Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:7745
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,467 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7745 text/xml public 2026-04-03T09:32:09 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-22 NL25.51126 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7745 text/html public 2026-04-03T09:31:45 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7745 Rechtbank Den Haag , 22-01-2026 / NL25.51126 Beroep niet tijdig beslissen – het niet tijdig beslissen op het bezwaar van eiseres met als doel “humanitair tijdelijk” – gegrond. uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.51126 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.J. Koolen), en de minister van Asiel en Migratie , de minister. Procesverloop De minister heeft op 30 oktober 2024 beslist op de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel “humanitair tijdelijk”. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De minister heeft niet tijdig beslist op dit bezwaar. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Deze uitspraak gaat over dat beroep. Overwegingen 1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een bezwaar beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat zij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op haar bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen beslissing op het bezwaar is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2 Is het beroep van eiseres gegrond? 3. De rechtbank stelt vast dat de termijn waarbinnen de minister had moeten beslissen op het bezwaar is overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Eiseres heeft meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Dit betekent dat het beroep terecht is ingediend. Het beroep is kennelijk gegrond. 1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank de minister op? 4. De rechtbank geeft in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.3 5. De minister heeft niet verzocht om een langere nadere beslistermijn. Uit het dossier blijkt ook niet dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de rechtbank een langere nadere beslistermijn moet opleggen. De rechtbank legt de minister daarom een nadere beslistermijn op van twee weken. Deze termijn begint na de dag van verzending van deze uitspraak. Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op? 6. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.4 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-. Conclusie en gevolgen 7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit op het bezwaar bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen. 8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres ook een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden.5 3 Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. 4 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx. 5 Artikel 8:74, eerste lid, van de Awb. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt de minister op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar; bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag, waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; bepaalt dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 194 ,- vergoedt; veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 22 januari 2026 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.