Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-03-25
ECLI:NL:RBDHA:2026:7546
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: 699758 KG ZA 26-176 Vonnis in kort geding van 25 maart 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. S. Meijer, tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN zetelende te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. T.J. Crom. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Staat’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding 25 februari 2026 met producties 1 tot en met 4; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5; - de op 11 maart 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [eiseres] is de eigenaresse van een hond genaamd [de hond] (hierna: de hond). De hond is van het ras herder/kangal en is 10 jaar oud. 2.2. Op 11 maart 2021 heeft een incident plaatsgevonden, waarbij de hond zich van [eiseres] heeft losgerukt en twee schapen heeft aangevallen. Een van de schapen is aan de verwondingen overleden. Tijdens het verhoor over het incident heeft [eiseres] verklaard dat de hond eerder al twee katten van mensen uit haar buurt had doodgebeten in de tuin van [eiseres] . 2.3. Op 24 augustus 2022 is de hond vanuit de tuin van [eiseres] over de schutting gesprongen naar de tuin van de buren. De hond heeft daar op de kat van de buren gejaagd en de buren hebben hiervan melding gemaakt bij de politie. 2.4. Op 21 augustus 2023 heeft de hond zich van [eiseres] losgerukt en een kat aangevallen. De kat is aan de verwondingen overleden. Van dit incident is een bestuurlijke rapportage opgemaakt en [eiseres] heeft een officiële waarschuwing gekregen. 2.5. Op 16 november 2025 liep [eiseres] met de hond in een losloopgebied in [plaats] . Op enig moment is de hond weggerend in de richting van een boerderij met ongeveer 180 schapen. De hond heeft schapen opgejaagd en heeft uiteindelijk een schaap doodgebeten. De hond is vervolgens in beslag genomen en ondergebracht bij een bewaarder. 2.6. Het riskassessmentteam van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht (hierna: het riskassessmentteam) heeft in opdracht van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) een risicoanalyse van de hond gemaakt. Met de risicoanalyse is onderzocht hoe groot de kans is op nieuwe bijtincidenten en in hoeverre de hond hertrainbaar is. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 18 december 2025. Het rapport vermeldt, voor zover relevant: “ Conclusie en aanbeveling: […] Naar personen toe toont de hond tijdens de opvangperiode geen agressiegedrag, naar de bekende verzorgers is ze ‘een superlieve hond’. In de gedragsobservatie wordt evenmin agressiegedrag gezien: niet naar de volwassen testpersonen en niet naar de kindpoppen. Naar de volwassen testpersoon wordt dan wel sociaal-vriendelijk gedrag getoond, naar de kindpoppen niet. Op basis van de gecombineerde bronnen wordt het risico van deze hond naar volwassen personen ingeschat als gering en naar kinderen als matig. Naar dieren toe (andere diersoorten dan honden) toont de hond zeer ernstige bijtschade te maken, het schaap van 26 november 2025 heeft een gapend gat in de hals en is dood. Eerdere vermeldingen in de politiesystemen wijzen op zeer ernstige schade aan schaap en kat. De hond toont zeer hoge nadermotivatie, zoals blijkend uit verklaring van de eigenaresse over het zich losrukken van de hond, waarna een schaap dodelijk gebeten wordt bij een eerder bijtincident. Het risico van deze hond naar andere dieren wordt als zeer hoog ingeschat. Naar honden toe toont de hond zich tijdens de opvangperiode volgens de verzorgers sociaal. In de gedragsobservatie wordt geen agressie en geen prooivanggedrag gezien naar een kleine of grote hond. Op basis van deze bronnen wordt het risico van deze hond naar andere honden ingeschat als gering. Terug naar de eigenaresse kan de hond niet. De hond heeft herhaaldelijk zeer ernstige bijtincidenten Daarmee is de bevoegdheid van de burgerlijke rechter, in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding, gegeven. Spoedeisend belang 4.2. Het door [eiseres] gevorderde verbod ziet op het door de Staat aangekondigde vervreemden/herplaatsen van de hond. Een herplaatsing is onomkeerbaar en heeft een definitief karakter. Hierin ligt het spoedeisend belang besloten. Juridisch kader 4.3. Hoewel dieren geen zaken zijn, zijn de wettelijke bepalingen met betrekking tot zaken, en daarmee de wettelijke bepalingen met betrekking tot goederen, wel op dieren van toepassing. 