Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-02-04
ECLI:NL:RBDHA:2026:4829
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummer: NL24.50620 V-nummer: [v nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedag] 1990, van Turkse nationaliteit, eiser (gemachtigde: mr. B. Aydin) en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. D. Gigengack). Inleiding 1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid als zelfstandige. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 23 mei 2024 afgewezen omdat eiser niet over een geldige mvv beschikte (primaire besluit). Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het besluit van 19 november 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven (bestreden besluit). 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiser heeft aanvullende stukken ingediend. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. 2.1. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Achtergrond 3. Deze zaak gaat over het mvv-vereiste voor Turkse onderdanen die in Nederland als zelfstandige arbeid willen verrichten. Per 1 oktober 2022 wordt van Turkse zelfstandigen verlangd dat zij (eerst) beschikken over een mvv. Zij komen alleen nog op grond van het Turks associatierecht voor vrijstelling van het mvv-vereiste in aanmerking als zij aan alle voorwaarden van de vergunning voldoen én er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat het verlangen van een mvv onevenredig is. 3.1. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met het verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’ om zijn eenmanszaak ‘ [bedrijf] ’ te kunnen voeren. Besluitvorming 4. In het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat eiser niet over een geldige mvv beschikt en niet is vrijgesteld van het mvv-vereiste. Eiser heeft namelijk geen ondernemingsplan en niet alle benodigde stukken overgelegd waardoor de minister van Economische Zaken niet voor verweerder kan beoordelen of met eiser zijn bedrijfsactiviteiten een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. 4.1. In het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Eiser heeft in bezwaar een ondernemingsplan overgelegd, maar de markt- en concurrentieanalyse in dit plan is volgens verweerder onvoldoende gedegen. Ook is het financieel plan zeer beknopt en heeft eiser dit niet onderbouwd met berekeningen. Tevens ontbreekt er een (openings)balans. Daarnaast bevat het plan geen exploitatie- en liquiditeitsbegroting. Verder heeft eiser nagelaten zijn ondernemingsplan te onderbouwen met onder meer concrete intentieverklaringen van toekomstige opdrachtgevers, concrete opdrachtovereenkomsten of een ondertekende verklaring omtrent inkomen zelfstandig ondernemer. Gezien het vorenstaande is op voorhand redelijkerwijs geen twijfel mogelijk dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Daarom heeft verweerder van horen mogen afzien en het bezwaar kennelijk ongegrond mogen verklaren. Tot slot heeft eiser geen bijzondere individuele omstandigheden naar voren gebracht waarom de aanvraag toch zou moeten worden ingewilligd. Hoorplicht 5. Allereerst stelt eiser zich op het standpunt dat hij ten onrechte niet in bezwaar is gehoord. 5.1. Uit de wet volgt dat verweerder verplicht is de vreemdeling te horen en dat alleen vanwege een aantal uitputtend omschreven redenen hiervan kan worden afgezien. Zoals de Afdeling heeft overwogen is het uitgangspunt dat verweerder een vreemdeling hoort in bezw