Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-03
ECLI:NL:RBDHA:2026:7860
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
698 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7860 text/xml public 2026-04-03T15:44:39 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-03 NL25.46664 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7860 text/html public 2026-04-03T15:43:42 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7860 Rechtbank Den Haag , 03-04-2026 / NL25.46664 Plakvovo. Wel pkv. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.46664 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], V-nummer: [v-nummer], verzoekster, (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren), en de minister van Asiel en Migratie. Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om verzoekster haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te wijzigen. Verzoekster had een vergunning onder de beperking 'humanitair tijdelijk' en zij wil deze beperking laten wijzigen in 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister heeft dit geweigerd en, na verschillende procedures, het bezwaarschrift van verzoekster tegen deze weigering ongegrond verklaard. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en daarbij verzocht om een voorlopige voorziening. 1.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster, een tolk en de gemachtigde van de minister. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.46660, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 2.1. De rechtbank ziet, gelet op de gegrondverklaring van het beroep, aanleiding om de minister ook in deze procedure te veroordelen in de proceskosten die verzoekster in dit verband heeft gemaakt met het indienen van haar verzoekschrift. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 934,-. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om voorlopige voorziening af; - veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift.