Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2026-01-06
ECLI:NL:RBDHA:2026:3351
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,997 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2026:3351 text/xml public 2026-02-20T16:55:05 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-01-06 C/09/695877 / KG ZA 25-1211 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Kort geding NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:3351 text/html public 2026-02-20T08:48:27 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:3351 Rechtbank Den Haag , 06-01-2026 / C/09/695877 / KG ZA 25-1211 kort geding; nakoming zorgregeling op straffe van een dwangsom. Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/695877 / KG ZA 25-1211 Vonnis in kort geding van 6 januari 2026 in de zaak van [eiseres] te [woonplaats 1] , eiseres, advocaat mr. D.Z. Peters te Zoetermeer, tegen: [gedaagde] te [woonplaats 2] , gedaagde. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties. 1.2. Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. De vader en de moeder hebben van 2016 tot 2024 een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] . De vader heeft [minderjarige] erkend en de ouders oefenen het gezamenlijk gezag over haar uit. 2.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2025 is de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder vastgesteld en is een zorgregeling bepaald inhoudende dat [minderjarige] bij de vader zal zijn om de week op woensdag uit school tot 18.00 uur en om de week van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur. 3 Het geschil 3.1. De moeder vordert – zakelijk weergegeven – : i. de vader te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling zoals vastgesteld bij beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2025 en te bepalen dat als de vader [minderjarige] zonder expliciete toestemming van de moeder bij zich houdt en/of niet tijdig terugbrengt naar de moeder politie en justitie gerechtigd zijn [minderjarige] bij vader op te halen en haar over te dragen aan de moeder; ii. te bepalen dat als de vader [minderjarige] in strijd met de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2025 en zonder expliciete toestemming van de moeder bij zich houdt en/of niet tijdig terugbrengt naar de moeder, de zorgregeling wordt opgeschort voor de duur van vier weken; iii. de vader te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling zoals vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2025 en de vader tevens te veroordelen tot betaling aan de moeder van een dwangsom van € 500,- per keer dat de vader in gebreke blijft om de zorgregeling tussen hem en [minderjarige] na te komen zoals bepaald in de beschikking van deze rechtbank van 17 juni 2025, zulks tot een maximum van € 20.000,-; iv. de vader te verbieden tijdens de zorgregeling [minderjarige] mee te nemen naar de woning van zijn vriendin te [plaats] danwel die vriendin aanwezig te laten zijn bij de uitvoering van de zorgregeling en de vader tevens te veroordelen tot betaling aan de moeder van een dwangsom van € 500,- per keer dat de vader dit verbod in het vonnis in kort geding zal overtreden en aldus handelt in strijd met het vonnis in kort geding, zulks tot een maximum van € 20.000; v. de vader te veroordelen in de kosten van dit geding waaronder mede te verstaan de eigen bijdrage die is opgelegd door de Raad voor Rechtsbijstand, de verschuldigde griffiekosten en de kosten van de deurwaarder. 3.2. Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De vader heeft [minderjarige] recent een week lang bij zich gehouden, tegen de zorgregeling in. De moeder vindt het voor de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] belangrijk dat de vader zich stipt gaat houden aan de door de rechtbank opgelegde zorgregeling. Zij wil dat wordt voorkomen dat [minderjarige] opnieuw aan haar gezag wordt onttrokken door de vader. Daarom wil zij dat de vader een dwangsom verbeurt als hij de zorgregeling niet nakomt en dat de politie [minderjarige] kan ophalen en naar moeder kan brengen als de vader de zorgregeling niet nakomt. Ook vordert de moeder te bepalen dat als de vader de zorgregeling niet nakomt, de zorgregeling voor vier weken wordt opgeschort als [minderjarige] weer bij de moeder is. De moeder wil daarnaast niet dat de omgang tussen de vader en [minderjarige] plaatsvindt bij de vriendin van de vader, [naam] , thuis. De moeder heeft gehoord dat er diverse meldingen van huiselijk geweld zijn geweest tussen de vader en [naam] . De moeder wil niet dat [minderjarige] daar getuige van is. Ten slotte vindt de moeder het redelijk dat de vader de proceskosten van de moeder betaalt. De terugkerende houding van de vader om eigenrichting te plegen leidt er toe dat de moeder nu al twee keer genoodzaakt is om een gerechtelijke procedure te starten. 3.3. De vader voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4 De beoordeling van het geschil 4.1. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het uitgangspunt is dat de door deze rechtbank bij beschikking van 17 juni 2025 bepaalde zorgregeling nagekomen moet worden. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is gebleken dat de vader [minderjarige] na zijn zorgmoment in het weekend van 6 en 7 december niet heeft teruggebracht naar de moeder en [minderjarige] een week bij zich heeft gehouden. Het is niet de eerste keer dat dit is gebeurd. De ouders hebben buiten de zorgregeling om contact met elkaar en de vader komt met enige regelmaat even bij de moeder langs om [minderjarige] te zien of haar naar bed te brengen. Dit leidt op sommige momenten tot wrijving, met als gevolg dat de zorgregeling niet op een juiste manier wordt nagekomen. Dat is niet in het belang van [minderjarige] en moet voorkomen worden. Het is attent van de moeder dat zij de vader de ruimte wil bieden met zijn dochter, ook buiten de zorgregeling om, maar het is voor de moeder ook heel moeilijk om nee te zeggen en haar grenzen aan te geven. Om die reden is het van belang dat voor nu de zorgregeling strikt wordt gevolgd. Dat houdt in dat [minderjarige] in de even weken bij de vader is op woensdag uit school tot 18.00 uur en in de oneven weken van vrijdag uit school tot zondag 18.00 uur. De voorzieningenrechter zal de vader veroordelen tot nakoming van deze zorgregeling. Met behulp van hulpverlening kunnen de ouders nadere afspraken maken, ook over een eventuele uitbreiding van deze regeling. Op de zitting is gebleken dat de moeder al contact heeft met Kracht. 4.2. De moeder heeft daarnaast gevorderd de vader te verbieden [minderjarige] mee te nemen naar [naam] in [plaats] dan wel [naam] aanwezig te laten zijn bij de uitvoering van de zorgregeling. De voorzieningenrechter overweegt dat uit het door de moeder overgelegde stuk van Veilig Thuis is gebleken dat er verschillende meldingen zijn gedaan in verband met zorgen over de situatie bij [naam] thuis en over de relatie tussen de vader en [naam] . De voorzieningenrechter overweegt de zorgen van de moeder gelet op het stuk van Veilig Thuis te begrijpen en acht het niet in het belang van [minderjarige] dat zij getuige is van mogelijk negatief contact tussen de vader en [naam] . Hoewel de vader op de zitting naar voren heeft gebracht dat [naam] zijn vriendin niet meer is, zou dit in de toekomst mogelijk wel weer zo kunnen zijn. De voorzieningenrechter zal de vordering van de moeder dan ook toewijzen. 4.3. De voorzieningenrechter acht het niet in het belang van [minderjarige] dat zij met de politie van de vader naar de moeder zal worden gebracht, indien de vader haar niet tijdig terugbrengt naar de moeder. Op dit punt zal de vordering worden afgewezen. Dat geldt eveneens voor de vordering ten aanzien van de opschorting van de zorgregeling.