Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-19
ECLI:NL:RBDHA:2026:5985
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,068 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 text/xml public 2026-03-23T17:00:34 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-19 NL25.38783 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 text/html public 2026-03-20T08:47:40 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 Rechtbank Den Haag , 19-03-2026 / NL25.38783 MVV, Turkije, economische en sociale binding, eerdere reizen naar Schengengebied, motiveringsgebrek, beroep gegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38783 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres mede namens haar minderjarige kinderen: [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] , v-nummers: [nummer 2], [nummer 3] en [nummer 4] eisers (gemachtigde: mr. E. Derksen), en de minister van Buitenlandse Zaken, (gemachtigde: mr. C.D.G. van IJzendoorn). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de visumaanvraag van eisers. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van voldoende economische en sociale binding tussen eisers en Turkije. Ook komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister eisers had moeten horen in bezwaar. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf bij de heer [referent] (referent) van 11 januari 2025 tot en met 7 februari 2025. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 juli 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven en heeft hij het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Achtergrond van de aanvraag 3. Eiseres is de dochter van referent, die in Nederland woont. Eiseres is geboren in Aleppo, Syrië maar is naar Turkije verhuisd en is daar getrouwd met haar echtgenoot die ook in Syrië is geboren. Zij hebben inmiddels de Turkse nationaliteit gekregen. Hun drie kinderen zijn in Turkije geboren en hebben ook de Turkse nationaliteit. Eiseres woont nog steeds samen met haar echtgenoot en hun drie kinderen in Turkije. Verder wonen er meerdere familieleden van eiseres in Europa, waaronder haar ouders die in Nederland wonen en een asielvergunning hebben. Zij hebben nog de Syrische nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf om samen met haar kinderen op familiebezoek te gaan bij haar ouders. Het bestreden besluit en toetsingskader 4. De minister heeft de aanvraag van eisers afgewezen omdat hij zich op het standpunt stelt dat er sprake is van redelijke twijfel of eisers het grondgebied van de Schengenstaten na afloop van hun visum zullen verlaten. De minister legt aan zijn standpunt ten grondslag dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding van eisers met Turkije. 4.1. Een visumaanvraag voor kort verblijf kan onder andere worden afgewezen indien er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. Daarom vereisen aanvragen die worden ingediend door personen met een geringe sociale dan wel economische binding met het land van herkomst bijzondere aandacht. Bij de beoordeling hiervan heeft de minister een ruime beoordelingsmarge. Sociale en economische binding 5. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding met Turkije. Eisers wijzen erop dat zij, met hun vader en echtgenoot een gezin vormen in Turkije en dat zij daar wonen. Daarnaast volgen de kinderen onderwijs in Turkije en heeft hun vader en echtgenoot meerdere woningen in eigendom. Ook hebben eisers een kentekenbewijs overgelegd van een auto die zij bezitten. Eisers wijzen er ook op dat zij in het verleden meermaals de EU zijn ingereisd, waaronder een keer in 2022 om op bezoek te gaan bij familie in Duitsland. Zij zijn altijd tijdig weer naar Turkije teruggekeerd. Ook haar echtgenoot reist regelmatig naar Europa en keert altijd weer terug. De minister heeft deze omstandigheden ten onrechte niet in hun voordeel meegewogen. Het standpunt van de minister 5.1. De minister stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat weliswaar is gebleken dat de echtgenoot van eiseres de nodige economische banden heeft met Turkije, maar dat niet is gebleken dat eiseres die ook heeft. Eiseres is werkeloos. De omstandigheid dat haar echtgenoot werkt, meerdere huizen heeft en een auto, maakt niet dat de minister daardoor economische binding aanneemt met Turkije. Volgens de minister is ook niet gebleken van sociale binding met Turkije. Het hebben van kinderen en een echtgenoot in Turkije en de omstandigheid dat haar kinderen in Turkije onderwijs genieten is daarvoor niet voldoende. De omstandigheid dat eiseres, haar echtgenoot en twee van hun kinderen, hun jongste kind was toen nog niet geboren, eerder een visum voor kort verblijf hebben gekregen en in Europa zijn geweest, leidt volgens de minister niet zonder meer tot de conclusie dat er in het onderhavige geval ook een visum voor kort verblijf moet worden verleend omdat in de tussentijd de situatie kan zijn gewijzigd en elke aanvraag op zijn eigen merites moet worden beoordeeld. Het oordeel van de rechtbank 5.2. Het betoog slaagt. