Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:6766
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,274 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6766 text/xml public 2026-04-07T15:39:17 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-24 C/09/685607 / FA RK 25-3811 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6766 text/html public 2026-04-07T15:38:04 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6766 Rechtbank Den Haag , 24-02-2026 / C/09/685607 / FA RK 25-3811 eenhoofdig gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3811 Zaaknummer: C/09/685607 Datum beschikking: 24 februari 2026 Gezag Beschikking op het op 21 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. D.E. Oud te Zaanstad. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het bericht van 23 mei 2025 van de zijde van de moeder; het F9-formulier van 29 oktober 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder thans verzoekt haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats], een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2023 tot [datum 2] 2025. - Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats]. - De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit. - Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2025 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte convenant inclusief ouderschapsplan deel uitmaakt van de beschikking. Beoordeling Gezag Ingevolge artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd. Ingevolge artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De moeder heeft onweersproken gesteld dat de vader sinds de geboorte van [minderjarige] nauwelijks een rol van betekenis heeft gespeeld in het leven van [minderjarige]. De vader woont in [land] en toont geen interesse in [minderjarige] en neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn verzorging en opvoeding. Er is slechts sporadisch sprake van videobelcontact, en dit vindt uitsluitend plaats op initiatief van de moeder. Daarnaast verloopt de communicatie tussen de moeder en de vader moeizaam. De vader is slecht bereikbaar, niet alleen vanwege zijn verblijf in [land], maar ook doordat hij veelal pas na weken – of in het geheel niet – reageert op berichten van de moeder. De moeder vreest dat zij in de toekomst bij het nemen van gezagsbeslissingen zal worden belemmerd door de vader. Om die reden heeft zij de vader verzocht zijn medewerking te verlenen voor het wijzigen van het gezamenlijk ouderlijk gezag naar eenhoofdig gezag bij de moeder. De vader heeft met dit verzoek ingestemd, zoals blijkt uit productie 7 van het verzoekschrift. Uit de stukken is de rechtbank gebleken dat de vader – gelet op de door de moeder overgelegde instemmingsverklaring – niet langer uitoefening wenst te geven aan zijn gezagstaken. De moeder heeft daarnaast onweersproken gesteld dat de vader feitelijk geen invulling geeft aan het gezag en geen tot slechts sporadisch (videobel)contact heeft met [minderjarige]. Daarnaast woont de vader in [land] en is hij vaak niet bereikbaar voor overleg over [minderjarige]. Gezien het voorgaande acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder alleen met het gezag over [minderjarige] wordt belast. De rechtbank zal derhalve het verzoek van de moeder toewijzen. Beslissing De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 7 mei 2025 en het daarbij aangehechte convenant inclusief ouderschapsplan –: bepaalt dat voortaan alleen aan [de moeder] geboren op [geboortedatum 2] 1993 te [geboorteplaats], het gezag zal toekomen over de [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats]; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2026.