Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-11
ECLI:NL:RBDHA:2026:5250
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
699 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5250 text/xml public 2026-03-13T10:18:22 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-11 NL25.57954 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5250 text/html public 2026-03-13T10:17:54 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5250 Rechtbank Den Haag , 11-03-2026 / NL25.57954 asielaanvraag, mob, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57954 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 18 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Overwegingen 1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij brief van 27 november 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 25 november 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiser bij bericht van 19 december 2025 meegedeeld dat hij momenteel geen contact heeft met eiser. 2. Gelet op al de genoemde omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het bestreden besluit. 3. Het beroep is niet-ontvankelijk. 4. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 11 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie de uitspraak van1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.