Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:6390
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,047 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6390 text/xml public 2026-03-24T12:04:01 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-09 AMS 24/20173, AMS 24/20175, AMS 24/20291 en AMS 24/20293 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Voorlopige voorziening NL Amsterdam Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6390 text/html public 2026-03-24T10:10:30 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6390 Rechtbank Den Haag , 09-03-2026 / AMS 24/20173, AMS 24/20175, AMS 24/20291 en AMS 24/20293 Afwijzing aanvragen van braziliaans gezin voor een verblijfsvergunning. Geen mvv. Geen vrijstelling. Niet voldaan aann gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Mensenhandel. Inreisverbod. 8 EVRM. Niet aangetoond dat er rechtmatig verblijf is in Portugal. Beroep ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummers: AMS 24/20173 (beroep), AMS 24/20175 (vovo), AMS 24/20291 (beroep) en AMS 24/20293 (vovo) V-nummers: [v-nummer] , [v nummer 1] , [v nummer 2] , [v nummer 3] en [v nummer 4] uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 op het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaken tussen [persoon 1] , eiser (gemachtigde: mr. M. Dorgelo), en [persoon 2] , eiseres [persoon 3] , eiseres [persoon 4] , eiser [persoon 5] , eiseres (gemachtigde: mr. M. Dorgelo), allen van Braziliaanse nationaliteit, gezamenlijk te noemen: eisers en de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister (gemachtigde: mr. T.J.M. Schilder). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eisers voor een verblijfsvergunning. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvragen. Zij hebben daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voeren een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de rechtbank/de voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) de afwijzing van de aanvragen. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de aanvragen van eisers mocht afwijzen . Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de rechtbank uitspraak doet op het beroep, wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Procesverloop 2. Aan [persoon 1] is op 31 oktober 2022 een terugkeerbesluit opgelegd waarin is bepaald dat hij binnen vier weken terug moet keren naar Brazilië. Dit besluit staat in rechte vast. 2.1. [persoon 1] heeft op 4 januari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’. [persoon 2] en haar kinderen hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [persoon 1] ’. 2.2. De minister heeft de aanvragen van eisers met de primaire besluiten van 4 juli 2024 afgewezen. Eisers hebben bezwaar ingediend en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat eisers in Nederland mogen verblijven en werken. De voorzieningenrechter heeft deze verzoeken afgewezen op 7 oktober 2024. 2.3. Met de bestreden besluiten van 7 november 2024 op de bezwaren van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvragen gebleven. 2.4. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. 2.5. De rechtbanken heeft de beroepen en de verzoeken van eisers gelijktijdig op 26 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon 5] , de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Ook was de heer [persoon 6] als informant van eisers aanwezig. Beoordeling door de rechtbank Besluitvorming 3. De minister heeft de aanvraag van [persoon 1] met het bestreden besluit afgewezen, omdat eiser geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet in aanmerking komt voor vrijstelling. De minister werpt ten aanzien van de stelling dat [persoon 1] slachtoffer is van mensenhandel tegen dat er geen verklaring van de politie of de Koninklijke Marechaussee (KMar) is waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn van mensenhandel en dat de bewijsmiddelen niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in hoofdstuk B8/3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc). Daarnaast heeft de minister een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, omdat eiser de Europese Unie (EU) niet heeft verlaten zoals hem is opgelegd in het terugkeerbesluit van 31 oktober 2022. Van schending van artikel 8 van het EVRM is geen sprake, omdat niet is aangetoond dat [persoon 1] of zijn echtgenote en kinderen rechtmatig verblijf hebben in Portugal. Ook heeft hij niet nader onderbouwd op welke grond zijn privéleven in andere Europese landen onderzocht dient te worden. Bij de afwijzing van een aanvraag hoeft volgens de minister geen rekening te worden gehouden met gezinsleven of privéleven buiten Nederland. 3.1. De minister heeft de aanvraag van [persoon 2] en haar kinderen met het bestreden besluit afgewezen omdat zij geen geldige mvv hebben en niet behoren tot een van de categorieën van vrijgestelde vreemdelingen. Er is geen sprake van schending van artikel 8 van het EVRM, omdat aangenomen wordt dat zij zich niet in Nederland bevinden. Ook is volgens de minister niet aangetoond dat zij rechtmatig verblijf hebben in Portugal. Het beroep van [persoon 1] Mensenhandel 4. Eiser voert aan dat hij slachtoffer is van mensenhandel en hierdoor getraumatiseerd is. Ten onrechte worden de bewijsmiddelen die eiser heeft aangeleverd niet geaccepteerd. Eiser heeft op zitting toegelicht dat hij bang is om naar de politie te gaan omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Daarnaast dacht eiser dat de Nederlandse Arbeidsinspectie onderdeel is van de politie dan wel de Nederlandse overheid. Het kan eiser niet worden tegengeworpen dat hij bepaalde formaliteiten niet is nagekomen. 4.1. In paragraaf B8/3.3 van de Vc zijn de bewijsmiddelen opgenomen die een vreemdeling, die stelt slachtoffer van mensenhandel te zijn, moet overleggen om in aanmerking te komen voor een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Daarin is opgenomen dat een vermoedelijk slachtoffer dat geen aangifte kan of wil doen of geen medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met een medische of psychische beperking, een verklaring van de politie of KMar moet overleggen waaruit blijkt dat er aanwijzingen zijn van mensenhandel. Daarnaast moet er ook een verklaring van een medische behandelaar worden overgelegd waaruit blijkt welke medische klachten de vreemdeling heeft en welke gevolgen de klachten hebben voor de medewerking aan het strafproces. 4.2. De rechtbank stelt vast dat eiser tijdens de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening in de bezwaarfase heeft verklaard dat hij een week na die zitting een afspraak had staan bij de politie zodat hij aangifte kon doen. Tijdens de zitting van deze beroepsprocedure heeft eiser bevestigd dat hij geen aangifte bij de politie heeft gedaan. Eiser heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Ook heeft eiser in beroep geen medische stukken overgelegd waaruit zou blijken dat hij geen medewerking kan verlenen aan een strafrechtelijk onderzoek. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister terecht aan eiser heeft tegengeworpen dat hij niet de benodigde bewijsmiddelen heeft overgelegd en dat hij niet voldoet aan de gestelde voorwaarden. Inreisverbod en artikel 8 van het EVRM 5. Eiser voert aan dat het inreisverbod het hem onmogelijk maakt om zijn gezin in Portugal te bezoeken. Door het inreisverbod kan eiser Portugal niet inreizen, terwijl hij in het bezit is van een rechtmatig verblijfsrecht in Portugal dat voortvloeit uit het CPLP, een overeenkomst op grond waarvan burgers van Portugees sprekende landen een visum kunnen krijgen voor Portugal. Ook heeft de minister nagelaten onderzoek te doen naar eisers gezins- en privéleven in Portugal.