Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:7559
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
926 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7559 text/xml public 2026-04-03T09:00:21 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-01 NL25.50205 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7559 text/html public 2026-04-02T11:10:20 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7559 Rechtbank Den Haag , 01-04-2026 / NL25.50205 BNT – beroep niet tijdig – niet tijdig beslissen – regulier – alsnog een beslui genomen – verzoek om proceskostenveroordeling – artikel 8:75a van de Awb RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.50205 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Eliya), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. M. Banwari). Procesverloop Verzoeker heeft op 7 mei 2025 met behulp van een andere gemachtigde beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen aan zijn echtgenote en kinderen. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL25.21040. Op 14 oktober 2025 heeft verzoeker voor de tweede keer beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de hiervoor genoemde aanvraag. Dit beroep is geregistreerd onder nummer NL25.50205. Verweerder heeft op 15 januari 2026 aan verzoeker meegedeeld dat de Nederlandse ambassade in Amman aan zijn familieleden een mvv mogen geven. Deze mededeling van verweerder heeft ertoe geleid dat in beide zaken het beroep is ingetrokken en is verzocht om de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. Het beroep van 14 oktober 2025 is ingediend terwijl er al een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag liep. Het systeem van de Awb maakt dat het niet mogelijk is om twee keer beroep in te stellen tegen hetzelfde besluit. Dit beroep zou daarom niet-ontvankelijk zijn verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Verzoeker kan door het voeren van deze tweede procedure wegens niet tijdig beslissen namelijk niet meer bereiken dan met het beroep dat hij al op 7 mei 2025 heeft ingesteld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen als kennelijk ongegrond. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Deze uitspraak is gedaan op 1 april 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.