Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-01-07
ECLI:NL:RBDHA:2026:62
RECHTBANK Den Haag Team handel Zaak-/rolnummer: C/09/683598 / HA ZA 25-321 Vonnis van 7 januari 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat: mr. M. Smit, tegen 1 [gedaagde 1] te [woonplaats 2] ( [land] )2. [gedaagde 2] te [woonplaats 2] ( [land] ), gedaagden, advocaat: mr. J.P. den Besten. Eiseres wordt hierna [eiseres] genoemd. Gedaagden worden hierna gezamenlijk [gedaagden] c.s. (mannelijk enkelvoud) genoemd en ieder afzonderlijk [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . 1 Inleiding 1.1. Deze zaak gaat over de erfenis van de zus van [eiseres] , [erflaatster] . [erflaatster] heeft in 2017 [gedaagde 2] ontmoet via het online spel Habbo Hotel. In de jaren daarna hadden [erflaatster] en [gedaagde 2] veel contact. In mei 2020 heeft [erflaatster] gehoord dat ze ernstig ziek was. Vanaf dat moment heeft ze bijna geen contact meer gehad met [eiseres] en de andere leden van haar familie. In juli 2022 heeft [erflaatster] bij een notaris een testament opgesteld waarin ze de echtgenoot van [gedaagde 2] , [gedaagde 1] , als enig erfgenaam heeft benoemd. In augustus 2022 is [erflaatster] overleden. 1.2. [eiseres] vindt dat [gedaagde 2] (i) [erflaatster] heeft gemanipuleerd, (ii) voor [erflaatster] heeft bepaald wat ze moest doen en wat ze niet moest doen en (iii) [erflaatster] bij haar familie heeft weggehouden. Daardoor kon [erflaatster] zelf niet meer bepalen wat ze wilde, maar dat deed [gedaagde 2] voor haar. [eiseres] vindt dat het testament van [erflaatster] daarom niet moet worden gebruikt om te bepalen wie de erfenis van [erflaatster] krijgt. De rechtbank is het daar niet mee eens. De rechtbank is van oordeel dat het testament van [erflaatster] niet opzij moet worden gezet. De rechtbank legt hieronder uit waarom. 1.3. Over deze zaak is een podcast gemaakt onder de naam ‘Het Habbo Mysterie’. 2 De procedure 2.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 5 maart 2024 met producties 1 tot en met 43, waarvan producties 8, 9 en 25 ontbreken; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 5; - de brief van [gedaagden] c.s. van 14 november 2025 met producties 6 tot en met 8; - de akte overlegging producties van [eiseres] met producties 44 tot en met 63; - de nadere productie 64 van [eiseres] ; 2.2. Op 26 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. 2.3. De datum voor het vonnis is vastgesteld voor vandaag. 3 De feiten 3.1. [erflaatster] (hierna: [erflaatster] ) is op [geboortedatum] 1962 geboren in [geboorteplaats] . Zij woonde tot mei 2020 in [stadsdeel] . Tot aan het overlijden van haar moeder in 1995 woonde ze bij haar beide ouders, vanaf 1995 woonde ze alleen met haar vader. [erflaatster] is in 1999 eigenaar geworden van de woning waarin ze tot mei 2020 heeft gewoond. Deze woning was daarvoor van haar ouders. [erflaatster] was vanaf enig moment ook eigenaar van de woning ernaast. Een nichtje van [erflaatster] huurde deze woning van [erflaatster] . [erflaatster] heeft vanaf haar 18e voor dezelfde school gewerkt, waar haar ouders ook werkte. [eiseres] is de zus van [erflaatster] . 3.2. [erflaatster] speelde vaak Habbo Hotel (hierna: Habbo). Habbo is een online spel waarin je met anderen kunt chatten en spelletjes kunt spelen. 3.3. In 2017 hebben [gedaagde 2] en [erflaatster] elkaar online leren kennen via Habbo. [gedaagde 2] woont in [land] . Zij is getrouwd met [gedaagde 1] . In 2017 hebben [erflaatster] en [gedaagde 2] elkaar ook in het echt ontmoet. Vervolgens hebben [gedaagde 2] en [erflaatster] veel meer contact gehad en zijn ze samen vaak weekenden weg gegaan en op vakantie gegaan. 