Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:3748
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
886 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:3748 text/xml public 2026-03-06T10:06:37 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-26 C/09/671150 / FA RK 24-5814 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3748 text/html public 2026-03-06T10:05:09 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:3748 Rechtbank Den Haag , 26-01-2026 / C/09/671150 / FA RK 24-5814 Wijziging geslachtsnaam Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 24-5814 Zaaknummer: C/09/671150 Datum beschikking: 26 januari 2026 Wijziging geslachtsnaam Beschikking op het op 13 augustus 2024 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk, en, [de stiefvader], de stiefvader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de biologische vader], de biologische vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure Bij beschikking van 7 november 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de moeder samen met [de stiefvader] met het gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], wordt belast. Voorts is mr. D. Prins tot bijzondere curator over [minderjarige] benoemd en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de geslachtsnaamwijzing aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook: het bericht van 7 januari 2026 van de zijde van de moeder en de stiefvader; het bericht van 14 januari 2026 van de bijzondere curator, met bijlage. Beoordeling De rechtbank handhaaft alles wat in de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Op 7 januari 2026 hebben de moeder en de stiefvader hun verzoek om de geslachtsnaam van [minderjarige] te wijzigen van ‘[geslachtsnaam 1]’ in ‘[geslachtsnaam 2]’ ingetrokken. Hoewel de rechtbank de reden hiervan niet kan vaststellen, en de rechtbank dus ook niet weet of [minderjarige] al dan niet door zijn moeder op de hoogte is gebracht van het bestaan van zijn biologische vader (statusvoorlichting), constateert zij dat er hierdoor geen verzoek meer voorligt waarop moet worden beslist. In dat kader merkt de rechtbank op dat zij uit het bericht van 14 januari 2026 van de bijzondere curator begrijpt dat de biologische vader (en zijn partner) eraan twijfelen of [minderjarige] ervan op de hoogte is dat de stiefvader niet zijn biologische vader is. Daarnaast is de biologische vader van mening dat [minderjarige] (op den duur) zelf de keuze moet maken of hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen. Wat daar ook van zij, door de intrekking van het verzoek van de moeder en de stiefvader is de rechtbank van oordeel dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht en dat vertegenwoordiging van [minderjarige] niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure dan ook als beëindigd. Beslissing De rechtbank, in aanvulling op de beschikking van 7 november 2025 van deze rechtbank: * constateert dat er niets meer te beslissen valt; * beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator mr. D. Prins voor deze procedure als beëindigd. Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 januari 2026.