Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-16
ECLI:NL:RBDHA:2026:5218
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,144 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5218 text/xml public 2026-03-13T09:00:24 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-16 NL25.52684 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5218 text/html public 2026-03-13T09:00:09 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5218 Rechtbank Den Haag , 16-02-2026 / NL25.52684 Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag, besluit genomen. Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank verklaart het beroep, voor zover dat gericht is tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk. Dictum: niet-ontvankelijk uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.52684 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L.K. Matpanözer), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. Op 23 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit). Eiseres heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om op het besluit te reageren. Het beroep blijft gehandhaafd. Overwegingen 1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1 Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep? 2. Het beroep van eiseres tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiseres geen zin meer. Eiseres heeft zogezegd geen procesbelang meer bij haar beroep. 3. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag heeft geen betrekking op het reële besluit, aangezien het reële besluit geheel aan het beroep tegemoetkomt.2 De rechtbank laat het beroep in zoverre onbesproken. 1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb. Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres? 4. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 23 oktober 2025 te laat heeft genomen en eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.3 5. Omdat de minister niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van eiseres, krijgt zij een vergoeding van de kosten die zij voor het indienen van het beroep heeft moeten maken. 6. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser vast op € 467,-. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk; bepaalt dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt; veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van M.H.G.P. Tober, griffier. 3 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 16 februari 2026 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.