Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:7892
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
7,167 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 text/xml public 2026-04-15T12:34:19 2026-04-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-04 C/09/699808 / FA RK 26-1615 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 text/html public 2026-04-15T12:33:23 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 Rechtbank Den Haag , 04-03-2026 / C/09/699808 / FA RK 26-1615 aansluitende zorgmachtiging wvggz, overbruggingsmachtiging geen zicht op wzd locatie RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699808 / FA RK 26-1615 Datum beschikking: 4 maart 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] , [land] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] , advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 16 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 2 februari 2026; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 17 februari 2026; - een brief van de officier van justitie van 3 februari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Engels, de heer S. Egei; - de arts, mevrouw [naam 2] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting De arts heeft ter zitting verklaard dat er bij betrokkene zowel sprake is van een uitgebreide cognitieve stoornis als van een psychotische stoornis met agressie. De psychiatrische klachten komen mogelijk voortkomt uit de uitgebreide neurocognitieve stoornis. Hoewel er eerder een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en Dwang (Wzd) is verleend voor opname in een Wzd accommodatie, is er geen zicht op een concrete accommodatie. Zodra een er een geschikte plek is gevonden, zal opnieuw een rechterlijke machtiging worden aangevraagd. Wel is het belangrijk dat de zorg voor betrokkene in de tussentijd gecontinueerd blijft. Een zorgmachtiging is daarom nodig om het verblijf in de huidige (Wvggz) accommodatie voort te zetten. Daarnaast hebben er meerdere agressie incidenten plaatsgevonden, hetgeen overplaatsing naar een Wzd accommodatie bemoeilijkt. Betrokkene wordt nu behandeld met medicatie voor de psychotische stoornis, maar verzet zich hier dagelijks tegen. De verwachting is dat betrokkene zal decompenseren zodra hij zijn medicatie staakt, waardoor ook om die reden een zorgmachtiging noodzakelijk is. Er zijn ten slotte twijfels bij het idee van betrokkene om naar [land] te verhuizen. Er is een verzoek ingediend voor het instellen van mentorschap, die deze mogelijkheid verder kan gaan onderzoeken. Betrokkene heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek. In korte tijd zijn er twee medische verklaringen opgesteld. Volgens de eerdere verklaring staat de psychogeriatrische aandoening op de voorgrond, terwijl in de onderhavige verklaring is geconcludeerd dat de psychische stoornis op de voorgrond staat. Vanaf het begin van de opname krijgt betrokkene veel medicatie toegediend, terwijl deze weinig effect hebben. Hierdoor ziet hij het nut van de medicatie niet in. Betrokkene heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. In het verleden heeft hij zich weliswaar agressief geuit, maar daar was telkens een duidelijke aanleiding voor. Het is te betwijfelen of het gedrag voortkomt uit een psychische stoornis of mogelijk samenhangt met de leeftijd van betrokkene. Daarnaast kunnen zijn uitingen voortkomen uit onbegrip en niet zozeer uit verzet. Betrokkene heeft de uitdrukkelijke wens om te verhuizen naar zijn familie in [land] . Het is voor hem een fijn idee in een omgeving te zijn waar hij de taal spreekt en omringd is door familie. Gelet op het voorgaande, heeft de advocaat primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om het verzoek toe te wijzen voor twee maanden en voor het overige aan te houden. In deze twee maanden kan door een mentor alternatieven in kaart worden gebracht, waaronder de verhuizing naar [land] . Beoordeling Op 22 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 22 maart 2026. Daarnaast is uit de systemen van de rechtbank gebleken dat er op 3 februari 2026 een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is verleend, met een geldigheidsduur van zes maanden. