Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:4304
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,028 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4304 text/xml public 2026-03-13T12:20:57 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-02 C/09/696627 / JE RK 25-2180 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Rekestprocedure Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4304 text/html public 2026-03-13T12:19:27 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4304 Rechtbank Den Haag , 02-02-2026 / C/09/696627 / JE RK 25-2180 herstelrekest Raad. Ots nog langer nodig voor het maken van een borgingsplan. Verzoek afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/09/696627 / JE RK 25-2180 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming te Den Haag, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. M. Erkens uit Wateringen. De kinderrechter merkt als informanten aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.F.A van Pelt te Rotterdam. en Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het herstelrekest met bijlagen van de Raad, ontvangen op 23 december 2025; - het verzoek tot verlenging van de gecertificeerde instelling van 23 december 2025; - toetsing voorgenomen besluit beëindiging ondertoezichtstelling door de Raad van 4 december 2025; - het verweerschrift van de moeder, met bijlagen, van 30 januari 2026. 1.2. Op 2 februari 2026 is op de zitting van deze rechtbank zowel het onderhavige verzoek als het aangehouden verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling betreffende [minderjarige] (C/09/643391 / FA RK 23-1398) gecombineerd behandeld . Op laatstgenoemd verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking van 2 maart 2026 beslist. Bij de zitting waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; - [naam 1] als vertegenwoordiger van de Raad; - [naam 2] , als vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling. Door de advocaat van de vader zijn pleitnotities overgelegd. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder hebben een affectieve relatie gehad. 2.2. Zij zijn de ouders van het volgende, nog minderjarige kind: - [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats] ; 2.3. De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast. 2.4. De moeder heeft naast [minderjarige] nog een oudere zoon uit een eerdere relatie: [jongmeerderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2006 te [geboorteplaats] . 2.5. Bij beschikking van 2 juli 2019 is de vader het recht op omgang ontzegd. 2.6. Bij beschikking van 7 juli 2023 (in de procedure met zaaknummer C/09/643391 / FA RK 23-1398) is een informatieregeling vastgesteld, is de Raad verzocht om een onderzoek te verrichten en is iedere verdere beslissing aangehouden. 2.7. Bij beschikking van 22 mei 2024 is in de procedure met zaaknummer C/09/664635 / JE RK 24-675 [minderjarige] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden van 22 mei 2024 tot 22 november 2024, en in de procedure met zaaknummer C/09/643391 / FA RK 23-1398 is iedere verdere behandeling ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden. 2.8. Bij beschikking van 14 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 22 november 2024 tot 22 mei 2025. 2.9. Bij beschikking van 28 november 2024 is iedere verdere behandeling ten aanzien van de omgangsregeling aangehouden. 2.10. Bij beschikking van 1 mei 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd van 22 mei 2025 tot 22 november 2025. 2.11. Bij beschikking van 2 juni 2025 is bepaald dat [minderjarige] voorlopig onder regie en naar inzicht van de jeugdbeschermer contact zal hebben met de vader en is iedere verdere beslissing over de omgangsregeling aangehouden tot 1 november 2025. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Omdat het verzoek van de Raad een herstelrekest is, verwijst de Raad voor de onderbouwing daarvan naar het als bijlage bij het herstelrekest gevoegde ‘verzoek verlenging ondertoezichtstelling’ van de gecertificeerde instelling. 3.2. De Raad heeft in de toetsing voorgenomen besluit beëindiging ondertoezichtstelling aangegeven dat de Raad zich onvoldoende voorgelicht acht. De benaderde jeugdbeschermers hebben inhoudelijk onvoldoende aanvullende informatie kunnen verschaffen over het welzijn van [minderjarige] , de status van zijn huidige ontwikkeling en zijn opvoedomstandigheden bij moeder, wat het voor de Raad onmogelijk maakt om gedegen en zuiver een afgewogen besluit te kunnen nemen op het voorliggende vraagstuk of er nog gronden zijn voor een voortzetting van de ondertoezichtstelling in het belang van [minderjarige] . De Raad heeft, gezien de geëxpireerde status van de ondertoezichtstelling, een herstelverzoek ingediend, zodat de gecertificeerde instelling de gelegenheid heeft om een gedegen beeld te vormen over de stand van zaken rondom de ontwikkeling van [minderjarige] , zijn opvoedomgeving en een visie te vormen op of en welke inzet van hulpverlening in het belang is van [minderjarige] en zijn opvoedomgeving en of een ondertoezichtstelling-kader daartoe benodigd is of dat een borgingsplan dient te worden opgesteld in overdracht van het gedwongen naar het vrijwillige kader. 4 De standpunten 4.1. Volgens de gecertificeerde instelling is er nog steeds sprake van een bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] , maar noodzakelijke hulpverlening hiervoor kan verder lopen in het vrijwillige kader. De moeder lijkt hiervoor open te staan en zowel [minderjarige] als moeder werken mee aan hulpverlening. Daarom wilde de gecertificeerde instelling de maatregel beëindigen. De gecertificeerde instelling heeft helaas niet voldoende kunnen borgen. De intentie was om een aanmelding te doen bij RondomJou of Kracht en een borgingsplan te maken. Dit is niet gelukt vanwege organisatorische redenen, zoals werkdruk en monitorlijst. De gecertificeerde instelling begrijpt dat de Raad nu niet akkoord kan gaan met beëindigen van de ondertoezichtstelling, maar staat er niet achter. Nu is de maatregel geëxpireerd en heeft de Jeugdbescherming geen juridische positie meer. Wanneer de rechter, na indienen van het herstelrekest van de Raad, besluit om de ondertoezichtstelling opnieuw uit te spreken, zal de jeugdbescherming deze versneld oppakken en alsnog richting borging gaan. 4.2. De moeder heeft zich, kort weergegeven, op het standpunt gesteld dat de Raad geen adequaat onderzoek heeft verricht. Elke feitelijke en concrete onderbouwing van de vereiste noodzaak van een ondertoezichtstelling ontbreekt. Volgens de gecertificeerde instelling blijkt er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging meer te zijn, althans die kan in het vrijwillige kader worden opgelost. De gecertificeerde instelling concludeert zelf tot beëindiging van de maatregel. In elk geval wordt niet voldaan aan de strenge criteria uit wet en jurisprudentie. De moeder accepteert alle noodzakelijke hulp. Het is in het belang van de moeder en het gezin dat de procedures, de druk, de dreiging en de dwang stoppen. De moeder moet haar therapie kunnen volgen. Dat belang weegt veel zwaarder dan het recht en belang van vader en zoon op contact met elkaar. De moeder stelt zich op het standpunt dat de Raad niet-ontvankelijk is in haar verzoek en/of dat het verzoek moet worden afgewezen. Verder stelt de moeder zich op het standpunt dat de vader geen belanghebbende is bij het verzoek tot ondertoezichtstelling.