Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-11
ECLI:NL:RBDHA:2026:5865
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,028 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5865 text/xml public 2026-03-30T12:48:02 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-11 C/09/689971 / HA ZA 25-706 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5865 text/html public 2026-03-30T12:44:57 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5865 Rechtbank Den Haag , 11-02-2026 / C/09/689971 / HA ZA 25-706 Onverschuldigde betaling. RECHTBANK Den Haag Team Handel zaak-/rolnummer: C/09/689971 / HA ZA 25-706 Vonnis van 11 februari 2026 in de zaak van PLANTION B.V. te Ede, eiseres, hierna te noemen: Plantion, advocaat: mr. J.W. Hilhorst, tegen ORCHID GARDENS B.V. te Kaag en Braassem, gedaagde, hierna te noemen: Orchid Gardens, advocaat: mr. V. van Oosteren. 1 Waar gaat de zaak over? Plantion heeft aan Orchid Gardens een bedrag uitbetaald zonder dat daar een rechtsgrond voor was. Daarom moet Orchid Gardens dit bedrag terugbetalen aan Plantion. 2 De procedure 2.1. Het procesdossier bestaat ui de volgende stukken: - de dagvaarding van 21 juli 2025 met 3 producties; - de conclusie van antwoord van 1 oktober 2025 met 1 productie; - de akte namens gedaagde houdende een bevoegdheidsverweer en ter overlegging van aanvullende producties 2 tot en met 4 namens gedaagde van 11 november 2025; - aanvullende producties 4 tot en met 6 namens eiser van 21 november 2025; - aanvullende producties 7 tot en met 9 namens eiser van 28 november 2025. 2.2. Op 2 december 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. 3 De feiten 3.1. Plantion exploiteert een bloemenveiling en is een inkoopcentrum voor bloemisten, eigenaren van tuincentra en andere zakelijke partijen in de sierteeltsector. Deze partijen kunnen via het platform van Plantion hun producten verhandelen, al dan niet met (financiële) bemiddeling van Plantion. 3.2. Orchid Gardens is een orchideeënkwekerij. Orchid Gardens verhandelt de orchideeën aan groothandels, tuincentra of andere kwekers. 3.3. Orchid Gardens maakt sinds 11 november 2020 gebruik van de diensten van Plantion. 3.4. In artikel 10 van het Bedrijfsreglement van Plantion (het bedrijfsreglement) is bepaald dat verkopers Plantion met een zogenaamd aanvoerdocument opdracht geven tot passieve bemiddeling. Op 12 en 20 december 2024 heeft Orchid Gardens aanvoerdocumenten aan Plantion gestuurd voor de levering van plantmateriaal aan AAA Flora Sales. 3.5. In artikel 22 van het bedrijfsreglement is passieve bemiddeling als volgt gedefinieerd: “ Passieve bemiddeling betreft de dienst van Plantion aan de Verkoper en Koper bij leveringen op grond van koopovereenkomsten die door de Verkoper en de Koper zelf en onderling gesloten zijn, zonder toedoen of bemoeienis van Plantion, waarbij Plantion uitsluitend de financiële afhandeling tussen de Koper en de Verkoper voor de betreffende levering(en) - de Afrekening - faciliteert […] ” In lid 2 sub e van dat artikel staat het volgende over de afrekening: “ de Afrekening vindt plaats overeenkomstig de in het Bedrijfsreglement gestelde of daaruit voortvloeide voorwaarden met dien verstande dat uitbetaling aan de Verkoper door Plantion niet eerder zal plaatsvinden dan nadat Plantion de koopsom heeft ontvangen van de Koper ”. 3.6. Naar aanleiding van het eerste aanvoerdocument heeft Plantion op 20 december 2024 € 26.208,12 overgemaakt aan Orchid Gardens. 3.7. Tussen 20 en 24 december 2024 heeft AAA Flora Sales bij Plantion geklaagd en medegedeeld dat het plantmateriaal nooit aan haar is geleverd door Orchid Gardens. AAA Flora Sales heeft niet betaald. 3.8. Op 24 december 2024 heeft Plantion het door haar aan Orchid Gardens overgemaakte bedrag teruggevorderd aan de hand van een creditfactuur. 4 Het geschil 4.1. Plantion vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Orchid Gardens veroordeelt tot betaling van in totaal € 28.310,77, bestaande uit een hoofdsom (€ 26.208,12), wettelijke handelsrente (€ 1.065,57 tot 13 mei 2025) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.037,08), vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 13 mei 2025 en tot betaling van de proceskosten en nakosten. 