Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:6980
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,475 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6980 text/xml public 2026-04-09T12:24:19 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-26 C/09/677398 / FA RK 24-9011 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6980 text/html public 2026-04-09T12:23:54 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6980 Rechtbank Den Haag , 26-02-2026 / C/09/677398 / FA RK 24-9011 volgt Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 24-9011 Zaaknummer: C/09/677398 Datum beschikking: 26 februari 2026 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 17 december 2024 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A. El Aqde te Amsterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. G.S. de Haas te Geertruidenberg. Procedure Bij beschikking van 16 september 2025 van deze rechtbank is: de echtscheiding tussen partijen uitgesproken; de hoofdverblijfplaats van de kinderen vastgesteld bij de moeder; een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij tussen de vader en de kinderen begeleide omgang plaatsvindt volgens de volgende opbouwregeling: de eerste vier keer: om de week één uur; de tweede vier keer: om de week twee uur; daarna: om de week een dagdeel; waarbij het CJG bepaalt of een volgende stap kan worden gezet en waarbij de ouders in overleg met het CJG bezien of tussentijdse begeleide videobelmomenten kunnen worden afgesproken; - de definitieve beslissing over de zorgregeling aangehouden. De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken. Op 12 februari 2026 heeft op een zitting van deze rechtbank een gecombineerde behandeling plaatsvonden van zowel onderhavige procedure als het verzoek van de vader tot ondertoezichtstelling van de kinderen (bekend onder zaaknummer C/09/698267 / JE RK 26-115). Op dit verzoek is op de zitting mondeling uitspraak gedaan. Op de zitting zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de advocaat van de moeder; [naam] namens de Raad. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen. Beoordeling Aan de rechtbank ligt nog voor het verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling tussen hem en de kinderen. De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. In de voorgaande beschikking is aan de ouders de opdracht gegeven om met het CJG in hun beider woonplaats contact op te nemen, zodat de CJG’s in onderling overleg contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen opstarten, onder begeleiding van een professional. Op deze wijze werd de veiligheid en de geheime verblijfplek van de moeder beschermd. Gebleken is echter dat dit niet van de grond is gekomen. De vader stelt daarbij dat de moeder zich niet of onvoldoende heeft ingezet. Zij heeft ook niet meegewerkt aan het faciliteren van videobelmomenten tussen de vader en de kinderen, zoals door de rechtbank is bepaald. Volgens de moeder is het niet gelukt, omdat het CJG de hulpvraag niet kon beantwoorden; zij heeft zich hiervoor wel degelijk ingespannen. Ongeacht de oorzaak van het uitblijven van de begeleide omgang, staat vast dat de vader de kinderen inmiddels ruim twee jaar niet heeft gezien. Tussen partijen is niet in geschil dat dit contact weer moet worden opgestart. Met het oog op de praktische problemen – in het bijzonder het geheim houden van de huidige woonplaats van de moeder en de kinderen – zijn de ouders niet in staat om in dit onderling overleg te organiseren. In de procedure met zaaknummer C/0/0/698267 / JE RK 26-115 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld, mede vanwege zorgen over het uitblijven van contact. Daarbij is aan de gecertificeerde instelling (het Leger des Heils) de opdracht gegeven om begeleide omgang op te starten en regie te voeren in de uitbreiding van het contact, een en ander in samenspraak met de ouders. Met het oog op het feit dat de gecertificeerde instelling het opstarten en plaatsvinden van het contact in het oog zal houden, ziet de rechtbank geen aanleiding om de onderhavige procedure opnieuw aan te houden. De bij de voorgaande beschikking vastgestelde zorgregeling, zal daarom definitief worden vastgesteld, met dien verstande dat de gecertificeerde instelling de mogelijkheid heeft om deze naar eigen inzicht verder uit te breiden, waarbij uiteindelijk ook sprake kan zijn van een overnachting. Beslissing De rechtbank: bepaalt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats] ; waarbij er contact zal zijn onder begeleiding en regie van de gecertificeerde instelling, althans een door hen aan te wijzen professionele organisatie, waarbij in ieder geval de volgende opbouwregeling zal gelden: de eerste vier keer: om de week één uur; de tweede vier keer: om de week twee uur; dan: om de week een dagdeel; en de eventuele verdere uitbreiding onder regie van de gecertificeerde instelling; waarbij de gecertificeerde instelling en overleg met de ouders bepaalt of een volgende stap in deze opbouwregeling kan worden genomen en waarbij ook wordt bezien of tussentijds (begeleide) videobelmomenten kunnen worden afgesproken; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 februari 2026.