3.4. In 2020 kreeg [erflaatster] lichamelijke klachten. Daarvoor is ze onderzocht in het ziekenhuis. [eiseres] is drie keer mee geweest met [erflaatster] naar een afspraak in het ziekenhuis. In mei 2020 is [gedaagde 2] met [erflaatster] meegegaan naar een vierde afspraak, in ziekenhuis [ziekenhuis 1] . [erflaatster] kreeg toen van de dokter te horen dat ze baarmoederkanker ha Dit alles omdat het testament is gemaakt onder invloed van een geestelijke stoornis dan wel [erflaatster] in een toestand verkeerde waarbij zij geen testament kon opstellen, dan wel wegens een andere door de rechtbank aan te vullen grond / reden; III. dat de rechtbank bepaalt, met een verklaring voor recht, dat [gedaagden] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld en hem te veroordelen tot het vergoeden van schade aan [eiseres] , zoals nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; IV. op grond van artikel 8 EVRM, de veroordeling van [gedaagden] c.s. om mede te delen, wanneer en waar de as van [erflaatster] is uitgestrooid na haar crematie, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 250.000; V. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om de volgende informatie te verstrekken, goed gedocumenteerd en onderbouwd, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat hij in gebreke blijft tot een maximum van € 250.000: waar verbleef [erflaatster] gedurende het moment van verdwijning uit [stadsdeel] , tot haar overlijden; welke zorg heeft [erflaatster] gehad in de periode dat [gedaagde 2] claimt dat zij haar heeft verzorgd; alle correspondentie met Aegon omtrent de uitkering van de levensverzekering; alle correspondentie met ASR omtrent de beleggingsverzekering bij ASR; antwoord op de vraag of de auto, de postzegelverzameling en muntenverzameling zijn behouden, of verkocht, en indien deze zijn verkocht, informatie over de verkoop (datum, nieuwe eigenaar, koopsom); wie heeft de notaris gebeld voor het opmaken van het testament en overlegging van alle correspondentie met de notaris en/of het notariskantoor met [erflaatster] en/of [gedaagden] c.s. en/of het ziekenhuis en/of medewerkers daarvan. VI. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om alle eigendommen en geldbedragen die aan [erflaatster] toebehoorden, waaronder de woning, de auto, de muntenverzameling, de postzegelverzameling, de levensverzekering, de beleggingsverzekering, de PC/laptop, tablet en/of andere digitale dragers inclusief alle privé informatie met foto’s en eventuele andere zaken/geldbedragen die daarover vallen, in eigendom over te dragen dan wel te betalen/vergoeden aan [eiseres] , in ongeschonden staat, op straffe van een dwangsom van € 500 per dag dat zij in gebreke blijft tot een maximum van € 1.000.000. Voor zover de eigendommen of het geld volledig of voor een deel niet meer in bezit zijn van [gedaagde 1] , aan [eiseres] de schade te vergoeden, nader op te maken bij staat, op grond van onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking en/of onverschuldigde betaling, dan wel een andere door de rechtbank aan te vullen grond; VII. de veroordeling van [gedaagden] c.s. om immateriële schade van € 500.0000 te vergoeden aan [eiseres] . Er is sprake van immens verdriet, gederfde levensvreugde en [eiseres] en haar familie hebben enorme inspanningen moeten verrichten, met name na het overlijden van [erflaatster] , om informatie te verkrijgen over het overlijden van [erflaatster] en de gebeurtenissen daarvoor; VIII. de veroordeling van [gedaagden] c.s. tot vergoeden van de proceskosten. 4.2. [gedaagden] c.s. vindt dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen of dat [eiseres] niet ontvankelijk moet worden verklaard, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure te verhogen met rente. 4.3. Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Inleiding 5.1. In dit vonnis wordt achtereenvolgens het volgende besproken: de bevoegdheid van de Nederlandse rechter; het op de vorderingen toepasselijke recht; de nietigheid of vernietigbaarheid van het testament; de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid; de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad en immateriële schade; de vordering over de locatie van het uitstrooien van de as; de andere vorderingen tot afgifte van informatie; de vordering over afgifte van [eiseres] heeft wel uitgelegd waarom ze vindt dat [erflaatster] niet zelf de wil had om [gedaagde 1] als erfgenaam te benoemen. Ze vindt dat [gedaagde 2] [erflaatster] in verregaande mate heeft beïnvloed of gemanipuleerd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit iets anders dan wilsonbekwaamheid. Indien [gedaagde 2] [erflaatster] heeft beïnvloed, was [erflaatster] wel wilsbekwaam, maar heeft zij haar wil misschien gebrekkig gevormd. Dan zou het gaan om een wilsgebrek (bijvoorbeeld bedrog of dwaling). Een geslaagd beroep op een wilsgebrek heeft als gevolg dat het testament moet worden vernietigd, niet dat het nietig is. Het testament van [erflaatster] is dus in ieder geval niet nietig. 5.11. De vervolgvraag is of het testament vernietigbaar is op grond van de wilsgebreken dwaling of bedrog. 5.12. Artikel 3:44 BW is de bepaling in het Burgerlijk Wetboek die gaat over bedrog. Bedrog is aanwezig, wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt (i) door opzettelijk een onjuiste mededeling te doen, (ii) door het opzettelijk verzwijgen van enig feit dat de verzwijger verplicht was mede te delen, of (iii) door een andere kunstgreep. [eiseres] heeft het echter niet over bedrog gehad. Zij heeft geen feiten of omstandigheden genoemd die verband houden met het opstellen van het testament waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van bedrog door [gedaagden] c.s. [eiseres] vindt dat sprake is geweest van invloed op [erflaatster] , maar zij heeft niet gewezen op opzettelijke onjuiste mededelingen gedaan door [gedaagden] c.s. om [erflaatster] te bewegen het testament op te stellen. [eiseres] heeft wel geschreven dat ze vindt dat sprake is van ‘kunstgrepen’ en fraude, maar licht dat verder niet toe. Ze heeft niet toegelicht welke handelingen van [gedaagden] c.s. kunstgrepen waren of frauduleus waren. Aan de voorwaarden voor een geslaagd beroep op bedrog is dan ook niet voldaan. 5.13. Voor vernietiging van een testament op grond van dwaling is in de wet een bijzondere regeling opgenomen in artikel 4:43 lid 2 BW. Een testament is alleen vernietigbaar op grond van dwaling als in het testament zelf is opgenomen waarom degene die het testament heeft opgesteld bepaalde keuzes heeft gemaakt. In het testament van [erflaatster] is echter niet opgenomen waarom ze [gedaagde 1] tot erfgenaam heeft benoemd. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een geslaagd beroep op dwaling (artikel 4:43 lid 2 BW). 5.14. Het testament is dus ook niet vernietigbaar op grond van de wilsgebreken bedrog of dwaling. Beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid 5.15. [eiseres] vordert ook dat de rechtbank bepaalt, met een verklaring voor recht, dat [gedaagden] c.s. op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid geen erfgenaam kan zijn. Juridisch kader 5.16. In uitzonderlijke omstandigheden kan de rechtbank met een beroep op de beperkende werking van de redelijk en billijkheid bepalen dat een in een testament opgenomen erfgenaam toch niet kan erven. De rechtbank legt eerst uit waarom dit de juridische regel is die de rechtbank moet toepassen. Vrijheid om zelf te bepalen wie erft 5.17. Een belangrijk uitgangspunt van het erfrecht is de vrijheid van een ieder om zelf te bepalen wie van hem/haar erft (de testeervrijheid). Daarbij gelden wel een aantal regels. Dat een erflater wordt beïnvloed door een ander is op zichzelf geen reden waarom die ander geen erfgenaam kan zijn. Het gaat erom of de erflater zijn wil onafhankelijk heeft kunnen vormen, waarbij voor veel mensen zal gelden dat zij zich laten beïnvloeden door hun relatie met anderen. De rechtbank verwijst verderop in dit vonnis uitgebreider naar een uitspraak van het gerechtshof Den Haag die hierover gaat. Als iemand wilsbekwaam is, dan heeft die persoon een grote mate van vrijheid om zich te laten leiden door bij hem of haar levende gedachten en gevoelens. [erflaatster] was wilsbekwaam en mocht in beginsel zelf bepalen wie van haar zou Het hof overwoog onder andere dat (i) ‘de