Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-03-02
ECLI:NL:RBDHA:2026:4253
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
834 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:4253 text/xml public 2026-03-05T14:00:19 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-03-02 AWB 23/2549 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4253 text/html public 2026-03-04T13:38:57 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:4253 Rechtbank Den Haag , 02-03-2026 / AWB 23/2549 plakvovo, uitspraak gedaan op het beroep, afgewezen. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 23/2549 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Bij besluit van 10 november 2022 heeft verweerder eisers aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen. Eiser heeft hiertegen op 16 november 2022 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 7 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Overwegingen 1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift tenminste de gronden van het beroep. Dat zijn de specifieke punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit. 2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden. 3. Het beroepschrift van eiser bevat geen gronden. Daarom heeft de rechtbank eiser op 16 maart 2023 een herstel-verzuimbrief verstuurd met het verzoek de gronden van het beroep binnen vier weken in te dienen. Hierbij is medegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de gronden niet binnen die termijn alsnog worden ingediend. Hier heeft eiser niet op gereageerd. Gesteld noch gebleken is dat in het geval van eiser sprake is van verschoonbare redenen voor de termijnoverschrijding. 4. De rechtbank zal het beroep daarom met toepassing van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 2 maart 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht.