Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-03-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:5069
RECHTBANK Den Haag Team handel Zaaknummer: C/09/684899 / HA ZA 25-405 Vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van 1 ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Utrecht,2. FBTO ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leeuwarden,3. ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden,4. INTERPOLIS ZORGVERZEKERINGEN N.V. te Leiden, eiseressen, hierna gezamenlijk te noemen: ‘de verzekeraars’, advocaat: mr. F.E. Rijpkema, De zaak is voor de verzekeraars inhoudelijk behandeld door mr. Rijpkema voornoemd en mr. A.C. van der Salm. tegen 1 SION ZORG B.V.te Almere, advocaat: mr. R. Zwiers, 2. [bestuurder 1] te [woonplaats 1] , advocaat: mr. R. Zwiers, en; 3. [commissaris 1] te [woonplaats 2] , advocaat: mr. H.W.E. Vermeer,4. [bestuurder 2] te [woonplaats 1] , advocaat: mr. H.W.E. Vermeer,5. [commissaris 2] te [woonplaats 1] , advocaat: mr. H.W.E. Vermeer, gedaagden, hierna afzonderlijk te noemen: ‘Sion’, ‘Bestuurder 1’, ‘Commissaris 1’, ‘Bestuurder 2’ en ‘Commissaris 2’ en gezamenlijk ‘Sion c.s.’. 1 Inleiding 1.1. De verzekeraars zijn zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij sluiten als zorgverzekeraar in gezamenlijkheid overeenkomsten met zorgaanbieders. 1.2. Sion is een zorgaanbieder die (onder meer) wijkverpleging aanbiedt. Bestuurder 1 is de huidige bestuurder van Sion. Bestuurder 2 is bestuurder van Sion geweest. Commissaris 1 en Commissaris 2 zijn commissarissen geweest bij Sion. 1.3. De verzekeraars en Sion hebben een betaalovereenkomst gesloten voor het jaar 2017 (hierna: de Betaalovereenkomst). Sion heeft uit hoofde van de Betaalovereenkomst voor het jaar 2017 voor een bedrag van € 4.143.669,24 aan declaraties ingediend bij de verzekeraars, die zij aan Sion hebben betaald. In 2019 wilden de verzekeraars onderzoeken of voornoemde gedeclareerde zorg feitelijk was geleverd en of op vergoeding van feitelijk geleverde zorg aanspraak bestond. 1.4. De verzekeraars vorderen in deze procedure terugbetaling van het door hen over 2017 aan Sion betaalde bedrag, omdat zij menen dat Sion hen niet in staat heeft gesteld de rechtmatigheid van de declaraties vast te stellen en zij er daarom vanuit gaan dat voor betaling van de declaraties geen grond bestond. De verzekeraars stellen dat de (oud)bestuurders en twee van de drie (oud)commissarissen van Sion mede gehouden zijn de door het handelen van Sion veroorzaakte schade te vergoeden, omdat hen ten aanzien daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Sion c.s. heeft dit betwist. 1.5. De rechtbank komt tot het oordeel dat de verzekeraars terecht hebben willen onderzoeken of over 2017 aanspraak bestond op vergoeding van feitelijk geleverde zorg. Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele en wettelijke verplichtingen door niet (voldoende) mee te werken aan dit (materiële) onderzoek. De rechtbank komt verder tot het oordeel dat de (oud)bestuurders en -commissarissen van Sion hun taken ernstig hebben verwaarloosd, met als gevolg dat Sion declaraties heeft ingediend terwijl niet kan worden vastgesteld dat aanspraak bestond op vergoeding daarvan. Van deze gang van zaken binnen Sion kan hen persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt. Sion c.s. is daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde declaraties aan de verzekeraars, althans voor vergoeding van de door dit een en ander veroorzaakte schade. 2 De procedure 2.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: de dagvaardingen van 22 april 2025 en 23 april 2025, zonder producties; de akte overlegging producties van de verzekeraars, met producties 1 tot en met 29; de conclusie van antwoord van Sion en Bestuurder 1, zonder producties; de conclusie van antwoord van Commissaris 1, Bestuurder 2 en Commissaris 2, zonder producties; het tussenvonnis van 24 september 2025, waarin een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald; de akte houdende eiswijziging van 4 december 2025, met producties 30 tot en met 33. 