eenzijdigheid en daarmee het persoonlijke van de rechtshandeling cruciale elementen zijn van de uiterste wil’, (ii) de betrokken notaris(sen) uiterst zorgvuldig heeft gehandeld, en (iii) van wilsonbekwaamheid niet is gebleken. Ten slotte heeft het hof het volgende overwogen (onderstrepingen zijn van de rechtbank): “De erfstelling ten behoeve van appellante is rechtsgeldig tot stand gekomen, maar de visie van de rechtbank zou die – op zichzelf geldige erfstelling – klaarblijkelijk buiten toepassing moeten worden gelaten vanwege de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. Naar het oordeel van het hof vindt die visie geen steun in het recht . De rechtszekerheid staat daaraan naar het oordeel van het hof in de weg , nu er sprake is van een uiterste wil gemaakt door een klaarblijkelijk wilsbekwame erflater, die zorgvuldig door de instrumenterende notaris is voorgelicht en zijn wil meermalen buiten aanwezigheid van derden aan de notaris (en zijn kantoorgenoten) heeft kenbaar gemaakt en overigens van vernietigingsgronden niet is gebleken. Het feit dat appellante erflater mogelijk heeft beïnvloed om haar tot zijn (bezwaarde) erfgename te benoemen is niet een omstandigheid die maakt dat zij niet enig voordeel uit de nalatenschap van erflater zou mogen trekken. Het gaat erom of erflater zijn wil onafhankelijk heeft kunnen vormen. Menig erflater laat zich daarbij ook leiden door zijn relatie met een partner. Eveneens indien zij de familierelatie tussen erflater en zijn kinderen negatief zou hebben beïnvloed, of erflater in enige mate heeft geïsoleerd van zijn vrienden en kennissen – hetgeen appellante gemotiveerd heeft bestreden - zijn dit eveneens geen feiten en omstandigheden op grond waarvan appellante geen voordeel uit de nalatenschap van erflater kan trekken. Het behoort tot het persoonlijke domein van erflater om zich door zijn eigen gevoelens en beweegreden te laten leiden bij het formuleren van zijn uiterste wil. De notarissen hebben in deze specifieke zaak zorgvuldig getoetst of de verklaring van erflater overeenkwam met hetgeen is beschreven in het testament van erflater. Naar het oordeel van het hof heeft appellante jegens erflater geen handelingen verricht op grond waarvan moet worden geoordeeld dat zij op grond van de wet en/of het recht geen voordeel zou kunnen ontlenen aan het testament van erflater. ” 5.23. Nog eens kort opgeschreven: een beroep op misbruik van omstandigheden is niet mogelijk bij een testament. Nederlandse juristen vinden dat als de beïnvloeding heel onbehoorlijk is geweest, een beroep kan worden gedaan op de redelijkheid en de billijkheid. Daar is in Nederland nog geen voorbeeld van. Beoordeling beroep [eiseres] op redelijkheid en billijkheid Notaris zorgvuldig te werk gegaan 5.24. De notaris die het testament van [erflaatster] heeft opgesteld, heeft vragen van [eiseres] hierover in een brief van 5 april 2023 beantwoord. Hij heeft daarbij, voor zover in deze procedure belangrijk, onder meer het volgende geschreven: “ De nummering van uw vragen houdt ik aan. Mitsdien is mijn antwoord daarop als volgt: ad 1. Op maandag 18 juli is bij de receptie van ons kantoor een telefonisch verzoek binnengekomen om in verband met spoed naar het nabij gelegen [ziekenhuis 1] ziekenhuis te komen voor een testamentbespreking. De receptioniste kan zich niet herinneren wie dat is geweest. Omdat ik die middag tijd in mijn agenda had en het klaarblijkelijk spoed had, ben ik naar het ziekenhuis gegaan. ad 2. (…) ad 3. Ik heb [erflaatster] twee keer ontmoet, op maandag 18 juli en op donderdag 21 juli. Beide keren in de kamer waarin zij verbleef in het ziekenhuis. Ik heb [erflaatster] twee keer telefonisch gesproken, één keer op woensdag 20 juli toen een maatschappelijk werkster van het ziekenhuis ons kantoor belde en mij doorverbond met haar, en één keer op donderdag 21 juli toen zij zelf belde. ad 4. (…) ad 5. Nee. Op zowel maandag 18 juli als donderdag 20 juli heb ik in d [eiseres] vindt dat [erflaatster] (licht) beperkt