Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-27
ECLI:NL:RBDHA:2026:7049
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,801 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7049 text/xml public 2026-04-10T09:28:46 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-27 C/09/697779 / FA RK 26-416 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7049 text/html public 2026-04-10T09:28:18 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7049 Rechtbank Den Haag , 27-02-2026 / C/09/697779 / FA RK 26-416 Voorlopige voorziening. Toevertrouwing kind en uitsluitend gebruik toegewezen aan vrouw, vanwege stabiliteit en huisverbod opgelegd aan man. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 26-416 Zaaknummer: C/09/697779 Datum beschikking: 27 februari 2026 Voorlopige voorzieningen Beschikking op het op 15 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk in Vleuten. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. R.J. Bouwmeester in Noordwijk. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw; het bericht van 20 januari 2026 namens de vrouw; het verweerschrift, met zelfstandig verzoek en met bijlagen, namens de man; de berichten van 11 februari 2026, met bijlage, namens de vrouw; het bericht van 13 februari 2026, met bijlage, namens de vrouw. De minderjarige [minderjarige] heeft zijn mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter. Op 13 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met mr. B. Beekman als waarnemend advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Feiten De vrouw en de man zijn gehuwd op [dag] 2013 in [plaats] . Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. De vrouw is ook de moeder van een inmiddels meerderjarige dochter uit een eerder huwelijk: [meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 in [geboorteplaats] . Op 14 januari 2026 is bij beschikking van de burgemeester van de gemeente Noordwijk aan de man een huisverbod opgelegd voor een periode van tien dagen. Bij beschikking van 23 januari 2026 van de burgemeester is het huisverbod verlengd met een periode van achttien dagen, tot 11 februari 2026. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat: de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel, met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, en met machtiging de beschikking ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie; [minderjarige] aan de vrouw wordt toevertrouwd. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man zelfstandig: subsidiair dat de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , met inbegrip van de inboedel en met het bevel dat de vrouw met haar dochter en haar minderjarige kind die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden, meer subsidiair: een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie juist acht, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Beoordeling Toevertrouwing [minderjarige] De vrouw verzoekt [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij het niet nodig vindt dat hier een beslissing over wordt genomen, maar dat als de rechtbank dat wel wil doen hij zich aan het oordeel van de rechtbank refereert. De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment verblijft [minderjarige] bij de vrouw. Vanwege de echtscheiding en het huisverbod is er veel gaande in het gezin op dit moment. Voor de stabiliteit van [minderjarige] acht de rechtbank het in zijn belang dat hij aan de vrouw wordt toevertrouwd. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw toewijzen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, zoals ook op de zitting is besproken, het in het belang van [minderjarige] is om contact met de man te blijven houden. [minderjarige] heeft zelf ook aan de rechter verteld dat hij graag contact met zijn vader wil. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij contact zal faciliteren en dat er na afloop van het huisverbod al telefonisch contact is geweest. De rechtbank gaat ervan uit dat het de ouders – al dan niet met behulp van hun advocaten – lukt om afspraken te maken over contact tussen de man en [minderjarige] . Uitsluitend gebruik echtelijke woning Zowel de vrouw als de man verzoeken om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank stelt voorop dat beiden er belang bij hebben om met uitsluiting van de ander gebruik te kunnen maken van de echtelijke woning. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure een belangenafweging moet maken. Beide partijen hebben aangegeven gezondheidsproblemen te hebben en moeite te zullen hebben met het vinden van alternatieve woonruimte. De man heeft aangevoerd dat de woning van zijn ouders was en door hen aan hem is geleverd, waardoor hij emotionele binding met de woning heeft, maar in deze voorlopige voorzieningenprocedure treft dat standpunt geen doel. De omstandigheid dat de man een huisverbod opgelegd heeft gekregen en dat de politie bij de oplegging daarvan letsel bij de vrouw heeft waargenomen pleit naar het oordeel van de rechtbank in het voordeel van de vrouw. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de vrouw op dit moment met [minderjarige] , [meerderjarige] en haar kleindochter in de echtelijke woning verblijft. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij in de voor hem vertrouwde omgeving kan blijven. Daarom zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toewijzen. Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen. Aangezien de man de woning al verlaten heeft zal de rechtbank ook het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de beschikking ten uitvoer kan worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie bij gebrek aan belang afwijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden; * bepaalt dat de minderjarige: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ; aan de vrouw wordt toevertrouwd; * wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 februari 2026.