Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-02-18
ECLI:NL:RBDHA:2026:3353
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
716 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:3353 text/xml public 2026-02-20T13:48:05 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-02-18 NL25.44615 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3353 text/html public 2026-02-20T08:59:46 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:3353 Rechtbank Den Haag , 18-02-2026 / NL25.44615 beroep tegen afwijzing asielaanvraag - MOB – met onbekende bestemming vertrokken – procesbelang – het beroep is niet-ontvankelijk RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44615 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.G. Matze), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 11 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de rechtbank 1. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Bij brieven van 7 oktober 2025 en 21 oktober 2025 heeft verweerder meegedeeld dat eiser op 10 augustus 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Bij berichten van 13 oktober 2025 en 26 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser aan de rechtbank meegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiser sinds hij met onbekende bestemming is vertrokken. 2. Gelet op deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep. 3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. 4. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 18 februari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.