Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-23
ECLI:NL:RBDHA:2026:6550
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,025 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6550 text/xml public 2026-04-07T09:59:14 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-23 C/09/699189 / JE RK 26-207 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6550 text/html public 2026-04-07T09:55:15 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6550 Rechtbank Den Haag , 23-02-2026 / C/09/699189 / JE RK 26-207 Verlenging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/699189 / JE RK 26-207 Datum uitspraak: 23 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland , hierna te noemen de gecertificeerde instelling, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. D.M. Siemerink-Looten uit Den Haag. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026; de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 14 februari 2026; het ondertekende hulpverleningsplan van 12 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: [naam] namens de gecertificeerde instelling; [minderjarige] met haar advocaat; de moeder; de vader. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover, in het bijzijn van haar advocaat, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] verblijft bij op de [zorginstelling] . 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 april 2026. 2.4. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 14 april 2026. Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter in deze rechtbank de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie van jeugdhulp verlengd tot 27 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De gecertificeerde instelling verzoekt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling. 3.2. De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 12 februari 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname. 3.3. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft sinds januari 2025 op de [zorginstelling] . De afgelopen periode heeft [minderjarige] hier positieve stappen gezet. Zij volgt een opleiding, heeft een bijbaan, staat op een positieve wijze in contact met de groepsleiding en zij werkt mee met de hulpverlening. Tegelijkertijd blijft [minderjarige] kwetsbaar en beïnvloedbaar, waarbij zij nog onvoldoende in staat is om de mogelijke gevolgen van haar gedrag te overzien. Zo laat zij bij spanningen extreem gedrag zien en blijft er sprake van risicovol gedrag, waaronder het contact met jongens via sociale media. Verder is in een bericht vanuit de groep van 30 januari 2026 vermeld dat [minderjarige] de afgelopen periode heeft gelogen en dingen heeft achtergehouden. De ouders zijn betrokken bij [minderjarige] , maar er bestaan nog zorgen over hun onderlinge verhouding. Er is sprake van afstand en (soms) afwijzing in de ouder-kindrelatie. Ook hebben de ouders weinig draagkracht en een beperkt sociaal netwerk. Het lukt de ouders (nog) niet om [minderjarige] te begrenzen en haar de structuur te bieden die zij nodig heeft. Op dit moment is een thuisplaatsing dan ook (nog) niet haalbaar. De afgelopen periode is gezocht naar vervolgplek voor [minderjarige] en de gecertificeerde instelling heeft [minderjarige] aangemeld bij diverse aanbieders. Een aantal aanbieders hebben [minderjarige] afgewezen, maar bij een aantal aanbieders is de aanmelding nog in behandeling. De gecertificeerde instelling acht een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp nog noodzakelijk om [minderjarige] te beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf. Met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp kan een terugval in haar grensoverschrijdende relaties worden voorkomen en kan er gewerkt worden aan haar zelfstandigheid, weerbaarheid en toekomstperspectief. Ook dient er tijd geboden te worden om te werken naar een terugkeer naar huis of om een passende vervolgplek te vinden. Gezien de kwetsbaarheid, beperkte weerbaarheid en blijvende beïnvloedbaarheid van [minderjarige] , dient een overstap zorgvuldig en gefaseerd te verlopen. 4 De standpunten 4.1. [minderjarige] verzet zich niet tegen het verzoek. Het gaat goed met [minderjarige] op de groep en zij heeft het naar haar zin op haar mbo-opleiding Zorg en Welzijn. [minderjarige] wil niets liever dan teruggaan naar huis en zij doet er alles aan om dat te bereiken. [minderjarige] is ook bereid om haar hoofddoek niet langer te dragen. Volgens de betrokken hulpverlening en haar gezinscoach kan [minderjarige] over twee maanden terug naar huis. De enige belemmering is op dit moment de houding van de ouders, aangezien zij nog niet hebben bereikt wat zij wel zouden willen bereiken. Indien een thuisplaatsing op dit moment niet kan, dan kan [minderjarige] achter een verlenging van de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van zes weken staan. [minderjarige] heeft ter zitting bevestigd dat zij bereid is om zich aan de voorwaarden, zoals neergelegd in het hulpverleningsplan, te houden. 4.2. De moeder staat achter het verzoek. De moeder is trots op de stappen die [minderjarige] de afgelopen periode heeft gezet. De ouders willen [minderjarige] thuis hebben, maar dat moet wel op een goede en zorgvuldige manier gebeuren. De moeder vindt het van belang om een thuisplaatsing langzaam op te bouwen zodat de ouders niet in een situatie komen dat zij het thuis niet aankunnen. De komende tijd willen de ouders de bezoeken uitbreiden en kijken hoe dat gaat. 4.3. De vader sluit zich aan bij het standpunt van de moeder. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Buiten de gesloten accommodatie kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.2. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] verblijft sinds januari 2025 op de [zorginstelling] . De afgelopen periode heeft [minderjarige] zichtbaar hard aan zichzelf gewerkt en positieve stappen gezet. Zij heeft haar vrijheden opgebouwd, heeft een baan en volgt met plezier de mbo-opleiding Zorg en Welzijn. Ook staat zij in goed contact met de groepsleiding en heeft zij goede stappen gezet met haar hulpverlening. Desondanks worden er nog risico’s gezien.