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding van eisers met Turkije en dat daarom sprake is van redelijke twijfel of zij tijdig de EU weer zullen verlaten. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot haar oordeel komt. 5.3. Eisers hebben er ter zitting op gewezen dat hun leven en dat van hun vader en echtgenoot zich bevindt in Turkije, en dat niet zonder meer valt in te zien dat er een risico bestaat dat eiseres en haar kinderen na afloop van hun visum niet meer zullen vertrekken. De omstandigheid dat eiseres zelf geen werk heeft en dat haar echtgenoot zorgt voor het inkomen en de woningen in eigendom heeft, maakt immers niet dat zij, als lid van het gezin, geen economische belangen in Turkije heeft. Daarbij betogen eisers terecht dat niet is onderbouwd waarom zij het leven dat zij leiden in Turkije achter zich zouden laten om in Nederland voor een onzeker bestaan zonder verblijfsvergunning te kiezen. Daarbij merkt de rechtbank op dat is gebleken dat de stukken die eisers in het Turks hebben ingediend bij de ambassade niet zijn vertaald en dat de minister kennelijk zonder zich van de inhoud daarvan te vergewissen het bestreden besluit heeft genomen. Daarmee is er ook geen grond om te betwijfelen dat de echtgenoot van eiseres een goede baan heeft en meerdere huizen, en dat zij daarmee als gezin een goed bestaan in Turkije hebben. 5.4. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt stelt dat de omstandigheid dat eisers in het verleden al in Duitsland zijn geweest om familie te bezoeken, niet in hun voordeel meeweegt. Hoewel iedere zaak op zijn eigen merites moet worden beoordeeld, kunnen eerdere bezoeken aan Europa wel degelijk inzicht geven in het risico op vestigingsgevaar. De minister heeft ook niet toegelicht waarom de feitelijke omstandigheden nu anders zijn.
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 text/xml public 2026-05-01T11:17:17 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-19 NL25.38783 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 text/html public 2026-03-20T08:47:40 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5985 Rechtbank Den Haag , 19-03-2026 / NL25.38783 MVV, Turkije, economische en sociale binding, eerdere reizen naar Schengengebied, motiveringsgebrek, beroep gegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38783 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen [eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres mede namens haar minderjarige kinderen: [naam kind 1] , [naam kind 2] en [naam kind 3] , v-nummers: [nummer 2], [nummer 3] en [nummer 4] eisers (gemachtigde: mr. E. Derksen), en de minister van Buitenlandse Zaken, (gemachtigde: mr. C.D.G. van IJzendoorn). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de visumaanvraag van eisers. Eisers zijn het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van voldoende economische en sociale binding tussen eisers en Turkije. Ook komt de rechtbank tot het oordeel dat de minister eisers had moeten horen in bezwaar. Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf bij de heer [referent] (referent) van 11 januari 2025 tot en met 7 februari 2025. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 22 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 24 juli 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven en heeft hij het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. 2.1. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: referent, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank Achtergrond van de aanvraag 3. Eiseres is de dochter van referent, die in Nederland woont. Eiseres is geboren in Aleppo, Syrië maar is naar Turkije verhuisd en is daar getrouwd met haar echtgenoot die ook in Syrië is geboren. Zij hebben inmiddels de Turkse nationaliteit gekregen. Hun drie kinderen zijn in Turkije geboren en hebben ook de Turkse nationaliteit. Eiseres woont nog steeds samen met haar echtgenoot en hun drie kinderen in Turkije. Verder wonen er meerdere familieleden van eiseres in Europa, waaronder haar ouders die in Nederland wonen en een asielvergunning hebben. Zij hebben nog de Syrische nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf om samen met haar kinderen op familiebezoek te gaan bij haar ouders. Het bestreden besluit en toetsingskader 4. De minister heeft de aanvraag van eisers afgewezen omdat hij zich op het standpunt stelt dat er sprake is van redelijke twijfel of eisers het grondgebied van de Schengenstaten na afloop van hun visum zullen verlaten. De minister legt aan zijn standpunt ten grondslag dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding van eisers met Turkije. 