Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-26
ECLI:NL:RBDHA:2026:3738
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,900 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:3738 text/xml public 2026-03-06T09:04:37 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-26 C/09/695399 en C/09/695405 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3738 text/html public 2026-03-06T09:03:03 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:3738 Rechtbank Den Haag , 26-01-2026 / C/09/695399 en C/09/695405 Gezag Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummers: FA RK 25-9046 (bodemprocedure) en FA RK 25-9050 (art. 223 Rv) Zaaknummers: C/09/695399 (bodemprocedure) en C/09/695405 (art. 223 Rv) Datum beschikking: 26 januari 2026 Gezag en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Beschikking op het in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 op 25 november 2025 ingekomen verzoek en het in de zaak met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 op 27 november 2025 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. M.J. Boers te ‘s-Gravenzande. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. Procedure In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure): De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage. In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv): De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het F9-formulier van 4 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage; het F9-formulier van 11 december 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage. Op 12 januari 2026 zijn deze zaken gevoegd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen op de zitting. Feiten In beide procedures: - Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. - Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats]. - De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit. - [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder. Verzoek en verweer In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure): De moeder verzoekt: - het gezamenlijk gezag over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], te beëindigen en te bepalen dat het gezag over voornoemde minderjarige voortaan alleen aan de moeder toekomt; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv): De moeder verzoekt: primair: de moeder toestemming te verlenen voor het laten verrichten van een medische ingreep, te weten het plaatsen van buisjes in de oren bij [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], welke toestemming die van de vader vervangt; subsidiair: het gezag van de vader over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], te schorsen; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De vader heeft geen verweer gevoerd. Beoordeling Bodemprocedure: Gezag -Wettelijk kader Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. In dat geval bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over het kind toekomt. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste en derde lid, BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan worden beëindigd, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zal raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. -Inhoudelijke beoordeling De moeder verzoekt om haar – met uitsluiting van de vader – met het gezag over [minderjarige] te belasten. Volgens de moeder heeft de vader nooit naar [minderjarige] omgekeken. Zij informeert de vader per e-mail over [minderjarige], maar ontvangt daarop geen reactie. Daarbij kampt [minderjarige] sinds zijn geboorte met medische beperkingen, waarvoor hulpverlening noodzakelijk is. Omdat de vader geen gehoor geeft, heeft de moeder zich al twee keer tot de rechtbank moeten wenden om vervangende toestemming te verkrijgen. Op dit moment heeft [minderjarige] volgens de KNO-arts buisjes in zijn oren nodig. Deze medische ingreep zal ervoor zorgen dat hij minder vaak oorpijn heeft, waardoor hij zijn hoortoestellen vaker kan dragen. De moeder heeft de vader verzocht hiervoor toestemming te verlenen. De vader heeft hierop niet gereageerd. De vader laat structureel na invulling te geven aan de uitoefening van zijn gezag, waardoor de moeder niet tijdig de noodzakelijke hulp voor [minderjarige] kan organiseren. De rechtbank overweegt als volgt. De moeder draagt alleen de zorg en opvoeding van [minderjarige]. Gelet op de medische beperkingen van [minderjarige] vergt dit veel tijd en inspanning van haar. De vader is niet betrokken bij het leven van [minderjarige] en lijkt ook niet betrokken te willen worden. Hij is niet verschenen op de zitting. Ook reageert hij niet op de e-mails van de moeder – onder meer – met betrekking tot het organiseren van de voor [minderjarige] noodzakelijke hulpverlening. De rechtbank is van oordeel dat een wijziging van het gezag in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is, zodat hij voortaan tijdig de hulp kan krijgen die hij nodig heeft. Het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag te belasten, zal dan ook worden toegewezen. Voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv: Vervangende toestemming medische ingreep en schorsen gezag Op grond van het eerste lid van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Zoals hiervoor is overwogen, belast de rechtbank de moeder in de bodemprocedure met het eenhoofdig gezag over [minderjarige]. Daarmee gaat de rechtbank ervan uit dat de moeder de noodzakelijke hulp voor [minderjarige] zelf kan organiseren. Het verzoek van de moeder tot het treffen van voorlopige voorzieningen, zal dan ook wegens gebrek aan belang worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695399 / FA RK 25-9046 (bodemprocedure): * bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats]; * verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/695405 / FA RK 25-9050 (art. 223 Rv): * wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 26 januari 2026.