Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-18
ECLI:NL:RBDHA:2026:7315
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,934 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:7315 text/xml public 2026-04-10T16:36:32 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-18 c/09/694014 HA ZA 25-972 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7315 text/html public 2026-04-10T16:35:54 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7315 Rechtbank Den Haag , 18-03-2026 / c/09/694014 HA ZA 25-972 Rechtsmacht Nederlandse rechter voor boilerroomfraude. Bevoegheidsincident van Kyrrex UK Ltd waarvan eisers stellen dat die partij betrokken is bij boilerroomfraude met crypto. De rechtbank neemt rechtsmacht aan op grond van artikel 6 sub e Rv. De onderhavige situatie wijkt af van de situatie in het arrest Universal Music. Het gaat hier om consumenten die zijn gedupeerd door fraude met crypto. Die omstandigheden rechtvaardigen dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Rv rechtsmacht heeft, zodat getroffen consumenten de bij de boilerroomfraude betrokken partijen uit diverse landen in één procedure voor hun nationale gerecht kunnen dagvaarden. Het verzoek van Kyrrex UK Ltd tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen. RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/694014 / HA ZA 25-972 Vonnis in incident van 18 maart 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , te [woonplaats 1] , 2. [eiser 2] , te [woonplaats 2] , 3. [eiser 3] , te [woonplaats 3] , 4. [eiser 4] , te [woonplaats 4] , 5. [eiser 5] , te [woonplaats 5] , 6. [eiser 6] , te [woonplaats 6] , 7. [eiser 7] , te [woonplaats 7] , 8. [eiser 8] , te [woonplaats 8] , 9. [eiser 9] , te [woonplaats 9] , 10. [eiser 10] , te [woonplaats 10] , 11. [eiser 11] , te [woonplaats 11] , 12. [eiser 12] , te [woonplaats 1] , 13. [eiser 13] , te [woonplaats 12] , 14. [eiser 14] , te [woonplaats 13] , 15. [eiser 15] , te [woonplaats 14] (Zweden), 16. [eiser 16] , te [woonplaats 15] , 17. [eiser 17] , te [woonplaats 16] , 18. [eiser 18] , te [woonplaats 17] , 19. [eiser 19] , te [woonplaats 18] , 20. [eiser 20] , te [woonplaats 19] , eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat: mr. M.A. Hupkes, tegen 1 KYRREX LTD, te Kingstown (Saint Vincent & The Grenadines), gedaagde in de hoofdzaak, niet verschenen, 2. KYRREX UK LTD , te Londen (Verenigd Koninkrijk), advocaat: mr. M. Krekels, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, 3. KYRREX FINANCIAL HOLDING LTD , te Lefkosia (Nicosia)(Cyprus) en 4. REAL EXCHANGE (REX) LTD , te Saint Julian (Malta), gedaagden in de hoofdzaak, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier in het incident bestaat uit de volgende stukken: de dagvaarding van 13 augustus 2025, met producties 1 tot en met 236; de incidentele conclusie houdende exceptieve verweer tot onbevoegdheid van de rechtbank, met producties 1 tot en met 5; de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident. 2 De beoordeling in het incident De hoofdzaak 2.1. In de hoofdzaak vorderen eisers kort gezegd de verklaring voor recht dat gedaagden aansprakelijk zijn voor de door eisers geleden schade en de veroordeling van gedaagden tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat. 2.2. Eisers in de hoofdzaak stellen dat zij schade hebben geleden door frauduleuze gedragingen van derden – ook wel boilerroomfraude genoemd. Eisers hebben, op instructie van de fraudeurs, cryptovaluta aangekocht en deze overgemaakt naar de door de fraudeurs opgegeven blockchainadressen. Deze blockchainadressen zouden tot de Kyrrex cryptobeurs behoren. Gedaagden bieden daardoor zogenoemde nested services aan, zonder daarbij