben afgesproken dat de vader met de minderjarige [de minderjarige 1] naar Nederland zou verhuizen en dat de moeder met hun gezamenlijke dochter in [land] zou blijven wonen. De moeder is inmiddels hertrouwd. Sinds de scheiding heeft de vader geen contact meer gehad met de moeder en ook niet met zijn dochter. De vader weet op dit moment niet waar de moeder verblijft. Beide ouders zijn belast met het ouderlijke gezag, maar doordat de vader geen contact meer heeft met de moeder, loopt hij in de praktijk tegen problemen aan. Zo kan de vader bijvoorbeeld niet met [de minderjarige 1] naar het buitenland reizen en ervaart hij belemmeringen bij het nemen van beslissingen waarvoor toestemming van beide ouders nodig is. Volgens de vader doet zich de situatie voor als omschreven in artikel 1:253q juncto 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW) op grond waarvan hij verzoekt voor recht te verklaren dat de moeder van rechtswege is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige. De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 1:253q van het BW blijkt dat, wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefent, op één der in artikel 1:246 BW genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over het kind uitoefent. Conform artikel 1:253r BW is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien één van de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van deze ouder onbekend is. Gedurende de tijd waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet, is het gezag van die ouder geschorst, zo blijkt uit artikel 1:253r BW, en wordt het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend. Mede gelet op de door de vader omschreven situatie constateert de rechtbank dat de verblijfplaats van de moeder onbekend is. De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarde van artikel 1:253r, eerste lid, onderdeel b, BW. Daarmee is op de voet van het bepaalde in artikel 1:253r, tweede lid, BW het gezag van de moeder over de minderjarige [de minderjarige 1] geschorst. Uit het voorgaande volgt dat de vader het gezag over de minderjarige van rechtswege alleen uitoefent en dat hij zonder vervangende toestemming van de moeder gezagsbeslissingen kan nemen en met [de minderjarige 1] naar het buitenland mag reizen. De schorsing van de moeder in de uitoefening van het ouderlijk gezag vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Nu de vader daarbij belang heeft, zal de rechtbank een daartoe strekkende verklaring voor recht geven. Nu het verzoek omtrent de schorsing van het gezag is toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de subsidiaire voorwaardelijke verzoeken van de vader. Beslissing De rechtbank: verklaart voor recht dat de moeder, [de moeder] , is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag en dat de vader [de vader] zolang het gezag van de moeder geschorst is het éénhoofdig gezag uitoefent over de minderjarige: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ). wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 text/xml public 2026-04-16T07:42:20 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-06 C/09/695690 / FA RK 25-9204 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 text/html public 2026-04-16T07:42:04 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7967 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / C/09/695690 / FA RK 25-9204 gezagsuitoefening: verklaring voor recht Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 25-9204 Zaaknummer: C/09/695690 Datum beschikking: 6 maart 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 5 december 2025 ingekomen verzoek van: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder] , de moeder, zonder bekende woon- of verplaatsplaat. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen. De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek. Op 6 februari 2025 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van de vader verschenen. De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van 2007 tot 2017. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ), - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2008 te [geboorteplaats] ( [land] ). - De minderjarige [de minderjarige 1] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit. - De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Egyptische nationaliteit Verzoek en verweer De vader verzoekt: een verklaring voor recht af te geven dat dat de moeder van rechtswege in het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ) wordt geschorst; een verklaring voor recht te geven dat de vader, zolang het gezag van de moeder is geschorst, het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige 1] uitoefent; alsmede primair, bij wijze van voorwaardelijk verzoek: - aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vmoeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar het buitenland te reizen. alsmede subsidiar, bij wijze van voorwaardelijk verzoek - aan de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] naar [land] te reizen. ten aanzien van alle verzoeken, zowel primair als subsidiair: - de ten deze te geven beschikking waar mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De moeder heeft geen verweer gevoerd . Beoordeling Schorsing gezag Ter toelichting op het verzoek is namens de vader naar voren gebracht dat partijen bij hun scheiding hebben afgesproken dat de vader met de minderjarige [de minderjarige 1] naar Nederland zou verhuizen en dat de moeder met hun gezamenlijke dochter in [land] zou blijven wonen. De moeder is inmiddels hertrouwd. Sinds de scheiding heeft de vader geen contact meer gehad met de moeder en ook niet met zijn dochter. De vader weet op dit moment niet waar de moeder verblijft. Beide ouders zijn belast met het ouderlijke gezag, maar doordat de vader geen contact meer heeft met de moeder, loopt hij in de praktijk tegen problemen aan. Zo kan de vader bijvoorbeeld niet met [de minderjarige 1] naar het buitenland reizen en ervaart hij belemmeringen bij het nemen van beslissingen waarvoor toestemming van beide ouders nodig is. Volgens de vader doet zich de situatie voor als omschreven in artikel 1:253q juncto 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (BW) op grond waarvan hij verzoekt voor recht te verklaren dat de moeder van rechtswege is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarige. De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 1:253q van het BW blijkt dat, wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kind uitoefent, op één der in artikel 1:246 BW genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over het kind uitoefent. Conform artikel 1:253r BW is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien één van de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van deze ouder onbekend is. Gedurende de tijd waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet, is het gezag van die ouder geschorst, zo blijkt uit artikel 1:253r BW, en wordt het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend. Mede gelet op de door de vader omschreven situatie constateert de rechtbank dat de verblijfplaats van de moeder onbekend is. De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarde van artikel 1:253r, eerste lid, onderdeel b, BW. Daarmee is op de voet van het bepaalde in artikel 1:253r, tweede lid, BW het gezag van de moeder over de minderjarige [de minderjarige 1] geschorst. Uit het voorgaande volgt dat de vader het gezag over de minderjarige van rechtswege alleen uitoefent en dat hij zonder vervangende toestemming van de moeder gezagsbeslissingen kan nemen en met [de minderjarige 1] naar het buitenland mag reizen. De schorsing van de moeder in de uitoefening van het ouderlijk gezag vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Nu de vader daarbij belang heeft, zal de rechtbank een daartoe strekkende verklaring voor recht geven. Nu het verzoek omtrent de schorsing van het gezag is toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de subsidiaire voorwaardelijke verzoeken van de vader. Beslissing De rechtbank: verklaart voor recht dat de moeder, [de moeder] , is geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag en dat de vader [de vader] zolang het gezag van de moeder geschorst is het éénhoofdig gezag uitoefent over de minderjarige: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ( [land] ). wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 maart 2026.