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een psychotische stoornis en een impulsregulatiestoornis. Daarnaast is bij betrokkene een uitgebreide neurocognitieve stoornis vastgesteld. Betrokkene wordt sinds de opname in de Wvggz accommodatie behandeld voor de psychische stoornissen. Nu de psychische stoornissen zijn gestabiliseerd, is de verwachting dat de uitgebreide neurocognitieve stoornis meer op de voorgrond komt te staan. Een onderkomen waar zorg onder de Wzd wordt verleend zou dan ook passender zijn voor betrokkene. De Hoge Raad heeft in het arrest van 7 juli 2023 het volgende overwogen: “3.5 Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij de keuze van het type machtiging de patiënt of cliënt en zijn of haar zorgbehoefte centraal staan. Het stond de wetgever voorts voor ogen dat de overplaatsing naar een plek die het beste aansluit bij de zorgbehoefte van de betrokkene soepel zou verlopen, ook als dit een plaatsing onder een ander regime betreft. 3.6 Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat het belang van continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving kan meebrengen dat voor een betrokkene in een geval als het onderhavige – bij wie sprake is van een verschuiving van voorliggende Wvggz-problematiek naar voorliggende Wzd-problematiek – een machtiging wordt verleend onder het regime van zijn vertrouwde omgeving, dus de instelling waar hij verblijft, indien het verlenen van die machtiging bijdraagt aan een soepele overplaatsing van de betrokkene naar (een instelling met) het andere regime. Dit is echter slechts toelaatbaar indien de machtiging wordt verleend met het oog op een reeds voorziene overgang van betrokkene naar een instelling met het andere regime en voor een daarop toegesneden beperkte duur (een overbruggingsmachtiging).” In dat geval overwoog de HR voorts: “3.7 In het onderhavige geval verbleef betrokkene ten tijde van de beslissing van de rechtbank in een Wvggz-instelling waar zij noodzakelijke zorg ontving en stond betrokkene bovenaan de wachtlijst bij de Wzd-instelling van haar voorkeur. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de zorgmachtiging op grond van de Wvggz is aangevraagd ter overbrugging van de periode tot de verhuizing naar deze Wzd-instelling, en om te voorkomen dat betrokkene tijdens die overbruggingsperiode nog zou moeten verhuizen naar een andere Wzd-instelling, hetgeen betrokkene nadeel zou berokkenen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend omdat het in het belang van betrokkene is dat de huidige zorg gecontinueerd wordt.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 text/xml public 2026-04-15T12:34:19 2026-04-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-04 C/09/699808 / FA RK 26-1615 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 text/html public 2026-04-15T12:33:23 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7892 Rechtbank Den Haag , 04-03-2026 / C/09/699808 / FA RK 26-1615 aansluitende zorgmachtiging wvggz, overbruggingsmachtiging geen zicht op wzd locatie RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699808 / FA RK 26-1615 Datum beschikking: 4 maart 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] , [land] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] , te [plaats] , advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 16 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 2 februari 2026; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 17 februari 2026; - een brief van de officier van justitie van 3 februari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Engels, de heer S. Egei; - de arts, mevrouw [naam 2] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting De arts heeft ter zitting verklaard dat er bij betrokkene zowel sprake is van een uitgebreide cognitieve stoornis als van een psychotische stoornis met agressie. De psychiatrische klachten komen mogelijk voortkomt uit de uitgebreide neurocognitieve stoornis. Hoewel er eerder een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en Dwang (Wzd) is verleend voor opname in een Wzd accommodatie, is er geen zicht op een concrete accommodatie. Zodra een er een geschikte plek is gevonden, zal opnieuw een rechterlijke machtiging worden aangevraagd. Wel is het belangrijk dat de zorg voor betrokkene in de tussentijd gecontinueerd blijft. Een zorgmachtiging is daarom nodig om het verblijf in de huidige (Wvggz) accommodatie voort te zetten. Daarnaast hebben er meerdere agressie incidenten plaatsgevonden, hetgeen overplaatsing naar een Wzd accommodatie bemoeilijkt. Betrokkene wordt nu behandeld met medicatie voor de psychotische stoornis, maar verzet zich hier dagelijks tegen. De verwachting is dat betrokkene zal decompenseren zodra hij zijn medicatie staakt, waardoor