2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 december 2025. Partije Dit betekent onder meer dat de geleverde zorg rechtmatig en doelmatig dient te zijn en conform de stand van wetenschap en praktijk. Ook de overige polisvoorwaarden, zoals (…), zijn van toepassing. De instelling dient dus kennis te dragen van de voor de betreffende verzekerde geldende polisvoorwaarden en deze gelden onverkort voor de declaraties en uitbetalingen onder deze overeenkomst. Artikel 4 Controle Partijen verschaffen elkaar alle inlichtingen die zij redelijkerwijs nodig hebben voor een inzicht in de nakoming van hun in deze overeenkomst aangegane verplichtingen. Zilveren Kruis voert formele en materiele controle en fraudeonderzoek uit overeenkomstig de regels zoals gesteld bij of krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet Bescherming Persoonsgegevens, de Zorgverzekeringswet, de Regeling zorgverzekering. Daarnaast controleert Zilveren Kruis op de geleverde zorg die zijn grondslag vindt in de aanvullende verzekering(en). (…). Artikel 5 Te nemen maatregelen bij uitkomsten controle 1. Afhankelijk van de ernst en zwaarte van het geconstateerde feit kan Zilveren Kruis overwegen één of meer van de volgende acties te nemen (deze opsomming is niet limitatief): (…). Het terugvorder[en] van (een deel van) het bedrag aan onrechtmatig en/of ondoelmatig bestempelde declaraties en de onderzoekskosten (…) - een en ander door Zilveren Kruis te bepalen – al dan niet via verrekening met nog openstaande dan wel toekomstige declaraties. Voor de termijn waarbinnen de terugvordering wordt ingesteld wordt aangesloten bij het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek. (…).” 3.5. Sion heeft over het jaar 2017 voor een bedrag van € 4.143.669,24 aan declaraties ingediend bij de verzekeraars en de verzekeraars hebben deze declaraties aan Sion betaald. 3.6. Per 1 januari 2019 is Bestuurder 2 afgetreden als bestuurder van Sion. 3.7. In een ‘ Specifiek Controleplan Materiële Controle Sion Zorg B.V. ’ (hierna: het Controleplan) van 15 april 2019 hebben de verzekeraars aan Sion geschreven dat zij is geselecteerd voor een materiële controle, omdat niet zeker is of de zorg die Sion over 2017 heeft gedeclareerd, rechtmatig is. De verzekeraars hebben alle declaraties van alle (wijk)zorgaanbieders over 2017 gecontroleerd. De door Sion ingediende declaraties zijn daarbij opgevallen, omdat uit een risicoanalyse blijkt dat Sion (i) ten opzichte van het landelijke gemiddelde 3,4 zoveel heeft gedeclareerd en (ii) voor € 25.030,50 aan dubbele prestaties heeft gedeclareerd. a. De verzekeraars willen een materiële controle uitvoeren naar de rechtmatigheid van de gedeclareerde prestaties, omdat zij wettelijk verplicht zijn om te controleren of: i) de gedeclareerde prestatie daadwerkelijk is geleverd (feitelijke levering) en; ii) de geleverde zorg het meest aangewezen is gezien de gezondheidstoestand van de verzekerde (terechte levering). Om de rechtmatigheid van de controlepunten feitelijke en terechte levering vast te kunnen stellen, willen de verzekeraars beoordelen of voor elke cliënt een actueel en volledig zorgdossier beschikbaar is dat voldoet aan de daarvoor gestelde eisen. Als dit niet het geval is, leidt dit geheel of gedeeltelijk tot de beoordeling ‘onrechtmatig’. De materiële controle begint met een procesgesprek met de bestuurder(s) van Sion. De verzekeraars nodigen Sion daarvoor uit en verzoeken haar voorafgaand aan dit gesprek de Administratieve Organisatie / Interne controle (hierna: AO/IC) op te sturen, zodat de verzekeraars een goed beeld hebben van de structuur en de processen binnen Sion. In het Controleplan is een stroomschema opgenomen waaruit blijkt welke mogelijke vervolgstappen er zijn. De verzekeraars bevestigen dat er hoor en wederhoor zal zijn en dat de controle zal worden afgerond met hun definitieve