Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:5041
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,877 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:5041 text/xml public 2026-03-20T14:32:18 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-09 C/09/699059 / FA RK 26-1170 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:5041 text/html public 2026-03-20T14:32:01 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:5041 Rechtbank Den Haag , 09-02-2026 / C/09/699059 / FA RK 26-1170 Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel (art. 7:7 wvggz). Onvoldoende sprake van een acute crisissutuatie die maakt dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/699059 / FA RK 26-1170 Datum beschikking: 9 februari 2026 Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking naar aanleiding van het op 6 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , hierna te noemen: betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats] , advocaat: mr. S. Wieberdink te Haarlem. Procesverloop Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 5 februari 2026 genomen crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Haarlem tot het nemen van de crisismaatregel; een op 5 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was; - een afschrift van de politiemutaties; - een brief van de officier van justitie van 6 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de arts, [naam 2] ; - de psychiater, [naam 3] . Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord. Standpunten ter zitting Door en namens betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het goed met hem gaat en dat hij het niet eens is met het verzoek. Betrokkene is zelfstandig experience designer. Omdat hij zzp’er is en werkt met grote bedrijven, zit aan zijn werkzaamheden per definitie een groot financieel risico verbonden. Betrokkene stelt dat hij zijn zakelijke contacten en opdrachten kan onderbouwen met e-mailcorrespondentie. De schulden die betrokkene heeft, bestaan al langere tijd en er is geen sprake van recente gedragsveranderingen. De advocaat heeft kennisgenomen van de correspondentie met een groot bedrijf en stelt dat betrokkene de situatie niet verbloemt. Hoewel hij momenteel schulden heeft, fluctueert dit beeld. Ook is hij bezig met een subsidietraject, die zijn schulden zouden kunnen wegnemen. Betrokkene betwist dat er sprake is van een manie en stelt dat hij daadwerkelijk en aantoonbaar betrokken is bij grote projecten. Hij erkent dat zijn omgeving zich zorgen maakt om hem, waardoor hij bereid is in een vrijwillig en ambulant kader mee te werken aan de behandeling. De advocaat verzoekt namens betrokkene om het verzoek af te wijzen. De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat er veel zorgen zijn vanuit de omgeving van betrokkene. De laatste paar maanden wordt een verandering in gedrag waargenomen, waarbij betrokkene meer dwingend is in het contact en veel geld uitgeeft, waardoor forse schulden zijn ontstaan. Om te voorkomen dat de schulden van betrokkene oplopen en hij verder ontregelt, acht de arts een opname met medicatie noodzakelijk. Daarnaast zal een plan worden gemaakt om de behandeling in een ambulant kader voort te zetten. De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat bij betrokkene sprake is van een manisch toestandsbeeld. Hoewel betrokkene aangeeft ambulante hulpverlening te willen accepteren, heeft hij hulp in het verleden afgehouden. Voorafgaand aan de opname was betrokkene in behandeling bij GGZ inGeest. Uit de door GGZ inGeest verstrekte gegevens komt naar voren dat bij betrokkene sprake is van manie. Betrokkene zou bezig zijn met diverse grote projecten. De psychiater plaatst hier vraagtekens bij, is van oordeel dat betrokkene de situatie verbloemt en acht het aannemelijk dat er sprake is van grootheidsideeën. Hoewel de psychiater de e-mailcorrespondentie met betrekking tot de projecten niet zelf heeft gezien, acht hij het door betrokkene geschetste beeld niet aannemelijk. Beoordeling Voor een voorzetting van de crisismaatregel moet volgens artikel 7:1 lid 1 sub a jo. 7:1 lid 1 sub d Wvggz sprake zijn van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een crisissituatie die dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Essentieel is dat de crisismaatregel er -uitsluitend- is om te voorzien in die gevallen waarin de ernst van de crisissituatie zo groot is dat die noopt tot een snellere procedure, omdat die van een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Volgens de stukken heeft betrokkene een blanco psychiatrische voorgeschiedenis en hebben de familie en huisbaas van betrokkene hun zorgen geuit over betrokkene. De zorgen spelen volgens de familie een aantal weken, mogelijk geluxeerd door drugsgebruik (XTC). Betrokkene zou de laatste weken geen inkomsten hebben, grote bedragen hebben uitgegeven, zich dwingend opstellen naar derden, veel geld in een huis van zijn ex-partner hebben geïnvesteerd, ongepaste berichten naar zakenrelaties hebben gestuurd en sinds een maand geen huur meer hebben betaald. Deze informatie is in overwegende mate afkomstig van derden en wordt in de stukken niet onderbouwd. Ook tijdens de mondelinge behandeling bleef een nadere onderbouwing uit. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling dan ook onvoldoende gebleken dat daadwerkelijk sprake is van acute financiële ontwrichting of schulden die zodanig zijn dat gesproken kan worden van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. ‘Onmiddellijk dreigend’ betekent immers dat het ernstig nadeel acuut moet zijn, kenbaar, serieus dreigend en zodanig dat het vrijheidsbeneming moet kunnen rechtvaardigen. Hoewel er naar het oordeel van de rechtbank bij betrokkene mogelijk sprake is van problematiek waar hij behandeling voor behoeft, kan thans niet worden gesproken van een acute crisissituatie die maakt dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Gelet hierop is op dit moment niet voldaan aan de wettelijke criteria voor toewijzing van het verzoek. Om die reden wijst de rechtbank het verzoek af. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door mr. A. Laverman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 februari 2026. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.