4.2. Plantion legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij het bedrag van € 26.208,12 onverschuldigd aan Orchid Gardens heeft betaald nu AAA Flora Sales deze koopsom niet aan Plantion heeft betaald. Subsidiair doet Plantion een beroep op dwaling. 4.3. Orchid Gardens voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Plantion in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente. 4.4. Orchid Gardens legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de algemene voorwaarden uit het bedrijfsreglement niet ter hand zijn gesteld, waardoor zij niet van toepassing zijn op de overeenkomst. Dan wel is de rechtbank Den Haag niet bevoegd om kennis te nemen van het geschil, omdat de rechtbank Arnhem op basis van artikel 78 van het bedrijfsreglement exclusief bevoegd is. Bovendien is er geen grond voor terugbetaling van het door Plantion overgemaakte bedrag. Plantion heeft bevrijdend aan haar betaald en op grond van het bedrijfsreglement mocht Orchid Gardens er gerechtvaardigd op vertrouwen dat AAA Flora Sales al aan Plantion had betaald. Plantion moet bij AAA Flora Sales zijn, aangezien zij zich niet aan haar betalingsverplichting heeft gehouden. 4.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Rechtbank Den Haag is bevoegd 5.1. De rechtbank Den Haag is bevoegd om kennis te nemen van het onderhavige geschil omdat Orchid Gardens is gevestigd in Kaag en Braassem. Het bevoegdheidsverweer van Orchid Gardens op basis van het forumkeuzebeding in het bedrijfsreglement, wordt verworpen. Het is (gelet op artikel 110 Rv) te laat ingediend, namelijk een maand na de conclusie van antwoord. Plantion is ontvankelijk 5.2. Aangezien partijen het erover eens zijn dat Plantion geld heeft overgemaakt aan Orchid Gardens, heeft Plantion belang bij haar vordering die ziet op terugbetaling van dat bedrag. Plantion heeft onverschuldigd aan Orchid Gardens betaald 5.3. De rechtbank oordeelt dat Orchid Gardens het ontvangen bedrag van € 26.208,12 aan Plantion terug moet betalen, omdat er geen rechtsgrond voor de betaling bestond. Dat geldt ongeacht of het bedrijfsreglement van toepassing is of niet. 5.4. Op basis van artikel 22 lid 2 sub e van het bedrijfsreglement bestaat er pas een rechtsgrond voor uitbetaling vanaf het moment dat de koper aan Plantion heeft betaald. In deze zaak heeft Plantion aan Orchid Gardens uitbetaald voordat zij de koopsom had ontvangen van AAA Flora Sales. Er was dus nog geen rechtsgrond voor de uitbetaling aan Orchid Gardens. Daarom kan Plantion deze betaling als onverschuldigd terugvorderen van Orchid Gardens. 5.5. Orchid Gardens lijkt nog te impliceren dat voorafgaande betaling door AAA Flora Sales niet vereist was voor de afrekening door Plantion. Zij voert hiertoe aan dat er afspraken waren tussen AAA Flora Sales en Plantion over enig lopend kredietsaldo. Uit de overlegde stukken volgt echter niet dat er sprake was van een dergelijk lopend kredietsaldo op het moment van het versturen van de aanvoerdocumenten. Hierdoor doen deze vermeende financiële afspraken tussen AAA Flora Sales en Plantion niet af aan het bepaalde in artikel 22 lid 2 sub e van het bedrijfsreglement. Het risico voor het uitblijven van de betaling door AAA Flora Sales blijft dus bij Orchid Gardens. 5.6. Het voorgaande geldt ook in het geval dat het bedrijfsreglement niet van toepassing zou zijn op de overeenkomst tussen Plantion en Orchid Gardens. Partijen zijn het er namelijk over eens dat Plantion geen partij was bij de koopovereenkomst tussen AAA Flora Sales en Orchid Gardens. Dus ook in het geval dat de algemene voorwaarden uit het bedrijfsreglement niet van toepassing zouden zijn, bestond er geen rechtsgrond voor de uitbetaling van Plantion aan Orchid Gardens. De beoordeling van de toepasselijkheid van het bedrijfsreglement kan daarom achterwege blijven. 5.7.