bevindingen, met vermelding van de eventuele (financiële) gevolgen van de controle. De verzekeraars geven achtergrondinformatie en leggen uit waarom de rechtmatigheid wordt beoordeeld aan de hand van (inzage in) de cliëntendossiers: daar Op 26 augustus 2019 heeft Sion herhaald dat de verzekeraars eerst moeten aangeven welke specifieke declaraties de aandacht hebben getrokken. Een dossiercontrole op basis van een steekproef is niet representatief en de conclusie die daaruit volgt zal op voorhand worden verworpen, aldus Sion. 3.16. Op 4 september 2019 hebben de verzekeraars geschreven dat zij constateren dat Sion weigert mee te werken aan de materiële controle en Sion een laatste kans geboden om een lijst met onderaannemers aan te leveren, bij gebreke waarvan zij een eindconclusie zullen opstellen. In dat geval kan niet worden vastgesteld of de ingediende declaraties terecht zijn betaald en zal de hele omzet over 2017 (€ 4.143.669,24) worden teruggevorderd. 3.17. Bij brief van 3 oktober 2019 hebben de verzekeraars geschreven dat zij geen reactie hebben ontvangen en (dus) tot de conclusie komen dat zij onvoldoende zekerheid hebben over de feitelijke en terechte levering van de door Sion gedeclareerde zorg over 2017. De verzekeraars beschouwen de omzet over 2017 van Sion als onrechtmatig en het bedrag van € 4.143.669,24 als onverschuldigd betaald. De verzekeraars herhalen dat zij hun wettelijke controleplicht uitvoeren en dat Sion verplicht is een administratie te voeren waaruit blijkt welke zorg er is geleverd, aan wie en wanneer. Omdat de verzekeraars niet met zekerheid kunnen vaststellen dat de zorg rechtmatig is geleverd, betekent dit dat het gaat om onterecht uitbetaalde zorg en daarom zullen zij dat wat onverschuldigd is betaald verhalen op Sion. De verzekeraars vragen om een reactie uiterlijk op 17 oktober 2019. 3.18. Bij brief van 18 oktober 2019 aan Sion hebben de verzekeraars terugbetaling gevorderd van Sion van een bedrag van € 4.143.669,24. 3.19. Op 3 januari 2020 heeft Sion aan de verzekeraars geschreven dat zij de vordering verwerpt, omdat de verzekeraars niet hebben vastgesteld en niet voldoende zorgvuldig hebben onderzocht of de zorg door de onderaannemers van Sion werkelijk en deugdelijk is geleverd. De gedeclareerde diensten zijn geleverd en voldoen aan de eisen, aldus Sion. 3.20. Bij brief van 7 oktober 2022 hebben de verzekeraars Sion gesommeerd een bedrag van € 4.143.669,24 terug te betalen. Sion heeft dit niet gedaan. 3.21. Op 17 augustus 2023 heeft de Inspectie Gezondheidszorg (‘IGJ’) een inspectiebezoek gebracht aan Sion. De reden hiervoor was dat Sion in een steekproef viel voor toezicht op zeer kleine zorgaanbieders van wijkverpleging. In het rapport van november 2023 staat dat de inspecteurs hebben getoetst of Sion zorg levert volgens de toepasselijke wetgeving, professionele standaarden, veldnormen en het kwaliteitskader en dat zij daarom gesprekken hebben gevoerd met de bestuurder, drie zorgverleners, één cliënt en twee mantelzorgers en inzage hebben gehad in drie zorgdossiers en beleidsdocumenten. De inspecteurs stellen vast dat er bij Sion 6 zorgverleners beschikbaar zijn als zzp’er, waaronder de bestuurder zelf, en dat Sion op de bezoekdag zorg heeft geleverd aan 4 cliënten die zorg ontvangen vanuit de Zvw. Vanaf juni 2023 is het aantal cliënten afgenomen van 23 naar 4. De IGJ concludeert onder meer dat: Sion niet voldoet aan de getoetste normen; de kwaliteit en veiligheid van de zorg risicovolle tekortkomingen laat zien; de inspectie geen vertrouwen heeft in de wijze waarop Sion stuurt op de kwaliteit en veiligheid van zorg; actuele zorgbehoeften van cliënten niet goed in beeld zijn; er onvoldoende zorgverleners zijn om de continuïteit van zorg zorgvuldig te organiseren; er ongeldige indicaties aanwezig zijn; zorgverleners niet zelf over de zorgverlening bij de cliënten rapporteren, maar dat de bestuurder dit doet; rapportages over zorgmomenten nagenoeg gelijk zijn. 3.22. Bij afzonderlijke deurwaardersexploten van 29 april 2024, 13 mei 2024 en 1 augustus 2024 hebben de verzekeraars de brief van 7 oktober 2022 (r.o. 3.20) laten betekenen aan Sion en haar (oud)bestuurders en -commissarissen. Daarbij is aan hen meegedeeld dat Sion zor Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben, als meest verstrekkende verweer, een beroep gedaan op verjaring van de rechtsvorderingen van de verzekeraars jegens hen. De rechtbank zal hier eerst op ingaan. 