was, slecht kon omgaan met emoties, moeilijk zelfstandig kon functioneren en naïef en goedgelovig was. b. [erflaatster] had een goede band met haar familie. Ze zag [eiseres] iedere dag, had goed contact met de dochters van [eiseres] en ging op vakantie met haar familie. [erflaatster] was ook heel actief op Habbo en was een bekende speelster. Ze had een vast groepje vrienden waarmee ze spelletjes speelde en gesprekken had op vaste tijdstippen. [erflaatster] had ook een goede band met haar collega’s op de school waar ze werkte. c. Sinds het moment dat [gedaagde 2] bevriend is geraakt met [erflaatster] via Habbo, heeft [erflaatster] haar contact met (online) vrienden en haar familie laten verwateren en uiteindelijk verbroken. Haar online contacten heeft ze geblokkeerd. Spelers van Habbo hebben verklaard dat sprake was van een gedragsverandering. Zij vonden dat [gedaagde 2] zich op Habbo niet sociaal opstelde richting anderen, maar alleen gericht was op [erflaatster] en [erflaatster] afschermde. In het spel waren [gedaagde 2] en [erflaatster] alleen nog maar samen, en op een zeker moment stopten ze allebei met het spel. d. [erflaatster] en [gedaagde 2] gingen samen veel op reis en hadden (heel) veel contact via Whatsapp en Habbo. Achteraf bleek dat [erflaatster] honderden schermafbeeldingen van gesprekken tussen haar en [gedaagde 2] op haar computer heeft opgeslagen. [erflaatster] noemde dat ‘bewijs’ in een bericht aan haar nichtje. [eiseres] heeft diverse gesprekken overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde 2] veel invloed had op [erflaatster] en dat ze dagelijks veel contact hadden. [gedaagde 2] benadrukte vaak dat zij de beste vriendin van [erflaatster] was, en reageerde teleurgesteld als [erflaatster] minder reageerde. De familie van [erflaatster] had de indruk dat [erflaatster] zelf geen zeggenschap meer had over de tijd die zij doorbracht met [gedaagde 2] . Uit een WhatsApp/Habbo gesprek tussen [erflaatster] en haar nichtje blijkt bijvoorbeeld dat [gedaagde 2] boos was op [erflaatster] omdat [erflaatster] met haar nichtje op vakantie wilde gaan. e. De familie van [eiseres] en online vrienden van [erflaatster] hadden de indruk dat de sociale media accounts van [erflaatster] waren overgenomen door [gedaagde 2] . Ook in sommige berichten die vanuit [erflaatster] zouden komen, werden Vlaamse woorden gebruikt. Daaruit blijkt, volgens [eiseres] , dat deze zijn geschreven door [gedaagde 2] . Het gaat bijvoorbeeld om berichten aan de bedrijfsarts. [eiseres] heeft ook een rapport van een deskundige overgelegd, die constateert dat correspondentie van [erflaatster] ofwel door [gedaagde 2] is geschreven ofwel door [gedaagde 2] is gedicteerd. [gedaagden] c.s. heeft dit niet weersproken. f. In mei 2020 is [erflaatster] samen met [gedaagde 2] zonder uitleg uit [stadsdeel] vertrokken en heeft ze contact met haar familie afgehouden. Achteraf is voor de familie duidelijk geworden dat [erflaatster] toen, in mei 2020, te horen heeft gekregen dat ze baarmoederkanker had. g. [erflaatster] is vanaf mei 2020 ook niet meer op haar werk verschenen, terwijl ze erg trouw was. Het salaris van [erflaatster] is op een zeker moment stopgezet. Tot februari 2022 had [erflaatster] nog contact met de bedrijfsarts via e-mail en telefoon, maar ze gaf geen verblijfplaats door. In januari en februari 2022 verscheen [erflaatster] niet op gesprekken met de bedrijfsarts. In het rapport van de bedrijfsarts is opgenomen dat de bedrijfsarts bij enkele gesprekken met [erflaatster] de indruk heeft gehad dat iemand [erflaatster] op de achtergrond ‘stond te souffleren’. h. Onduidelijk is welke zorg [erflaatster] heeft gekregen vanaf het moment dat zij uit [stadsdeel] is vertrokken. [eiseres] stelt dat [erflaatster] niet de juiste zorg heeft gekregen. Bij ziekenhuis [ziekenhuis 1] is in juli 2022 een revalidatieplek aangeboden, maar [erflaatster] heeft er voor gekozen om naar [land] te gaan om daar thuiszorg te regelen. Niet du Het Openbaar Ministerie zag geen aanleiding voor een levensdelict of een geweldsmisdrijf. De Raad voor de Journalistiek heeft een klacht van [gedaagden] c.s. over de classificatie van de podcast als ‘true crime’ gegrond bevonden omdat niet is gebleken dat sprake is van een waargebeurde misdaad noch dat daarvoor een gegrond vermoeden bestaat . Dat [gedaagden] c.s. strafbaar heeft gehandeld, is niet komen vast te staan. 