effectieve controles uit te voeren. Bij nested services houden cryptobeurzen accounts bij andere cryptobeurzen aan. Wanneer er cryptovaluta naar een dergelijke account worden overgemaakt, wordt deze cryptovaluta dus vermengd met andere transactiestromen van de cryptobeurs die de account aanhoudt. Hierdoor wordt het volgen van criminele transactiestromen bemoeilijkt. Daarmee hebben gedaagden dus de boilerroomfraude, waarvan eisers slachtoffer zijn geworden gefaciliteerd, en tevens het witwassen van cryptovaluta mogelijk gemaakt. Gedaagden hebben als aanbieder van cryptodiensten een bijzondere zorgplicht jegens derden, vergelijkbaar met die van betaalbeleggingsdienstverleners. Gedaagden hebben in strijd met deze zorgplicht en daarmee onrechtmatig jegens eisers gehandeld. Om die reden zijn gedaagden eveneens aansprakelijk voor de door eisers geleden schade. Het incident 2.3. Kyrrex UK Ltd is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk en eisers in de hoofdzaak tevens verweerders in het incident (hierna te noemen: Verweerders) wonen in Nederland, en één daarvan in Zweden. Hierdoor heeft dit geschil een internationaal karakter. 2.4. In dit incident vordert Kyrrex UK Ltd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om te oordelen over de tegen haar ingestelde vorderingen. De vordering van Kyrrex UK Ltd moet de rechtbank aan de hand van het commune recht beoordelen, nu er na de zogenoemde Brexit (nog) geen verdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland is gesloten dat ziet op de rechterlijke bevoegdheid. Bij de uitleg van het commune recht is de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) in het kader van de uitleg van de Verordening Brussel I-bis een belangrijk richtsnoer. 2.5. Verweerders stellen dat deze rechtbank onder meer bevoegd is op grond van artikel 6 sub e van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv). Dit artikel bepaalt dat de Nederlandse rechter eveneens rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen. Deze regel berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, op grond waarvan het om redenen verband houdend met een goede rechtsbedeling en nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze laatste bevoegd zijn. 2.6. Belangrijke overweging van het HvJEU daarbij is dat ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich dreigt voor te doen, normaliter het best in staat om uitspraak te doen, vooral omdat de afstand geringer is en de bewijsvoering gemakkelijker. 2.7. Partijen twisten onder meer over de vraag of de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht heeft. Volgens Verweerders is bij elk van hen afzonderlijk de schade in Nederland ingetreden, omdat zij vanuit Nederland cryptovaluta hebben aangekocht met Nederlands bankgeld en deze, op instructie van de fraudeurs, hebben overgemaakt naar door de fraudeurs opgegeven blockchainadressen. Kyrrex UK Ltd betwist bevoegdheid van de Nederlandse rechter aangezien de transactiestromen via een cryptobeurs liepen die niet in Nederland is gevestigd en de schade niet in Nederland is geleden. 2.8. Bij de beoordeling neemt de rechtbank tot uitgangspunt de regel uit de arresten Kolassa en Universal Music van het HvJEU dat het gerecht waarbij een geschil aanhangig is gemaakt, in het kader van de toetsing van zijn bevoegdheid alle hem ter beschikking staande gegevens in aanmerking moet nemen, daaronder begrepen, de betwistingen van de verweerder. Er hoeft in de fase van de bepaling van de bevoegdheid echter geen bewijsprocedure te worden gevoerd met betrekking tot betwiste feiten die zowel voor de bevoegdheidsvraag als voor het bestaan van het ingeroepen vorderingsrecht relevant zijn. 2.9.
