Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-09
ECLI:NL:RBDHA:2026:4984
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,042 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4984 text/xml public 2026-03-20T14:56:48 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-09 C/09/697967 / FA RK 26-511 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4984 text/html public 2026-03-20T14:56:16 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4984 Rechtbank Den Haag , 09-02-2026 / C/09/697967 / FA RK 26-511 Vervangende toestemming vakantie; toestemming verleend; vader heeft niet aangetoond dat het nu niet goed gaat met de minderjarige Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 26-511 Zaaknummer: C/09/697967 Datum beschikking: 9 februari 2026 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 17 januari 2026 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. drs. Y.M. Bérénos te Leiden. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. I.M. van der Drift te Honselersdijk, gemeente Westland. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift, met bijlagen; - de brief van 3 februari 2026, met bijlagen, van de zijde van de vader. Op 6 februari 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat, de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Verzoek en verweer De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht: haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om de minderjarige [de minderjarige 2] met reisorganisatie [organisatie] naar [land 1] te laten afreizen tijdens de periode van 13 februari 2026 tot en met 22 februari 2026, alwaar [de minderjarige 2] zal verblijven te [adres 1] ; haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met de minderjarige [de minderjarige 1] en de minderjarige [de minderjarige 2] naar [plaats 1] , [land 2] , af te reizen van 12 augustus 2026 tot en met 28 augustus 2026 alwaar zij met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zal verblijven op camping [camping] (adres: [adres 2] ); haar toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar [plaats 2] , [land 2] , af te reizen van 16 oktober 2026 tot en met 20 oktober 2026 alwaar zij met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zal verblijven in hotel [hotel] ; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2007 tot [datum 2] 2017. - Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen: - [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 te [geboorteplaats 1] , - [de minderjarige 2] (hierna ook: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats 2] . - De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder. - Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit. Beoordeling Op grond van het eerste lid van artikel 1:253a BW kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechtbank heeft ter zitting een vergelijk tussen partijen beproefd, maar dit heeft slechts gedeeltelijk tot een resultaat geleid. Vervangende toestemming skivakantie [de minderjarige 2] De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek onder meer het volgende gesteld. [de minderjarige 2] wil graag met een vriend naar [land 1] om te skiën. Dit is een georganiseerde groepsreis met [organisatie] , een gespecialiseerde aanbieder voor jongerenreizen. Tijdens de reis is sprake van permanent toezicht door professionele, ervaren begeleiders van [organisatie] , zowel op de piste als daarbuiten. De begeleiding is 24/7 aanwezig en verantwoordelijk voor de groep. [de minderjarige 2] is gedurende de reis bereikbaar via zijn mobiele telefoon. Daarnaast zijn de begeleiders van [organisatie] bereikbaar voor ouders/verzorgers en fungeert [organisatie] als vast aanspreekpunt gedurende de reis. De vader heeft, ondanks dat [de minderjarige 2] geen ervaring heeft met skiën, geen bezwaar tegen een wintersportvakantie, maar wel tegen een jongerenskivakantie zonder ouderlijk toezicht. De vader heeft hiertoe onder meer het volgende aangevoerd. De vader heeft grote zorgen over het gedrag van [de minderjarige 2] . Het gaat niet goed op school. [de minderjarige 2] staat voor meerdere vakken een onvoldoende en hij heeft zijn aandacht bij andere zaken. De vader begrijpt dat [de minderjarige 2] veel van huis is en veel met vrienden rondhangt. [de minderjarige 2] vapet regelmatig en drinkt alcohol, ondanks dat hij slechts 14 jaar oud is. [de minderjarige 2] ondermijnt het ouderlijk gezag en houdt zich niet aan afspraken. Gelet op het gedrag van [de minderjarige 2] heeft de vader er onvoldoende vertrouwen in dat de skireis probleemloos verloopt. [de minderjarige 2] heeft een autoriteitsprobleem en de vader is van mening dat de begeleiders van [organisatie] , studenten waarschijnlijk in de leeftijdscategorie 18 tot 25 jaar, onvoldoende overwicht aan [de minderjarige 2] kunnen bieden. [de minderjarige 2] is op dit moment sterk beïnvloedbaar door groepsdruk, wat bij de vader de zorg oproept dat [de minderjarige 2] tijdens een reis met een grote groep leeftijdsgenoten roekeloos of zelfs strafbaar gedrag zou kunnen vertonen. De rechtbank zal de moeder vervangende toestemming verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om [de minderjarige 2] met reisorganisatie [organisatie] naar [land 1] te laten afreizen, zoals door de moeder verzocht en overweegt daartoe als volgt. Op de zitting is duidelijk geworden dat tussen de ouders niet in geschil is dat het de afgelopen zomer in de maanden juli tot en met september niet zo goed ging met [de minderjarige 2] en dat [de minderjarige 2] duidelijke grenzen nodig heeft. De moeder heeft naar voren gebracht dat zij als ouders [de minderjarige 2] samen hebben gecorrigeerd en dat [de minderjarige 2] het gedrag dat hij die drie maanden vertoonde niet meer heeft laten zien. Volgens de moeder wordt [de minderjarige 2] verkeerd neergezet door de vader en is het een lieve jongen. Ter onderbouwing hiervan heeft de moeder op de zitting een email van de mentor van de school van [de minderjarige 2] voorgelezen. In deze email geeft de mentor kort samengevat aan dat het goed gaat met [de minderjarige 2] op school, dat hij een prettige leerling is en dat zijn cijfers prima zijn. De vader heeft op de zitting beaamt dat [de minderjarige 2] een lieve jongen is, maar heeft aangegeven dat hij zich niet kan voorstellen dat het goed gaat met [de minderjarige 2] . De vader heeft zijn stelling dat het nu niet goed gaat met [de minderjarige 2] na de betwisting door de moeder niet nader onderbouwd. Dit maakt dat de rechtbank aan deze stelling van de vader voorbij gaat. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de vader al langere tijd, namelijk sinds een incident tussen [de minderjarige 2] en de vader in september 2025, geen fysiek contact heeft met [de minderjarige 2] en daardoor minder zicht heeft op de ontwikkeling van [de minderjarige 2] . Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank geen aanleiding te veronderstellen dat het onverantwoord is dat [de minderjarige 2] met reisorganisatie [organisatie] op skireis gaat. Vervangende toestemming zomervakantie en herfstvakantie De moeder heeft in haar verzoekschrift naar voren gebracht dat de vader haar op 16 januari 2026 toestemmingsformulieren voor de zomervakantie en herfstvakantie heeft toegestuurd, maar dat de vader geen kopie van zijn identiteitsbewijs heeft bijgevoegd. Op de zitting heeft de vader alsnog aan de moeder een kopie van zijn identiteitsbewijs overhandigd.