5.2. Sion onderkent dat de verjaringstermijn van de vordering van de verzekeraars op haar is aangevangen per 15 april 2019 en is gestuit op 7 oktober 2022 en 29 april 2024. Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 voeren aan dat de betalingen in 2017 zijn verricht en er vijf jaren waren verstreken op het moment dat de onderhavige procedure jegens hen werd gestart. 5.3. Het beroep op verjaring slaagt niet. Op grond van het bepaalde in artikel 3:309 BW geldt voor de vordering uit onverschuldigde betaling, voor zover het verjaringsberoep ook hier betrekking op heeft, dat de verjaringstermijn pas aanvangt als de schuldeiser bekend is met het bestaan van de vordering. Uit artikel 3:310 BW volgt dat de verjaring van een vordering tot betaling van schadevergoeding pas aanvangt als de schuldeiser bekend is met de schade. Gesteld noch gebleken is dat de verzekeraars eerder bekend zijn geraakt met het feit dat de declaraties over 2017 niet voor vergoeding in aanmerking kwamen, dan bij het onderzoek dat is aangevangen in april 2019. Gedurende dit onderzoek zijn de verzekeraars tot de conclusie gekomen dat zij onvoldoende zekerheid hebben over de feitelijke en terechte levering van de gedeclareerde zorg en dus dat zij een vordering op Sion hebben uit onverschuldigde betaling, dan wel dat zij schade hebben geleden. Dit hebben zij op 3 oktober 2019 aan Sion gemeld, waarna zij op 18 oktober 2019 terugbetaling hebben gevorderd van het bedrag van € 4.143.669,24 (r.o. 3.17 en 3.18). Ervan uitgaande dat de verjaringstermijn is aangevangen op eerstgenoemde datum, was de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verstreken op het moment dat de verzekeraars Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 aansprakelijk stelde in de periode van 29 april 2024 tot en met 1 augustus 2024 (r.o. 3.22). Dat Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 toen inmiddels uit functie waren, doet hier niet aan af. De gestelde aansprakelijkheid betreft immers feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2017, toen zij bestuurder respectievelijk commissarissen van Sion waren. Sion had moeten meewerken aan het materiële onderzoek 5.4. De rechtbank komt nu toe aan de vraag of Sion voldoende heeft meegewerkt aan de materiële controle die de verzekeraars in 2019 wilden uitvoeren betreffende het jaar 2017. 5.5. In het kader van de uitvoering van de Zvw zijn zorgverzekeraars bevoegd en verplicht om, in overeenstemming met de bepalingen van de Zvw, het Besluit Zorgverzekering, de Regeling zorgverzekering (Rzv) en de Wet marktordening gezondheidszorg, onder meer materiële controles bij zorgaanbieders uit te voeren. Een materiële controle is een onderzoek waarbij de zorgverzekeraar nagaat of de door de zorgaanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd en of die geleverde prestatie het meest voor de hand lag, gelet op de gezondheidstoestand van de verzekerde. De controles dienen ertoe de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door zorgverleners in rekening gebrachte prestaties te beoordelen. 5.6. Het uitvoeren van deze controletaak kan ertoe leiden dat een zorgverzekeraar persoonsgegevens (zoals patiëntgegevens) moet inzien. De bepalingen uit de Rzv (in het bijzonder artikel 7.5 tot en met 7.8 in combinatie met artikel 87 Zvw) geven zorgverzekeraars de volgens de Wet bescherming persoonsgegevens noodzakelijke juridische grondslag om formele en materiële controles uit te voeren ten behoeve van de in de Rzv opgenomen doelen. Daarnaast bieden deze bepalingen het noodzakelijke en wettelijke voorschrift voor de zorgverlener om het medische beroepsgeheim te doorbreken. 