Volledig
Het HvJEU heeft in het arrest Universal Music ook geoordeeld dat, in een situatie waarin schade wordt geleden doordat een fout die bij de opstelling van een aandelenkoopovereenkomst daarin terecht is gekomen, ertoe heeft geleid dat de aankoopprijs van de betrokken aandelen is verveelvoudigd, als plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, niet kan worden aangemerkt, bij gebreke van andere aanknopingspunten, de plaats in een lidstaat waar die schade is ingetreden, wanneer die schade uitsluitend bestaat in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van de schadelijdende partij en het rechtstreekse gevolg is van een onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan in een andere lidstaat. 2.10. Volgens Kyrrex UK Ltd kan op grond van het arrest Universal Music zuiver financiële schade die rechtstreeks intreedt op de bankrekening van een schadelijdende partij, – zonder bijkomende omstandigheden – niet worden aangemerkt als een relevant aanknopingspunt voor bevoegdheid op grond van artikel 6 sub e Rv. 2.11. De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke situatie in de onderhavige zaak op essentiële punten afwijkt van de situatie in het arrest Universal Music zodat die uitspraak in het onderhavige geval niet van toepassing is. In dit verband is van belang dat het HvJEU in het arrest Universal Music benadrukt dat de rechtsregel geldt op basis van de feitelijke situatie in die zaak ( “in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding” ) . Maar ook als de regel uit het arrest Universal Music wel van toepassing is, kwalificeren de hiervoor bedoelde essentiële punten als de in het arrest Universal Music genoemde “bijkomende omstandigheden” die rechtvaardigen dat de rechtbank bevoegd is op grond van artikel 6 sub e Rv. Het gaat om de volgende (bijkomende) omstandigheden. 2.12. Anders dan in het arrest Universal Music zijn de schadelijdende partijen in deze zaak natuurlijke personen. In het arrest Universal Music is sprake van een professionele partij, die bovendien onderdeel is van een groep (Universal Music Group). Bovendien is relevant dat het HvJEU overweegt dat niet kan worden uitgesloten dat “Universal Music de keuze had tussen meerdere bankrekeningen ten laste waarvan zij het schikkingsbedrag had kunnen voldoen, zodat de plaats waar deze rekening is gelegen niet noodzakelijkerwijs een betrouwbaar aanknopingspunt vormt” . Bij consumenten is dit in beginsel niet het geval, zoals ook blijkt uit deze zaak, waar alle eisers vanaf Nederlandse bankrekeningen bedragen hebben overgemaakt. De plaatsen waar de rekeningen van de consumenten zijn gelegen vormen om die reden wél een betrouwbaar aanknopingspunt en ook de omstandigheid dat het consumenten betreft, rechtvaardigt de rechtsmacht van deze rechtbank op grond van artikel 6 sub e Rv. 2.13. Een tweede van de situatie in het arrest Universal Music afwijkende (bijkomende) omstandigheid is het feit dat Verweerders de gedaagden in de hoofdzaak verwijten dat zij zich schuldig maken aan het op onrechtmatige wijze faciliteren van fraude met cryptovaluta, een strafbaar feit, terwijl in de zaak van het arrest Universal Music (slechts) sprake is van een beroepsfout van een in Tsjechië gevestigde advocaat. Kenmerkend aan boilerroomfraude is dat gelden bewust op ondoorzichtige wijze worden weggesluisd zodat niet langer duidelijk is waar het zich bevindt, om verhaal door de schadelijdende consumenten zo lastig mogelijk te maken. Daarbij zijn vaak diverse entiteiten uit verschillende landen betrokken, zoals ook in de onderhavige zaak, waardoor het voor de schadelijdende partijen – anders dan in het arrest Universal Music waar slechts sprake was van één bij eiseres bekende schadeveroorzakende partij – heel lastig is om vast te stellen welke partijen met succes kunnen worden aangesproken. Bovendien zou, wanneer artikel 6 sub e Rv geen toepassing zou vinden, in meerdere landen moeten worden geprocedeerd, wat de effectieve rechtstoegang voor consumenten – mede vanwege de hoge kosten – ernstig bemoeilijkt of feitelijk onmogelijk maakt. Ook dat is een bijzondere omstandigheid die in deze zaak – mede uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting – de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 sub e Rv rechtvaardigt, zodat getroffen consumenten de bij de boilerroomfraude betrokken partijen uit diverse landen in één procedure voor hun nationale gerecht kunnen dagvaarden. 