ook om die reden een zorgmachtiging noodzakelijk is. Er zijn ten slotte twijfels bij het idee van betrokkene om naar [land] te verhuizen. Er is een verzoek ingediend voor het instellen van mentorschap, die deze mogelijkheid verder kan gaan onderzoeken. Betrokkene heeft ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek. In korte tijd zijn er twee medische verklaringen opgesteld. Volgens de eerdere verklaring staat de psychogeriatrische aandoening op de voorgrond, terwijl in de onderhavige verklaring is geconcludeerd dat de psychische stoornis op de voorgrond staat. Vanaf het begin van de opname krijgt betrokkene veel medicatie toegediend, terwijl deze weinig effect hebben. Hierdoor ziet hij het nut van de medicatie niet in. Betrokkene heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. In het verleden heeft hij zich weliswaar agressief geuit, maar daar was telkens een duidelijke aanleiding voor. Het is te betwijfelen of het gedrag voortkomt uit een psychische stoornis of mogelijk samenhangt met de leeftijd van betrokkene. Daarnaast kunnen zijn uitingen voortkomen uit onbegrip en niet zozeer uit verzet. Betrokkene heeft de uitdrukkelijke wens om te verhuizen naar zijn familie in [land] . Het is voor hem een fijn idee in een omgeving te zijn waar hij de taal spreekt en omringd is door familie. Gelet op het voorgaande, heeft de advocaat primair verzocht om afwijzing van het verzoek. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om het verzoek toe te wijzen voor twee maanden en voor het overige aan te houden. In deze twee maanden kan door een mentor alternatieven in kaart worden gebracht, waaronder de verhuizing naar [land] . Beoordeling Op 22 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 22 maart 2026. Daarnaast is uit de systemen van de rechtbank gebleken dat er op 3 februari 2026 een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is verleend, met een geldigheidsduur van zes maanden. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een psychotische stoornis en een impulsregulatiestoornis. Daarnaast is bij betrokkene een uitgebreide neurocognitieve stoornis vastgesteld. Betrokkene wordt sinds de opname in de Wvggz accommodatie behandeld voor de psychische stoornissen. Nu de psychische stoornissen zijn gestabiliseerd, is de verwachting dat de uitgebreide neurocognitieve stoornis meer op de voorgrond komt te staan. Een onderkomen waar zorg onder de Wzd wordt verleend zou dan ook passender zijn voor betrokkene. De Hoge Raad heeft in het arrest van 7 juli 2023 het volgende overwogen: “3.5 Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat bij de keuze van het type machtiging de patiënt of cliënt en zijn of haar zorgbehoefte centraal staan. Het stond de wetgever voorts voor ogen dat de overplaatsing naar een plek die het beste aansluit bij de zorgbehoefte van de betrokkene soepel zou verlopen, ook als dit een plaatsing onder een ander regime betreft. 3.6 Tegen deze achtergrond moet worden aangenomen dat het belang van continuïteit van zorg in een vertrouwde omgeving kan meebrengen dat voor een betrokkene in een geval als het onderhavige – bij wie sprake is van een verschuiving van voorliggende Wvggz-problematiek naar voorliggende Wzd-problematiek – een machtiging wordt verleend onder het regime van zijn vertrouwde omgeving, dus de instelling waar hij verblijft, indien het verlenen van die machtiging bijdraagt aan een soepele overplaatsing van de betrokkene naar (een instelling met) het andere regime. Dit is echter slechts toelaatbaar indien de machtiging wordt verleend met het oog op een reeds voorziene overgang van betrokkene naar een instelling met het andere regime en voor een daarop toegesneden beperkte duur (een overbruggingsmachtiging).” In dat geval overwoog de HR voorts: “3.7 In het onderhavige geval verbleef betrokkene ten tijde van de beslissing van de rechtbank in een Wvggz-instelling waar zij noodzakelijke zorg ontving en stond betrokkene bovenaan de wachtlijst bij de Wzd-instelling van haar voorkeur. De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de zorgmachtiging op grond van de Wvggz is aangevraagd ter overbrugging van de periode tot de verhuizing naar deze Wzd-instelling, en om te voorkomen dat betrokkene tijdens die overbruggingsperiode nog zou moeten verhuizen naar een andere Wzd-instelling, hetgeen betrokkene nadeel zou berokkenen. De rechtbank heeft de zorgmachtiging verleend omdat het in het belang van betrokkene is dat de huidige zorg gecontinueerd wordt.