5.7. Tussen partijen is niet in geschil dat Sion verplicht is om op verzoek van een zorgverzekeraar mee te werken aan een materiële controle. Het Het betoog van Sion dat haar niet te verwijten valt dat zij niet volledig heeft meegewerkt aan het materiële onderzoek omdat zij is gestuit op praktische belemmeringen zoals het vertrek van Bestuurder 2 en het niet kunnen verkrijgen van toegang tot relevante digitale bestanden waarin de onderaannemers hun prestaties hebben verantwoord, slaagt niet. Uit niets blijkt dat Sion werkelijk heeft willen meewerken aan het onderzoek van de verzekeraars. Sion heeft immers steeds niet inhoudelijk gereageerd op de berichten van de verzekeraars, ook niet nadat zij daarvoor een laatste kans had gekregen en zelfs niet nadat duidelijk werd dat haar mogelijk een zeer aanzienlijke vordering van € 4.143.669,24 boven het hoofd hing. Dat er in het geheel geen toegang was tot (relevante) informatie is ook niet aannemelijk. Per slot van rekening heeft de IGJ in 2023 wel inzage gehad in zorgdossiers en beleidsdocumenten en gesproken met onderaannemers en cliënten van Sion die de IGJ van informatie hebben voorzien (r.o. 3.21). Uit de correspondentie tussen Sion en de verzekeraars blijkt dat de verzekeraars zich in de periode na het bezoek van de IGJ, aan wie Sion inmiddels informatie had verschaft, wederom bereidwillig hebben getoond (r.o. 3.24), maar ook dat heeft Sion c.s. er niet toe kunnen bewegen om ook maar iets van informatie te verstrekken. Dat Sion haar 63 onderaannemers en DinZ heeft aangeschreven met het verzoek haar te helpen bij het vergaren van de door de verzekeraars verlangde informatie, zoals Sion heeft aangevoerd, blijkt ook niet uit het dossier. Sion c.s. heeft geen afschriften overgelegd van deze berichten of de reacties die hierop zouden zijn ontvangen. Kortom, ook in deze procedure blijven antwoorden van de zijde van Sion achterwege en biedt zij geen enkel inzicht in (de rechtmatigheid van) de door haar gedeclareerde zorg over 2017. 5.13. Bij deze stand van zaken kan tot geen andere conclusie worden gekomen dan dat de verzekeraars terecht het standpunt hebben ingenomen dat zij vanwege het ontbreken van medewerking van Sion niet hebben kunnen vaststellen dat de over 2017 gedeclareerde (en uitbetaalde) zorg feitelijk en terecht is geleverd. De verzekeraars hebben Sion c.s. in gebreke gesteld en een redelijke termijn gegeven om alsnog haar verplichtingen na te komen. Hieraan is geen gehoor gegeven. 5.14. In de Betaalovereenkomst is overeengekomen dat: het Sion is toegestaan onder de zorgverzekering gedekte zorg over 2017 rechtstreeks te declareren (artikel 1); door de verzekeraars verrichte betalingen kunnen worden teruggevorderd voor declaraties die Sion heeft ingediend voor niet-verzekerden en/of onrechtmatige zorgverlening die niet voor vergoeding in aanmerking komen (artikel 2); Sion zorg dient te leveren met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving en dat dit verzekerde zorg moet zijn in de zin van de polisvoorwaarden (artikel 3); contractspartijen elkaar alle inlichtingen verschaffen die zij redelijkerwijs nodig hebben voor (het verkrijgen van) inzicht in de nakoming van hun verplichtingen (artikel 4); de verzekeraars bevoegd zijn een materiële controle te verrichten (artikel 4); de verzekeraars (een deel van) het bedrag kunnen terugvorderen van declaraties die zij als onrechtmatig hebben bestempeld (artikel 5). 5.15. Sion is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiende uit de Betaalovereenkomst door ten onrechte niet (voldoende) mee te werken aan het materiële onderzoek, waartoe zij bovendien verplicht was op grond van de Zvw en Rzv. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat de aanspraak op de door de verzekeraars aan haar betaalde zorgdeclaraties over 2017 in ieder geval voor een deel niet bestond en dat de verzekeraars over het jaar 2017 gedeeltelijk zonder rechtsgrond aan Sion hebben betaald. Uit de Betaalovereenkomst volgt immers uitdrukkelijk dat alleen declaraties kunnen worden ingediend voor zorg die voor vergoeding in aanmerking komt. Sion c.s. heeft onvoldoende gemotiveerd betwist da Verder is zij verschenen op het procesgesprek in mei 2019 en heeft zij gecorrespondeerd met de verzekeraars in verband met het materiële onderzoek dat de verzekeraars uitvoerden. Dat en op welke wijze Bestuurder 2 zich heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat Sion voldeed aan haar contractuele en wettelijke verplichtingen, is niet gesteld of gebleken. 5.22. Het lag op de weg van de bestuurders van Sion om ervoor te zorgen dat de door Sion ingediende declaraties in overeenstemming waren met de voorwaarden van de Betaalovereenkomst en dat tijdens de materiële controle de informatie zou worden aangeleverd die de zorgverzekeraars nodig hadden om de rechtmatigheid van de declaraties te kunnen controleren. Voor Bestuurder 1 moet duidelijk zijn geweest dat Sion door voormelde wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg, geen zicht had op de juistheid en rechtmatigheid van die declaraties. Ook moet voor haar duidelijk zijn geweest dat het voor de verzekeraars door haar opstelling niet mogelijk was het materiële onderzoek uit te voeren. Bestuurder 2 is uit beeld gebleven en in januari 2019 afgetreden als bestuurder, terwijl uit haar toelichting ter zitting blijkt dat zij toen wist dat het onderzoek van de verzekeraars was aangekondigd. Ervan uitgaande dat Bestuurder 2 tot haar aftreden samen met Bestuurder 1 het beleid van Sion bepaalde, geldt hetgeen hiervoor over de wijze van declareren van door onderaannemers ingevoerde zorg over Bestuurder 1 is overwogen ook voor haar. 5.23. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2 met hun handelwijze de verzekeraars hebben benadeeld en hiervan kan hen een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. De benadeling bestaat erin dat Bestuurder 1 en Bestuurder 2: over het jaar 2017 zorgkosten hebben gedeclareerd voor onderaannemers van Sion terwijl zij wisten of behoorden te weten dat niet was voldaan aan de (contractuele en/of wettelijke) voorwaarden voor het declareren van (al) die zorg en dat daardoor op Sion een terugbetalingsverplichting zou komen te rusten. Sion heeft de juistheid of rechtmatigheid van de declaraties van de onderaannemers van Sion immers nooit gecontroleerd en; geen dan wel onvoldoende medewerking hebben verleend aan het materiële onderzoek van de verzekeraars en ook daarmee hebben bewerkstelligd of toegelaten dat Sion haar contractuele en wettelijke verplichtingen niet is nagekomen. 5.24. Bestuurder 1 en Bestuurder 2 waren ermee bekend of hadden ermee bekend moeten zijn dat onder de Betaalovereenkomst ingediende declaraties worden uitbetaald en dat daarover daarna mogelijk nog verantwoording moet worden afgelegd. Het gaat om publiek geld dat bestemd is voor de vergoeding van zorg. Dit brengt met zich mee dat op de bestuurders van een toegelaten zorginstelling een verantwoordelijkheid rust om over de ontvangen gelden rekening en verantwoording af te leggen. Deze verantwoordelijkheid kunnen Bestuurder 1 en Bestuurder 2 niet ontlopen door: erop te wijzen dat Sion de overeenkomst met DinZ is aangegaan onder de voorwaarde dat de onderaannemers zelf verantwoordelijk zouden zijn voor hun urenrapportages in de digitale omgeving (een afspraak die overigens niet uit de stukken blijkt) of; de bestuurstaak neer te leggen, zoals Bestuurder 2 heeft gedaan, zonder ervoor zorg te dragen dat het materiële onderzoek deugdelijk kon worden voortgezet of; aan te voeren dat er in 2017 geen enkele aanwijzing was dat de onderaannemers hun taken niet naar behoren en volgens de gehanteerde normen zouden hebben vervuld of; erop te vertrouwen dat de verzekeraars hun controletaak adequaat uitvoeren bij initiële goedkeuring van de ingediende declaraties, zoals Bestuurder 1 zegt te hebben gedaan. De verzekeraars hebben onbetwist aangevoerd dat het, gezien de grote aantallen declaraties die zij verwerken, onmogelijk is om declaraties vóór uitbetaling daarvan te controleren. Het systeem van de Betaalovereenkomst behelst ook geen controle vooraf. 