4.4. Op grond van artikel 117 Wetboek van Strafvordering (Sv) is het OM bevoegd om, voorafgaand aan een beslissing in een strafzaak over inbeslaggenomen goederen, onder voorwaarden over te gaan tot vervreemding of vernietiging van die goederen. Dit is mogelijk als de inbeslaggenomen goederen niet geschikt zijn voor opslag, de kosten van bewaring niet in redelijke verhouding tot de waarde van de goederen staan, dan wel de goederen vervangbaar zijn en de tegenwaarde eenvoudig kan worden bepaald. 4.5. [eiseres] stelt dat haar eigendomsrechten, die de Staat volgens haar schendt door de herplaatsing van de hond, worden beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EP EVRM). Vervreemding op grond van artikel 117 Sv levert echter geen strijd op met dat artikel. Regulering van eigendom is immers op grond van dit artikel toegestaan als aan de daarin genoemde eisen is voldaan. Die eisen houden in dat de regulering een wettelijke basis en een legitieme doelstelling in het publiek belang (‘legitimate aim’) moet hebben, en dat de regulering proportioneel moet zijn (‘fair balance’). Aan deze eisen is voldaan bij rechtmatige toepassing van artikel 117 Sv. Aan dit bezwaar van [eiseres] gaat de voorzieningenrechter derhalve voorbij. 4.6. Het OM komt een ruime beleidsvrijheid toe bij het wel of niet tussentijds verlenen van een machtiging tot vervreemding of vernietiging van inbeslaggenomen zaken in de zin van artikel 117 Sv. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om de afgifte van een machtiging in de zin van artikel 117 Sv niet vooraf door een rechter te laten toetsen. De ruime beleidsvrijheid die het OM heeft, brengt mee dat de burgerlijke rechter de toepassing van die bevoegdheid slechts marginaal kan toetsen. Ingrijpen door de burgerlijke rechter kan alleen aan de orde zijn als de officier van justitie, na afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot zijn beslissing om een machtiging in de zin van artikel 117 Sv af te geven. In deze belangenafweging moet worden meegenomen dat het hier gaat om een levend dier, dat de machtiging tot vervreemding onomkeerbaar is en dat de hond onvervangbaar is. Het OM heeft in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen 4.7. De voorzieningenrechter zet voorop dat buiten kijf staat dat [eiseres] van de hond houdt en haar dolgraag terug wil in haar gezin en dat ze bereid is daarvoor haar uiterste best te doen. De voorzieningenrechter is desondanks van oordeel dat het OM gelet op alle omstandigheden in redelijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen om de hond te herplaatsen. Zoals het OM tijdens de mondelinge behandeling heeft gezegd, gaat het om een herplaatsing waarna de hond zal worden getraind en naar een nieuw baasje zal worden gezocht. 4.8. De Staat heeft ter onderbouwing van zijn standpunt over de beslissing tot het verlenen van de machtiging tot vervreemding/herplaatsing van de hond verwezen naar (de Nota van toelichting op) artikel 10 lid 2 van het Besluit inbeslaggenomen voorwerpen. Hieruit volgt, kort gezegd, dat het OM tot uitgangspunt neemt dat het in geval van levende dieren, zowel vanuit het oogpunt van het belang van het dier als vanwege de met bewaring gepaard gaande kosten, wenselijk is dat zo snel mogelijk een beslissing wordt genomen over de uiteindelijke bestemming, zeker als voldoende duidelijk is dat de beslagene niet in aanme