Volledig
Aldus heeft de rechtbank tot uitdrukking gebracht dat, mede gelet op de continuïteit van de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving, de actuele zorgbehoefte van betrokkene ten tijde van de beslissing met zich brengt dat de zorgmachtiging dient te worden verleend. Dit oordeel geeft, gelet op hetgeen hiervoor in 3.6 is overwogen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.” De rechtbank is van oordeel dat in onderhavig geval sprake is van een dergelijke situatie. Immers, geprobeerd is om betrokkene middels een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd op te nemen in een passende Wzd accommodatie. Deze plek is echter niet gevonden en de rechterlijke machtiging is hierdoor ondertussen komen te vervallen. Tegelijkertijd is de continuïteit van de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving van groot belang gebleken. Terugkeer naar huis in afwachting van een plek in een Wzd accommodatie is niet mogelijk, onder meer vanwege het risico op decompensatie van het psychotische toestandsbeeld. Hoewel de Hoge Raad aangeeft dat een overbruggingsmachtiging slechts voor een korte duur is toegestaan, kan de rechtbank haar ogen niet sluiten voor de praktijk, waarin er zeer lange wachtlijsten zijn voor een accommodatie onder de Wzd. Er kan in deze zaak niet worden gesteld dat een reeds voorziene overgang van betrokkene naar een instelling met het andere regime op het oog is. Voorshands is niet onaannemelijk dat die plek wel gevonden zal kunnen worden binnen de termijn waarvoor de zorgmachtiging wordt afgegeven. Nu op dit moment niet duidelijk per welke datum betrokkene kan worden overgeplaatst, kan de strikte toepassing van het criterium van de Hoge Raad leiden tot een afwijzing van het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen, waarna het risico bestaat dat betrokkene zal stoppen met zijn medicatie en de Wvggz-problematiek daardoor weer op de voorgrond kan komen te liggen. Bij deze gang van zaken is betrokkene niet gebaat. Nu een zorgmachtiging en een verblijf in een Wvggz-instelling de enige optie voor betrokkene is, zal de rechtbank het verzoek toetsen aan de vereisten in de Wvggz en er aan voorbij gaan dat de uitgebreide neurocognitieve stoornis (mogelijk) voorliggend is. Hoewel de psychische stoornissen – door het medicatiegebruik – niet voorliggend zijn, zullen deze stoornissen zonder medicatie leiden tot ernstig nadeel, gelegen in: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; Betrokkene heeft in het verleden een verpleegkundige met een vuistslag in het gezicht geslagen. Bij een afzonderlijk incident heeft hij een verpleegkundige gebeten. Daarnaast raakt betrokkene snel en in toenemende mate geagiteerd, waarbij hij dreigende uitlatingen doet richting verpleegkundigen. Bij verminderde mobiliteit is bovendien sprake van een verhoogd valrisico. Verder is betrokkene niet in staat zichzelf adequaat te verzorgen en weigert hij zorg en medicatie. Hij is opgenomen vanuit een verwaarloosde thuissituatie en staat bij de huisarts bekend als zorgmijder. Tot slot is betrokkene niet in staat zijn eigen leven zelfstandig in te richten. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene toont dagelijks verbaal verzet. Zoals vermeld zal betrokkene zeer waarschijnlijk stoppen met de medicatie als er geen gedwongen zorgkader is. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - opnemen in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Concluderend kan gesteld worden dat voldaan zou zijn aan de eisen voor een zorgmachtiging als de psychische stoornis voorliggend was geweest. De rechtbank zal de zorgmachtiging dan ook verlenen. Met betrekking tot de verzochte duur van de zorgmachtiging, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 1:1 lid 6 Wzd doet afgifte van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie op grond van de Wzd, een eerdere voor dezelfde persoon afgegeven zorgmachtiging vervallen. Als gevolg hiervan is de vorige zorgmachtiging per 3 februari 2026 komen te vervallen. Er is dan ook geen sprake van een aansluitende zorg in de zin van artikel 6:5 Wvggz, waardoor de zorgmachtiging zal worden verleend voor maximaal toegestane duur van zes maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] , [land] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - opnemen in een accommodatie; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 september 2026; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 maart 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. ECLI:NL:HR:2023:1063
Volledig