5.30. Onduidelijk is wel waarom [erflaatster] haar opmerkelijke gedrag vertoonde en plots haar familie, huis, werk en huisarts in de buurt heeft achtergelaten zonder met iemand contact op te nemen om in huisjes en hotels in [land] te wonen, terwijl ze ernstig ziek was en werd behandeld in Nederland. 5.31. [gedaagden] c.s. heeft geschreven dat hij meent dat [erflaatster] ruzie had met haar vader. Hij heeft in dat verband gewezen op een brief die [erflaatster] daarover in juni 2021 heeft geschreven. In die brief staat inderdaad dat ze in april 2020 woorden had met haar vader omdat hij haar relatie met [gedaagde 2] niet goedkeurde. [eiseres] heeft hierover geschreven dat de door haar ingeschakelde deskundige vindt dat [gedaagde 2] de brief heeft geschreven, vanwege het Belgische taalgebruik in de brief. Zij ontkent dat er onenigheid was binnen de familie. Op basis van wat partijen erover hebben geschreven, staat niet vast dat er inderdaad onenigheid was die de oorzaak was van het gedrag van [erflaatster] . 5.32. [eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat het uitzonderlijke gedrag van [erflaatster] kan worden verklaard doordat zij ‘volledig werd beheerst’ door [gedaagde 2] . [eiseres] verwijst in dat kader naar een deskundige op het gebied van sektes en loverboys die de correspondentie tussen [gedaagde 2] en [erflaatster] heeft bekeken, en volgens [eiseres] concludeert dat sprake is van ‘destructieve controletechnieken’. [eiseres] vindt, onder verwijzing naar deze deskundige, dat sprake was van een vorm van manipulatie waarmee is bewerkstelligd dat [erflaatster] anders naar zichzelf en de wereld is gaan kijken terwijl anderen die haar zouden/hadden kunnen helpen op afstand werden gehouden en uiteindelijk ‘de denkwijze van de manipulator’ heeft overgenomen. [gedaagden] c.s. heeft zonder toelichting de conclusie van de deskundige betwist. 5.33. [eiseres] heeft geen rapport van de deskundige overgelegd, maar verwezen naar een specifiek fragment uit de podcast. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd de podcast niet te hebben beluisterd. Gelet op wat over de deskundige in de dagvaarding is geschreven en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, heeft de rechtbank alsnog geluisterd naar het gedeelte van de podcast waarin de deskundige aan het woord is gekomen. Daaruit is haar gebleken dat de deskundige niet uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar [erflaatster] . De deskundige heeft gesproken met de journalist die de podcast heeft gemaakt. De deskundige heeft gezegd dat zij appjes tussen [erflaatster] en [gedaagde 2] heeft bekeken. Er zijn volgens haar duidelijke signalen die duiden op het hanteren door [gedaagde 2] van destructieve controletechnieken erop gericht om [erflaatster] bij haar familie weg te houden. Maar ze heeft ook gezegd dat van kwade motieven bij [gedaagde 2] geen sprake hoeft te zijn, dat [erflaatster] kennelijk op zoek was naar een vriendin buiten de familie en dat [erflaatster] in staat was op momenten tegengas te geven. Verder heeft ze gezegd dat alle door [erflaatster] bewaarde correspondentie bestudeerd zou moeten worden. Dat heeft [eiseres] niet laten doen, noch heeft ze gesteld dat dit onderzoek alsnog mogelijk is. Gelet op dit een en ander, is niet komen vast te staan dat [erflaatster] , zoals [eiseres] stelt, volledig werd beheerst door [gedaagde 2] . 5.34. De rechtbank concludeert dan ook dat in deze procedure niet duidelijk is geworden waarom [erflaatster] zich heeft gedragen zoals ze heeft gedaan. Dat ze tot haar gedrag op de een of andere manier is gedwongen, staat oo