Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:4560
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
502 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4560 text/xml public 2026-03-06T16:59:04 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-06 NL25.57215 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Groningen Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4560 text/html public 2026-03-06T16:58:45 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4560 Rechtbank Den Haag , 06-03-2026 / NL25.57215 Dublin, plakvovo afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL25.57215 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam], verzoeker, V-nummer: [V-nummer], (gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. De minister heeft op 27 september 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. 1.1. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting. 3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.57214, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. 4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. van der Wal, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.