Aldus heeft de rechtbank tot uitdrukking gebracht dat, mede gelet op de continuïteit van de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving, de actuele zorgbehoefte van betrokkene ten tijde van de beslissing met zich brengt dat de zorgmachtiging dient te worden verleend. Dit oordeel geeft, gelet op hetgeen hiervoor in 3.6 is overwogen, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.” De rechtbank is van oordeel dat in onderhavig geval sprake is van een dergelijke situatie. Immers, geprobeerd is om betrokkene middels een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd op te nemen in een passende Wzd accommodatie. Deze plek is echter niet gevonden en de rechterlijke machtiging is hierdoor ondertussen komen te vervallen. Tegelijkertijd is de continuïteit van de noodzakelijke zorg in een vertrouwde omgeving van groot belang gebleken. Terugkeer naar huis in afwachting van een plek in een Wzd accommodatie is niet mogelijk, onder meer vanwege het risico op decompensatie van het psychotische toestandsbeeld. Hoewel de Hoge Raad aangeeft dat een overbruggingsmachtiging slechts voor een korte duur is toegestaan, kan de rechtbank haar ogen niet sluiten voor de praktijk, waarin er zeer lange wachtlijsten zijn voor een accommodatie onder de Wzd. Er kan in deze zaak niet worden gesteld dat een reeds voorziene overgang van betrokkene naar een instelling met het andere regime op het oog is. Voorshands is niet onaannemelijk dat die plek wel gevonden zal kunnen worden binnen de termijn waarvoor de zorgmachtiging wordt afgegeven. Nu op dit moment niet duidelijk per welke datum betrokkene kan worden overgeplaatst, kan de strikte toepassing van het criterium van de Hoge Raad leiden tot een afwijzing van het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen, waarna het risico bestaat dat betrokkene zal stoppen met zijn medicatie en de Wvggz-problematiek daardoor weer op de voorgrond kan komen te liggen. Bij deze gang van zaken is betrokkene niet gebaat. Nu een zorgmachtiging en een verblijf in een Wvggz-instelling de enige optie voor betrokkene is, zal de rechtbank het verzoek toetsen aan de vereisten in de Wvggz en er aan voorbij gaan dat de uitgebreide neurocognitieve stoornis (mogelijk) voorliggend is. Hoewel de psychische stoornissen – door het medicatiegebruik – niet voorliggend zijn, zullen deze stoornissen zonder medicatie leiden tot ernstig nadeel, gelegen in: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; Betrokkene heeft in het verleden een verpleegkundige met een vuistslag in het gezicht geslagen. Bij een afzonderlijk incident heeft hij een verpleegkundige gebeten. Daarnaast raakt betrokkene snel en in toenemende mate geagiteerd, waarbij hij dreigende uitlatingen doet richting verpleegkundigen. Bij verminderde mobiliteit is bovendien sprake van een verhoogd valrisico. Verder is betrokkene niet in staat zichzelf adequaat te verzorgen en weigert hij zorg en medicatie. Hij is opgenomen vanuit een verwaarloosde thuissituatie en staat bij de huisarts bekend als zorgmijder. Tot slot is betrokkene niet in staat zijn eigen leven zelfstandig in te richten. Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene toont dagelijks verbaal verzet. Zoals vermeld zal betrokkene zeer waarschijnlijk stoppen met de medicatie als er geen gedwongen zorgkader is. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - opnemen in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Concluderend kan gesteld worden dat voldaan zou zijn aan de eisen voor een zorgmachtiging als de psychische stoornis voorliggend was geweest. De rechtbank zal de zorgmachtiging dan ook verlenen. Met betrekking tot de verzochte duur van de zorgmachtiging, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 1:1 lid 6 Wzd doet afgifte van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie op grond van de Wzd, een eerdere voor dezelfde persoon afgegeven zorgmachtiging vervallen. Als gevolg hiervan is de vorige zorgmachtiging per 3 februari 2026 komen te vervallen. Er is dan ook geen sprake van een aansluitende zorg in de zin van artikel 6:5 Wvggz, waardoor de zorgmachtiging zal worden verleend voor maximaal toegestane duur van zes maanden. Beslissing De rechtbank: verleent een zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats] , [land] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - opnemen in een accommodatie; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 september 2026; wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 maart 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. ECLI:NL:HR:2023:1063