Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-19
ECLI:NL:RBDHA:2026:6141
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,767 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6141 text/xml public 2026-04-02T09:31:36 2026-03-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-19 C/09/699616 / FA RK 26-1505 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6141 text/html public 2026-04-02T09:26:37 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6141 Rechtbank Den Haag , 19-02-2026 / C/09/699616 / FA RK 26-1505 Wvggz. VCM toegewezen. Toewerken naar repatriëring. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699616 / FA RK 26-1505 Datum beschikking: 19 februari 2026 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking naar aanleiding van het op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene], hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , in de Basisregistratie personen geregistreerd als Niet Ingezetene, thans verblijvende in de [zorginstelling] , te [plaats] , advocaat: mr. D.J. Ladrak te Warmond. Procesverloop Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 14 februari 2025 genomen crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel; een op 14 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een afschrift van de politiemutaties; - een brief van de officier van justitie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de psychiater, de heer [naam 2] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting De psychiater heeft ter zitting verklaard dat betrokkene al enige tijd is opgenomen, aanvankelijk met een eerder afgegeven crisismaatregel. Tijdens de opname is een aanvraag gedaan voor hulp bij repatriëring via [stichting] . Tijdens dit gesprek zou betrokkene hebben aangegeven na zijn terugkeer in [land] wellicht opnieuw naar Nederland te willen gaan. Als gevolg hiervan is de aanvraag voor repatriëringsondersteuning afgewezen. Vervolgens is opnieuw verplichte zorg in de vorm van sedatie en plaatsing in de EBK nodig geweest nadat betrokkene door slaaptekort niet meer voor rede vatbaar was. Betrokkene laat nog steeds een wisselend beeld zien, met soms gevaarlijk of angstig gedrag. Nadat betrokkene verder is gestabiliseerd, zullen opnieuw gesprekken worden gevoerd met [stichting] voor repatriëring. Betrokkene heeft ter zitting aangevoerd dat het goed gaat met hem. Hij wil graag terug naar zijn vriendin en kind in [land] en betwist dat hij last heeft van angsten. Beoordeling Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is sinds begin januari 2026 opgenomen vanwege een psychotisch toestandsbeeld. Na enige tijd van stabilisatie, is het toestandsbeeld verslechterd met toenemende spanning op de afdeling en nauwelijks slaap. Hierbij heeft betrokkene andere patiënten lastig gevallen en ’s nachts op de deuren gebonkt. Ook was er sprake van een dreigende houding richting verpleegkundigen en heeft hij gedreigd zichzelf of anderen neer te steken. Ten slotte heeft betrokkene gedachtes gehad dat anderen hem om het leven willen brengen. Hoewel hij blijkens de verklaring van de psychiater ondertussen weer rustig aanwezig is op de afdeling, is het toestandsbeeld nog steeds wisselend, waardoor het (risico op) voornoemd ernstig nadeel nog onverminderd aanwezig is. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis, differentiaal diagnostisch schizofrenie, een drugs geïnduceerde psychose dan wel een bipolaire stoornis of schizo-affectieve stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - opnemen in een accommodatie. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende vast komen te staan dat het toestandsbeeld van betrokkene en zijn bereidheid om een samenwerking aan te gaan en behandeling te accepteren nog te veel wisselt om te kunnen spreken van bereidheid om de behandeling vrijwillig te accepteren. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden. Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van: [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , [geboorteland] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen: - toedienen van medicatie; - verrichten medische controles; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - opnemen in een accommodatie; bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 maart 2026; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.