5.25. Bestuurder 1 De verzekeraars hebben uiteengezet dat Commissaris 1 en Commissaris 2 hun taken als commissarissen van Sion grovelijk hebben verwaarloosd en dat door hun handelen samen met Sion, Bestuurder 1 en Bestuurder 2, het risico op schade voor de verzekeraars is vergroot. 5.30. Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben betwist dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan tekortschieten of het verwaarlozen van hun taak. Commissaris 1 en Commissaris 2 hebben er daarnaast op gewezen dat zij uit functie waren toen de vordering jegens hen werd ingesteld en dat de voorafgaande correspondentie van de verzekeraars uitsluitend was gericht aan Sion en/of Bestuurder 1. 5.31. Commissarissen kunnen (intern) jegens de vennootschap (artikel 2:9 BW) of (extern) jegens derden (artikel 6:162 BW) aansprakelijk zijn als zij hun taak niet naar behoren hebben vervuld en hen hiervan persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt, in die zin dat geen redelijk denkend commissaris onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld zou hebben. Of sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. 5.32. Blijkens (artikel 9.10 en 9.11 van) de akte van oprichting van Sion (r.o. 3.1) hebben de commissarissen van Sion, kort gezegd, tot taak het houden van toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de zorgorganisatie als maatschappelijke onderneming en het geven van advies aan het bestuur. Bij het vervullen van hun taak richten de commissarissen zich naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. De commissarissen zijn bevoegd de boeken en bescheiden van de vennootschap in te zien en kunnen zich bij de uitoefening van hun taak laten bijstaan door deskundigen. Het bestuur en de commissarissen passen de Zorgbrede Governancecode toe. De commissarissen houden toezicht op onder meer: de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van de zorgorganisatie; de strategie en risico’s verbonden aan de activiteiten van de zorgorganisatie; de kwaliteit en veiligheid van zorg; de naleving van wet- en regelgeving; het op passende wijze uitvoering geven aan de maatschappelijke doelstelling en verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie. De commissarissen bespreken minimaal eenmaal per jaar de strategie en voornaamste risico’s verbonden aan de zorgorganisatie. 5.33. Commissaris 1 en Commissaris 2 moesten zich bij de vervulling van hun taak als commissaris van Sion richten naar het belang van de zorgorganisatie als maatschappelijke onderneming en moesten de daartoe in aanmerking komende belangen van de bij de zorgorganisatie betrokkenen afwegen. Commissarissen hebben een eigen verantwoordelijkheid om van het bestuur alle informatie te verlangen om hun taak als toezichthouder goed te kunnen uitoefenen. Dat Commissaris 1 en Commissaris 2 langs deze lijnen invulling hebben gegeven aan hun taak, blijkt nergens uit. 5.34. Niet gesteld of anderszins gebleken is dat Commissaris 1 en Commissaris 2 het bestuur van Sion voldoende hebben gecontroleerd en tijdig (mogelijke) problemen binnen de zorgaanbieder hebben aangepakt. Commissaris 1 heeft tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd toegelicht dat zij wel eens bij Sion op kantoor was en dan van de bestuurders te horen kreeg dat alles goed ging. Zij had er alle vertrouwen in dat het goed ging en keek niet in de administratie. Op het moment dat Commissaris 1 aftrad als commissaris van Sion, was zij ervan op de hoogte dat de verzekeraars de rechtmatigheid van de uitbetaalde declaraties over 2017 wilden onderzoeken. Dit, samen met het aftreden van Bestuurder 2, waren redenen om ermee te stoppen, aldus Commissaris 2 ter zitting. 