Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-18
ECLI:NL:RBDHA:2026:6062
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,020 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:6062 text/xml public 2026-04-01T10:05:55 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-18 C/09/685253 / FA RK 25-3610 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:6062 text/html public 2026-04-01T10:05:33 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:6062 Rechtbank Den Haag , 18-02-2026 / C/09/685253 / FA RK 25-3610 Wijziging kinderalimentatie. Man in minnelijk schuldhulpverleningstraject. Nihilstelling met terugwerkende kracht, geen terugbetalingsverplichting. Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-3610 Zaaknummer: C/09/685253 Datum beschikking: 18 februari 2026 Alimentatie Beschikking op het op 13 mei 2025 ingekomen verzoek van: [de man] , de man, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.S. Polat te Rijswijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vrouw] , de vrouw, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. S. Şeker te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift; het bericht van 24 september 2025, met bijlagen, van de zijde van de man; het bericht van 20 januari 2026, met bijlage, van de zijde van de vrouw; de berichten van 20 januari 2026, met bijlagen, van de zijde van de man. Op 21 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man, bijgestaan door zijn advocaat en G. Gunes, tolk in de Turkse taal; de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en M. Yamac, tolk in de Turkse taal. Feiten - De man en de vrouw zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2009 tot [datum 2] 2016. - Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] , - [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats] . - De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. - [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Turkse nationaliteit. - Bij beschikking van deze rechtbank van 25 mei 2016 is – voor zover hier van belang – de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht. In het ouderschapsplan is geen door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie overeengekomen. - Bij beschikking van deze rechtbank van 9 januari 2023 is – met wijziging in zoverre van de beschikking van 25 mei 2016 – een door de man te betalen kinderalimentatie vastgesteld van € 333,- per maand per kind, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen. De man heeft in deze procedure geen verweer gevoerd. - Als gevolg van de wijziging van rechtswege op grond van artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedraagt de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2024 € 353,65 per maand per kind, met ingang van 1 januari 2025 € 376,64 per maand per kind en met ingang van 1 januari 2026 € 393,97 per maand per kind. Verzoek en verweer De man verzoekt – met wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 9 januari 2023 – de kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] met ingang van 23 september 2022 op nihil te stellen, althans te bepalen op een zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht , een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Hij stelt dat de vastgestelde alimentatie van aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De vrouw voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Rechtsmacht en toepassing Nederlands recht Omdat de ouders en de kinderen in Nederland wonen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie. Op het verzoek zal de rechtbank, op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen. Inhoudelijke beoordeling De rechtbank zal de door de man te betalen kinderalimentatie met ingang van 23 september 2022 op nihil stellen en legt deze beslissing in het navolgende uit. De reden voor de wijziging Een rechterlijke uitspraak over levensonderhoud kan op grond van artikel 1:401 lid 4 BW worden gewijzigd of ingetrokken in het geval zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Voor een wijziging op grond van dit artikel is voldoende dat verzoeker aannemelijk maakt dat bij de uitspraak is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens en dat deze als gevolg daarvan van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord (zie HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006: AU9734, NJ 2006, 269). Volgens vaste jurisprudentie kan een beroep op artikel 1:401 lid 4 BW in beginsel slagen indien bij de vaststelling van de alimentatie is uitgegaan van feitelijke omstandigheden die achteraf niet juist of niet volledig blijken te zijn. Daarbij is niet van belang of het (mede) aan de verzoekende partij zelf te wijten is dat de rechter bij zijn eerdere beslissing is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Uit artikel 4 van het bij de echtscheidingsbeschikking horende ouderschapsplan blijkt dat de ouders ten tijde van de echtscheiding zijn overeengekomen dat de man geen kinderalimentatie zou betalen. Hij had onvoldoende draagkracht om kinderalimentatie te betalen omdat hij de gemeenschappelijke schulden van partijen voor zijn rekening zou nemen en zijn inkomen . Onbetwist is dat de man sinds de echtscheiding steeds aanzienlijke geldschulden heeft gehad. Gesteld noch gebleken is dat met deze schulden rekening is gehouden bij de vaststelling van de kinderalimentatie in de beschikking van 9 januari 2023. Daarom is aan de wettelijke vereisten voor wijziging van de kinderalimentatie voldaan. Het feit de man destijds geen verweer heeft gevoerd in de alimentatieprocedure, maakt dit, gelet op de hiervoor genoemde vaste jurisprudentie, niet anders. De draagkracht van de man Uit de stukken en hetgeen op de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat er -wat er ook zij van de behoefte van de kinderen- aan de zijde van de man sprake is van een aanzienlijke schuldenlast van € 188.490,89. Ook is duidelijk geworden dat de man zich heeft aangemeld en inmiddels is toegelaten tot een minnelijk schuldhulpverleningstraject van de gemeente Den Haag. Naar de rechtbank begrijpt betreft dit een vrijwillig voortraject voor de wettelijke schuldsaneringsregeling. Voorts blijkt uit de overgelegde stukken dat de man volgens zijn trajectbegeleider op basis van het vrij te laten bedrag geen draagkracht heeft om tijdens dit traject aan de alimentatieplicht te voldoen en daarom dient te verzoeken om nihilstelling van de kinderalimentatie. Op basis van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de man op dit moment geen enkele draagkracht heeft om een bijdrage in de kosten van de opvoeding en verzorging van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te voldoen aan de vrouw. Daarom zal de rechtbank de kinderalimentatie op nihil stellen. De stelling van de vrouw dat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat de schulden niet vermijdbaar en niet verwijtbaar zijn, maakt dit oordeel niet anders. Ook indien zou blijken dat een gedeelte van de schulden vermijdbaar en/of verwijtbaar zou zijn, hetgeen de rechtbank niet kan uitsluiten, is de schuldenlast van de man dusdanig omvangrijk dat hij nog steeds geen draagkracht heeft om een bijdrage in de kosten van de kinderen te voldoen. Wel terugwerkende kracht, geen terugbetalingsverplichting Artikel 1:402 BW laat de rechter grote vrijheid bij het vaststellen van de ingangsdatum van de (wijziging van de) alimentatieverplichting.