2.14. Voor wat betreft het door Kyrrex UK Ltd genoemde punt van de voorzienbaarheid, geldt dat zij – uitgaande van de faciliterende rol die Kyrrex UK Ltd volgens Verweerders speelt in de boilerroomfraude door het aanbieden van een witwasstructuur – er rekening mee moet houden dat zij kan worden aangesproken in de landen waar de door die fraude gedupeerde partijen woonachtig zijn, hun bankrekening hebben en hun schade hebben geleden. 2.15. De rechtbank is van oordeel dat zij onder de gegeven omstandigheden bevoegd is van het onderhavige geschil tegen gedaagden in de hoofdzaak, waaronder Kyrrex UK Ltd kennis te nemen op grond van artikel 6 sub e Rv. 2.16. Voor zover Kyrrex UK Ltd als verweer heeft gevoerd dat zij in het geheel niet betrokken is bij de door Verweerders gestelde boilerroomfraude betreft dat een inhoudelijk verweer dat voor de bevoegdheidsvraag niet ter zake doet. De rechtbank gaat aan dit verweer dan ook voorbij. Tussentijds hoger beroep 2.17. Voor zover de rechtbank rechtsmacht aanneemt voor de vorderingen jegens Kyrrex UK Ltd heeft Kyrrex UK Ltd de rechtbank verzocht om in de gelegenheid te worden gesteld om, in afwijking van artikel 337 lid 2 Rv, tegen het vonnis tussentijds hoger beroep open te stellen. Zij voert daartoe aan dat het gezien de omvang en complexiteit van deze procedure – en ter besparing van mogelijk onnodige kosten – in de rede om eerst het debat over de (afwezigheid van) rechtsmacht van de Nederlandse rechter volledig af te ronden en pas daarna de zaak inhoudelijk te beoordelen. Verweerders verzetten zich tegen het toestaan van tussentijds hoger beroep. 2.18. Het verzoek van Kyrrex UK Ltd om tussentijds hoger beroep open te stellen tegen het tussenvonnis dient aan de volgende uitgangspunten te worden getoetst. In artikel 337 Rv is bepaald dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts tegelijk kan worden ingesteld met dat van het eindvonnis, behoudens het in dit verband niet relevante geval dat in het tussenvonnis een voorlopige voorziening is getroffen. Vastgehouden moet worden aan het door de wetgever aan deze wettelijke bepaling ten grondslag gelegde uitgangspunt dat het tussentijds aanwenden van rechtsmiddelen leidt tot vertraging van de procedure en daarom als regel achterwege dient te blijven. 2.19. Voor een uitzondering op de onder 2.18 weergegeven hoofdregel is – met het oog op de rechtszekerheid – slechts ruimte indien bijzondere procesrechtelijke redenen daartoe nopen. De bevoegdheid tot het maken van een uitzondering op bedoelde hoofregel is overgelaten aan het procesbeleid van de rechter. 2.20. De rechtbank is onder de gegeven omstandigheden van oordeel dat er in dit geval onvoldoende zwaarwegende redenen bestaan om van de hoofdregel af te wijken. Daartoe is redengevend dat – zoals Verweerders terecht aanvoeren – de bevoegdheidsvraag verweven is met diverse feitelijke kwesties waarover in deze procedure duidelijkheid kan worden verkregen, waarna de bevoegdheidsvraag in hoger beroep met meer zekerheid kan worden beoordeeld. Tussentijds hoger beroep zou bovendien het risico op tegenstrijdige beslissingen vergroten en de zaak fragmenteren, doordat het hof zich mogelijk over deelgeschillen zal buigen terwijl in eerste aanleg nog bewijsverrichtingen en een inhoudelijke beoordeling moeten plaatsvinden. Dit pleit voor voortzetting van de procedure bij de rechtbank. Een tussentijds hoger beroep zou bovendien leiden tot ontoelaatbare vertraging van de bodemprocedure. Tot slot is nog relevant dat Kyrrex UK Ltd en haar medegedaagden tot dezelfde groep behoren, zodat het in de lijn der verwachting ligt dat zij in deze procedure door dezelfde advoca(a)t(en) (zullen) worden bijgestaan.