4.1. Een visumaanvraag voor kort verblijf kan onder andere worden afgewezen indien er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum. Daarom vereisen aanvragen die worden ingediend door personen met een geringe sociale dan wel economische binding met het land van herkomst bijzondere aandacht. Bij de beoordeling hiervan heeft de minister een ruime beoordelingsmarge. Sociale en economische binding 5. Eisers betogen dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding met Turkije. Eisers wijzen erop dat zij, met hun vader en echtgenoot een gezin vormen in Turkije en dat zij daar wonen. Daarnaast volgen de kinderen onderwijs in Turkije en heeft hun vader en echtgenoot meerdere woningen in eigendom. Ook hebben eisers een kentekenbewijs overgelegd van een auto die zij bezitten. Eisers wijzen er ook op dat zij in het verleden meermaals de EU zijn ingereisd, waaronder een keer in 2022 om op bezoek te gaan bij familie in Duitsland. Zij zijn altijd tijdig weer naar Turkije teruggekeerd. Ook haar echtgenoot reist regelmatig naar Europa en keert altijd weer terug. De minister heeft deze omstandigheden ten onrechte niet in hun voordeel meegewogen. Het standpunt van de minister 5.1. De minister stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat weliswaar is gebleken dat de echtgenoot van eiseres de nodige economische banden heeft met Turkije, maar dat niet is gebleken dat eiseres die ook heeft. Eiseres is werkeloos. De omstandigheid dat haar echtgenoot werkt, meerdere huizen heeft en een auto, maakt niet dat de minister daardoor economische binding aanneemt met Turkije. Volgens de minister is ook niet gebleken van sociale binding met Turkije. Het hebben van kinderen en een echtgenoot in Turkije en de omstandigheid dat haar kinderen in Turkije onderwijs genieten is daarvoor niet voldoende. De omstandigheid dat eiseres, haar echtgenoot en twee van hun kinderen, hun jongste kind was toen nog niet geboren, eerder een visum voor kort verblijf hebben gekregen en in Europa zijn geweest, leidt volgens de minister niet zonder meer tot de conclusie dat er in het onderhavige geval ook een visum voor kort verblijf moet worden verleend omdat in de tussentijd de situatie kan zijn gewijzigd en elke aanvraag op zijn eigen merites moet worden beoordeeld. Het oordeel van de rechtbank 5.2. Het betoog slaagt. De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een voldoende sociale en economische binding van eisers met Turkije en dat daarom sprake is van redelijke twijfel of zij tijdig de EU weer zullen verlaten. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot haar oordeel komt. 5.3. Eisers hebben er ter zitting op gewezen dat hun leven en dat van hun vader en echtgenoot zich bevindt in Turkije, en dat niet zonder meer valt in te zien dat er een risico bestaat dat eiseres en haar kinderen na afloop van hun visum niet meer zullen vertrekken. De omstandigheid dat eiseres zelf geen werk heeft en dat haar echtgenoot zorgt voor het inkomen en de woningen in eigendom heeft, maakt immers niet dat zij, als lid van het gezin, geen economische belangen in Turkije heeft. Daarbij betogen eisers terecht dat niet is onderbouwd waarom zij het leven dat zij leiden in Turkije achter zich zouden laten om in Nederland voor een onzeker bestaan zonder verblijfsvergunning te kiezen. Daarbij merkt de rechtbank op dat is gebleken dat de stukken die eisers in het Turks hebben ingediend bij de ambassade niet zijn vertaald en dat de minister kennelijk zonder zich van de inhoud daarvan te vergewissen het bestreden besluit heeft genomen. Daarmee is er ook geen grond om te betwijfelen dat de echtgenoot van eiseres een goede baan heeft en meerdere huizen, en dat zij daarmee als gezin een goed bestaan in Turkije hebben. 5.4. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich ondeugdelijk gemotiveerd op het standpunt stelt dat de omstandigheid dat eisers in het verleden al in Duitsland zijn geweest om familie te bezoeken, niet in hun voordeel meeweegt. Hoewel iedere zaak op zijn eigen merites moet worden beoordeeld, kunnen eerdere bezoeken aan Europa wel degelijk inzicht geven in het risico op vestigingsgevaar. De minister heeft ook niet toegelicht waarom de feitelijke omstandigheden nu anders zijn.