Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-30
ECLI:NL:RBDHA:2026:7292
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,983 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7292 text/xml public 2026-03-31T14:39:50 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-30 09-332545-23 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7292 text/html public 2026-03-31T14:38:31 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7292 Rechtbank Den Haag , 30-03-2026 / 09-332545-23 De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het plegen van diefstal met geweld in vereniging gepleegd. De rechtbank legt aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op en een taakstraf ter hoogte van 240 uur. Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer: 09-332545-23 Datum uitspraak: 30 maart 2026 Tegenspraak De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] . 1 Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 16 maart 2026. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M.L. van Rookhuizen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. J. Grabowsky naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 24 september 2021 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge en/of sigaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - die [aangever] te duwen, - die [aangever] te slaan en/of te stompen en/of - die [aangever] vast te pakken (aan zijn kleding); 3 De bewijsbeslissing 3.1. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal voor het feit met een opgave van bewijsmiddelen volstaan, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2021280701 van de politie eenheid Den Haag, district Alphen aan den Rijn - Gouda, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 365). De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen: 1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 16 maart 2026; 2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt op 24 september 2021 (p. 121-122). 3.2. De bewezenverklaring De rechtbank is met betrekking tot het ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat: hij op 24 september 2021 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een ander, een horloge en sigaren, die geheel of ten dele aan [aangever] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan door en vergezeld van geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, door: - die [aangever] te duwen, - die [aangever] te slaan of te stompen en - die [aangever] vast te pakken (aan zijn kleding). Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5 De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6 De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 1 jaar. alsmede een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest. 6.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om bij de oplegging van een straf rekening te houden met artikel 63 Sr, de overschrijding van de redelijke termijn en de rol van verdachte in het geheel. Zij heeft de rechtbank verzocht om een taakstraf op te leggen en geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. Ernst van het feit De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een woningoverval waarbij geweld is gebruikt jegens de aangever, een kwetsbare oudere man woonachtig in een begeleid wonen-instelling. De verdachte heeft met het (mede)plegen van de woningoverval inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Hij heeft laten zien geen enkel respect te hebben voor de lichamelijke integriteit en eigendommen van anderen. Naast persoonlijk leed voor het slachtoffer leidt dit soort delicten ook tot maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich kennelijk alleen door eigen materieel gewin heeft laten leiden en volledig voorbij is gegaan aan de gevolgen van zijn daden voor het slachtoffer. Strafblad De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 januari 2026. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Persoon van de verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapportage van LIMOR (Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie) over de verdachte, waaruit blijkt dat hij begeleid wordt door LIMOR en een woning heeft via Housing First. Tevens blijkt hieruit dat er sprake is van schuldenproblematiek waar door hem een begin mee is gemaakt met de sanering daarvan. Uit de rapportage blijkt dat de verdachte gemotiveerd is om zijn leven structureel te verbeteren. Hij heeft verschillende stappen gezet om zijn leven in positieve zin te veranderen, werkt goed mee en neemt verantwoordelijkheid voor zijn situatie. Er worden duidelijke en consistente verbeteringen gezien in zijn houding, keuzes en gedrag. De rechtbank heeft deze positieve veranderingen ook op zitting teruggezien – de verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid genomen voor de woningoverval – en moedigt de verdachte aan om deze goede ontwikkeling vast te houden.