Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:4510
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,562 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4510 text/xml public 2026-03-06T10:27:38 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-26 C/09/682435 - FA RK 25-2239 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4510 text/html public 2026-03-06T10:26:17 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4510 Rechtbank Den Haag , 26-02-2026 / C/09/682435 - FA RK 25-2239 Volgt Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 25-2239 Zaaknummer: C/09/682435 Datum beschikking: 26 februari 2026 Gezag en opname ouderschapsplan Beschikking op het op 26 maart 2025 ingekomen verzoek van: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.A.G. Balkenende in Katwijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift, inclusief bijlagen, namens de vader; de brief van 2 december 2025, inclusief bijlage, namens de vader; de brief van 13 januari 2026, inclusief bijlagen, namens de vader. Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De minderjarige [minderjarige] heeft haar mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter. Feiten De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats]. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast. De vader heeft [minderjarige] erkend. Verzoek en verweer De vader verzoekt: de vader en de moeder gezamenlijk te belasten met het gezag over [minderjarige]; te verstaan dat de ouders afspraken hebben gemaakt over gewichtige aangelegenheden betreffende [minderjarige], te verstaan dat die afspraken zijn vastgelegd in het getekende ouderschapsplan van 14 februari 2025 en dat ouderschapsplan aan de te nemen beschikking te hechten; voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Gezag Uit artikel 1:253c lid 1 en 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank kan verzoeken de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten. Dit verzoek wordt, indien de andere ouder hiermee niet instemt, slechts afgewezen indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De vader stelt dat de moeder ten onrechte haar medewerking niet verleent aan het vestigen van gezamenlijk gezag. Er is niet gebleken van weigeringsgronden. De ouders zijn in staat gebleken om constructief met elkaar te overleggen en een ouderschapsplan op te stellen. De vader heeft bovendien een grote rol in het leven van [minderjarige]. Er is een uitgebreide zorgregeling en de vader is actief betrokken bij buitenschoolse activiteiten en medische zorg voor [minderjarige]. Namens de moeder is ter zitting naar voren gebracht dat de moeder geen juridische belemmeringen ziet voor het gezamenlijke gezag, maar het door gebeurtenissen in het verleden voor haar emotioneel lastig is om zelf toestemming voor het gezamenlijk gezag te geven. Daarom vraagt zij om een rechterlijke beslissing. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende grond bestaat om de vader mede met gezag over [minderjarige] te belasten. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Het uitgangspunt van de wetgever is dat gezamenlijk gezag in het belang van het kind is. Slechts in uitzonderingsgevallen mag worden aangenomen dat het belang van een kind vereist dat slechts één van de ouders met het gezag belast is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is gebleken dat de vader nauw betrokken is bij het leven van [minderjarige], zowel bij haar verzorging en opvoeding als bij school(-activiteiten), zwemlessen en bij medische aangelegenheden. De ouders zien zelf ook geen contra-indicaties voor gezamenlijk gezag. Het is de rechtbank bovendien gebleken dat de ouders een constructieve manier hebben gevonden om met elkaar te overleggen, met behulp van de zus van de vader, en dat zij er beiden vertrouwen in hebben dat dit een duurzame manier van communicatie is die hen in staat stelt om in de toekomst gezamenlijk beslissingen over [minderjarige] te nemen. De rechtbank acht de ouders daar ook toe in staat. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen en bepalen dat de ouders voortaan gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen. Aanhechten ouderschapsplan De vader verzoekt het ouderschapsplan, dat op 14 februari 2025 door beide ouders is ondertekend, aan te hechten aan de te nemen beschikking. Op de zitting is gebleken dat de moeder geen bezwaar heeft tegen aanhechting van het ouderschapsplan en dat de ouders in de praktijk al uitvoering geven aan de in het ouderschapsplan gemaakte afspraken. Nu beide ouders het eens zijn over het aanhechten van het ouderschapsplan en de rechtbank dit ook in het belang van [minderjarige] acht, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen. Beslissing De rechtbank: * bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats]; * neemt op de door de ouders getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in het (in kopie) aan deze beschikking gehechte ouderschapsplan; * verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 februari 2026.