Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-04-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:7555
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,009 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7555 text/xml public 2026-04-02T10:59:57 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-04-02 NL24.25742 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Roermond Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7555 text/html public 2026-04-02T10:59:47 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7555 Rechtbank Den Haag , 02-04-2026 / NL24.25742 Asielaanvraag afgewezen, Somaliër, eiser is nooit in Somalië geweest, verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij vertrek naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: NL24.25742 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. N. Birrou), en de minister van Asiel en Migratie , (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel). Procesverloop 1. Bij besluit van 17 juni 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. 1.1. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. 1.2. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk Somalisch, ingeschakeld door eisers gemachtigde, is verschenen S. Mahed. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Aboulouafa. Eiser heeft de rechtbank te kennen gegeven dat hij niet goed kon verstaan wat er op de zitting werd besproken. De rechtbank achtte het voor een zorgvuldige behandeling van de zaak noodzakelijk dat eiser en de tolk elkaar tijdens de zitting kunnen verstaan en heeft de behandeling van de zaak daarom aangehouden. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2026 opnieuw op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk Arabisch is verschenen S. Nazanini. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiser op goede gronden heeft afgewezen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Het asielrelaas 3 Eiser heeft de Somalische nationaliteit, is van de Ajuraan-stam, en is op [geboortedatum] 1997 te Saoedi-Arabië geboren. Hij heeft tot 2018 in Saoedi-Arabië gewoond zonder over een verblijfsvergunning te beschikken. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag van 25 januari 2023 ten grondslag gelegd dat hij zonder verblijfsrecht niet naar Saoedi-Arabië kan terugkeren. Ook kan hij niet naar Somalië omdat hij daar nog nooit is geweest, hij geen binding met Somalië heeft en hij vreest om gerekruteerd te worden door Al-Shabaab. Het bestreden besluit 4 Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: 1) Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2) Algemene situatie in Somalië. 4.1. Verweerder heeft beide relevante elementen geloofwaardig geacht. De geloofwaardig geachte elementen maken niet dat eiser als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag kan worden aangemerkt. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Van eiser kan namelijk worden verwacht dat hij zich in Mogadishu vestigt. Hij behoort tot de Ajuraan stam, een subclan van de meerderheidsclan Hawiye, die voornamelijk in Mogadishu is gevestigd. Mogadishu staat onder de macht en controle van de overheid van Somalië en is niet in handen van Al-Shabaab. Eisers vrees voor rekrutering is volgens verweerder gebaseerd op vermoedens en algemeenheden en is niet (persoonlijk) onderbouwd. Van eiser, een volwassen man, kan enige mate van zelfredzaamheid worden verwacht. Gelet hierop heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. 4.2. Eiser krijgt ook een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken. Eiser moet terugkeren naar Somalië. Wat vindt eiser in beroep? 5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en hij stelt zich – samengevat - in beroep op het standpunt dat hij nooit in Somalië is geweest en dat hij vreest dat hij in Somalië blootgesteld zal worden aan een situatie zoals vermeld in artikel 3 van het EVRM. Er bestaat volgens hem een reële vrees dat hij gerekruteerd zal worden door gewapende groeperingen. Hij heeft geen binding met Somalië en het is er instabiel en onveilig. Dat hij behoort tot een meerderheidsclan staat daar los van. Het asielrelaas van eiser is geloofwaardig geacht. Hij heeft geen familie en vrienden in Somalië en heeft er geen netwerk. Hij heeft ook geen financiële middelen om er te kunnen overleven. Verder hanteert hij niet dezelfde normen en waarden en is hij ook de Somalische taal niet volledig machtig en spreekt hij Somalisch met een accent. Van eisers vader, die in 2011 vanuit Saoedi-Arabië is gedeporteerd naar Somalië, is niets meer vernomen en het valt niet uit te sluiten dat hij is overleden na gedwongen rekrutering. Verweerder heeft het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Eiser verwijst naar het Ambtsbericht van 30 juni 2023; naar het mensenrechtenrapport over 2023 van het US Departement of State (USDOS) van 23 april 2024; naar een rapport van Country Policy and Information Note van het British Home Office van mei 2022; naar een rapport van de European Asylum Support Office (EASO, inmiddels EUAA) van september 2021; naar een rapport van een Somalië-expert van 17 september 2021; een rapport van de Austrian Centre for Country of Origin & Asylum Research and Documentation (ACCORD) van 23 augustus 2021 en naar een rapport van de Danish Immigration Service (DIS) van 2020. Verder heeft eiser te kampen met medische problemen en heeft daar medische stukken over ingebracht. In Somalië zal hij voor zijn medische klachten niet behandeld kunnen worden. Loopt eiser bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade? 6. De rechtbank overweegt dat in het algemeen ambtsbericht van juni 2023 op bladzijde 76 is vermeld dat er weinig concrete informatie beschikbaar is over eventuele problemen die terugkerende asielzoekers en vluchtelingen in Somalië kunnen ondervinden. In algemene zin komt uit de bronnen het beeld naar voren dat de mate waarin terugkeerders risico liepen in Somalië sterk samenhing met hun individuele omstandigheden en hun sociale netwerk, aldus het ambtsbericht. Verder is vermeld dat terugkeerders uit westerse landen doorgaans eenvoudig herkenbaar zijn na terugkeer in Somalië. Dit zou met name gelden voor terugkeerders die vanaf jonge leeftijd buiten Somalië hadden verbleven. Zij hadden vaak moeite om zich de Somalische dagelijkse gewoontes eigen te maken, waardoor zij met discriminatie en uitsluiting te maken konden krijgen. In het ambtsbericht is vermeld dat dit beeld in grote lijnen overeenkomt met het beeld dat uit eerdere openbare bronnen ontstond, namelijk dat terugkeerders uit westerse landen dikwijls gewoonten meenamen die onbekend waren in Somalië, en in de Somalische samenleving als on-islamitisch of on-Somalisch konden worden gezien. Terugkeerders uit het westen zouden voorts herkenbaar zijn aan een afwijkend accent, manier van kleden, manier van lopen of hun houding. Zij konden daarom moeite hebben met het integreren in de Somalische samenleving, aldus het ambtsbericht. 6.1. De strekking van het algemeen ambtsbericht van maart 2025 komt overeen met die van het algemeen ambtsbericht van juni 2023. Op bladzijde 117 is in het ambtsbericht van maart 2025 bovendien vermeld dat volgens een vertrouwelijke bron de perceptie in de Somalische samenleving wijdverbreid was dat als personen gedwongen waren teruggekeerd, dit het gevolg moest zijn van ‘slecht’ gedrag (bijvoorbeeld alcohol- of drugsgebruik, afvalligheid, buitenechtelijke relaties, homoseksualiteit).