5.35. Hieruit is niet anders af te leiden dan een passieve houding van de(ze) commissarissen. Daarmee hebben Commissaris 1 en Commissaris 2 onvoldoende gemotiveerd betwist dat zij niet hebben voldaan aan hun taakvervulling, zoals de verzekeraars hebben gesteld e Bestuurder 1, Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2 moeten dit bedrag aan Sion betalen als schadevergoeding, veroorzaakt door hun onrechtmatig handelen in hun hoedanigheid van bestuurders respectievelijk commissarissen van Sion. 5.39. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Geen matiging 5.40. Sion en Bestuurder 1 hebben betoogd dat een aan de verzekeraars terug te betalen bedrag, althans een te betalen schadevergoeding, moet worden gematigd. Het terugvorderen van het volledige bedrag is volgens hen disproportioneel en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Sion en Bestuurder 1 zijn ook niet in staat dit bedrag te betalen. Volgens de verzekeraars is er geen grond voor matiging. De rechtbank overweegt hierover als volgt. 5.41. In artikel 6:109 lid 1 BW is bepaald dat de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding kan matigen als toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden, waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Deze bepaling moet worden beschouwd als een bijzondere toepassing van de regeling van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:2 lid 2 BW). De in artikel 6:109 BW neergelegde maatstaf noopt de rechter ertoe met terughoudendheid gebruik te maken van zijn bevoegdheid om te matigen. 5.42. De rechtbank onderkent dat toewijzing van de vordering tot vergoeding van het hiervoor vastgestelde bedrag grote financiële gevolgen zal hebben voor Sion en Bestuurder 1 (evenals voor Bestuurder 2, Commissaris 1 en Commissaris 2). Voor de vraag of in het onderhavige geval ruimte is voor matiging, acht de rechtbank anderzijds van belang dat Sion en Bestuurder 1 zelf in de hand hebben gehad dat zij in deze situatie zijn beland. Sion en Bestuurder 1 wisten, of hadden moeten weten, waartoe Sion als toegelaten zorginstelling en contractspartij van de verzekeraars verplicht was, wat er van haar werd verwacht en wat de mogelijke consequenties zouden zijn als zij niet zou voldoen aan haar verplichtingen. Toch hebben zij de door haar onderaannemers ingediende declaraties nooit gecontroleerd en niet (voldoende) meegewerkt aan het materiële onderzoek van de verzekeraars. Het is daarom aan Sion en Bestuurder 1 zelf te wijten dat een groot deel van de over 2017 gedeclareerde bedragen moet worden terugbetaald. Dat Bestuurder 1 persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is bovendien een contra-indicatie voor matiging. Matiging van het door Sion aan de verzekeraars terug te betalen bedrag, althans de te vergoeden schade, is onder deze omstandigheden niet op zijn plaats en het beroep daarop zal dan ook worden verworpen. Wettelijke rente 5.43. De verzekeraars vorderen ook betaling van wettelijke rente over het onverschuldigd betaalde bedrag c.q. de schade, met ingang van 1 januari 2018. De rechtbank constateert dat de zaak bij de verzekeraars op verschillende momenten sinds oktober 2019 heeft stilgelegen. Ter zitting is namens de verzekeraars toegelicht dat dat een kwestie van prioritering is geweest. De rechtbank is van oordeel dat het ruimte tijdsverloop (mede) door de eigen keuzes van de verzekeraars, in combinatie met het aanzienlijke bedrag van de vordering in dit geval niet ten nadele van Sion c.s. moet komen. De rechtbank zal daarom wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag van de (eerste) dagvaarding, te weten 22 april 2025. Proceskosten 5.44. Sion c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de verzekeraars worden begroot op: - kosten van de dagvaardingen € 611,25 (5 x € 122,25) - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 9.262,00 (2 punten × € 4.631,00) -