Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:7020
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:7020 text/xml public 2026-04-10T08:47:16 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-26 C/09/699254 / FA RK 26-1290 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7020 text/html public 2026-04-09T16:54:45 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:7020 Rechtbank Den Haag , 26-02-2026 / C/09/699254 / FA RK 26-1290 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg, art. 6:4 wvggz RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699254 / FA RK 26-1290 Datum beschikking: 26 februari 2026 Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Tussenbeschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] , advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag. Procesverloop Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 09 februari 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een op 27 januari 2026 ondertekende medische verklaring van H. van der Steur, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een blanco zorgkaart; - een zorgplan van 9 januari 2026; - de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 februari 2026; - een brief van de officier van justitie van 13 januari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de arts, [naam 1] ; - de verpleegkundige, [naam 2] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met hem en dat hij vrijwillig meewerkt aan de behandeling. Omdat betrokkene al lang in de accommodatie verblijft zonder vooruitzicht, wil hij het liefst de behandeling in een ambulant kader voortzetten. Betrokkene kan zich wel vinden in het voorstel een zorgmachtiging voor de duur van twee maanden af te geven onder aanhouding van het overige, in afwachting van de uitkomst van het neuropsychologisch onderzoek. De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat het neuropsychologisch onderzoek veel vertraging heeft opgelopen, waardoor de uitslag nog steeds niet bekend is. Dit duurt al maanden. Op de afdeling wordt gezien dat de geheugenfuncties van betrokkene gestoord zijn en hij het lastig vindt om zijn dag in te delen en initiatief te nemen. De vervolgstappen zijn afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek. Indien betrokkene de diagnose dementie krijgt, heeft hij een indicatie en kan hij worden overgeplaatst naar een verpleeghuis. In het geval van een lichte cognitieve stoornis kan betrokkene met ambulante hulp terugkeren naar huis. Omdat betrokkene bekend is met alcoholafhankelijkheid, zal in dat geval Brijder Verslavingszorg worden ingeschakeld ter ondersteuning. Hij is echter ambivalent ten aanzien van het accepteren van ambulante zorg. In afwijking van de verzochte vormen van verplichte zorg acht de arts de komende twee maanden enkel de toepassing van toedienen van medicatie, medische controles, beperken van de bewegingsvrijheid en opnemen in een accommodatie noodzakelijk en voorzienbaar. Tevens verzoekt de arts de rechtbank om het uitoefenen van toezicht op betrokkene ambtshalve toe te wijzen, omdat van belang is dat toezicht wordt gehouden op de medicatie-inname door betrokkene. De verpleegkundige heeft ter zitting naar voren gebracht dat duidelijke cognitieve schade wordt waargenomen bij betrokkene. Hij heeft moeite met slapen en het behouden van structuur. Zo heeft hij momenten waarbij hij het dag- en nachtritme omdraait en enkel ’s nachts eet. Ook gaat betrokkene vaak niet mee naar buiten en moet hij veel aangespoord worden om activiteiten te ondernemen. Momenteel is betrokkene abstinent van alcohol, omdat hij de accommodatie niet verlaat en geen gebruik maakt van zijn vrijheden. Eerder heeft betrokkene medicatie geweigerd en omdat hij geen medicatie wil, zal hij deze niet betrouwbaar innemen. Vandaar dat goed toezicht door de verpleegkundige noodzakelijk is wanneer hij de orale medicatie krijgt aangereikt. Beoordeling Op 23 september 2025 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden tot en met 23 maart 2026. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een stoornis in alcoholgebruik. Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. Betrokkene is bekend met alcoholafhankelijkheid. Hij werd met een zorgmachtiging opgenomen voor een alcoholdetox en diagnostiek naar de cognitie. Voorafgaand aan de opname was er sprake van ernstige vervuiling en zelfverwaarlozing. Zo dronk betrokkene één tot vijf liter wijn per dag en was hij sinds 2024 niet meer buiten geweest. Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig. Gebleken is dat er nog onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is eerder bekend met zorgmijdend gedrag en is ambivalent ten aanzien van het accepteren van hulp. Ook is nog geen uitslag bekend van het onderzoek, zodat ook niet bekend is welke route genomen moet worden en wat betrokkene daar dan op dat moment van vindt. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - opnemen in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank acht de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek van groot belang voor de bepaling van het vervolgtraject. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de duur van twee maanden en voor het overige aangehouden. De rechtbank verzoekt voorafgaand aan de volgende mondelinge behandeling een geactualiseerde medische verklaring, waarin de uitkomsten van het neuropsychologisch onderzoek worden uiteengezet. Tevens dient de stoornis in het alcoholgebruik door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring nader te worden onderbouwd, met inachtneming van de door de Hoge Raad geformuleerde criteria. Ten aanzien van de overige verzochte vormen van verplichte zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing daarvan niet voorzienbaar en noodzakelijk is.