Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-02-18
ECLI:NL:RBDHA:2026:3246
RECHTBANK Den Haag Team handel zaak- / rolnummer: C/09/678144 / HA ZA 25/23 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van STICHTING DE THUISKOPIE te Amsterdam, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Thuiskopie, advocaten: mrs. L.J. Walker en D. Griffiths, tegen JUST PHONE SALES B.V. te Hengelo, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: JPS, advocaten: mrs. M.R. Gerritsen en R.H. Kroes. 1 De procedure 1.1. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: - de dagvaarding van 23 december 2024 met producties EP1 t/m EP24; - de akte eisvermeerdering van 17 september 2025 met producties EP25 t/m EP35; - de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie van JPS van 29 oktober 2025 met producties GP1 t/m GP3; - de conclusie van antwoord in reconventie van Thuiskopie van 10 december 2025 met productie EP36; - de akte inbreng producties van JPS van 30 december 2025 met producties GP4 t/m GP7; - de akte overlegging productie van 5 januari 2026 van Thuiskopie met productie EP37; - de door beide partijen overgelegde spreekaantekeningen. 1.2. Op 9 januari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. 2 De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Thuiskopie is op grond van artikel 16d lid 1 Aw door de minister van Justitie en Veiligheid aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en verdeling onder de rechthebbenden van de thuiskopievergoeding in de zin van artikel 16c lid 1 en 2 Aw. Thuiskopievergoeding wordt geheven over voorwerpen die zijn bestemd om een auteursrechtelijk beschermd werk voor eigen oefening, studie of gebruik ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, als billijke vergoeding voor de auteur of maker van dat werk. De fabrikant of importeur van dergelijke vergoedingsplichtige voorwerpen is verplicht om deze vergoeding te betalen aan Thuiskopie. De verplichting ontstaat voor de importeur op het moment van invoer (artikel 16c lid 3 Aw). Indien de importeur het vergoedingsplichtige voorwerp exporteert, vervalt de verplichting tot het betalen van de thuiskopievergoeding (artikel 16c lid 4 Aw). Op grond van artikel 16f Aw moet de importeur opgave doen bij Thuiskopie van het aantal door hem geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen en moet hij die bescheiden ter inzage geven die nodig zijn om de verschuldigdheid en de hoogte van de vergoeding vast te stellen. Op grond van artikel 16ga lid 1 Aw is de verkoper van vergoedingsplichtige voorwerpen tevens gehouden om aan Thuiskopie die bescheiden ter inzage te geven waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de fabrikant of importeur de vergoeding heeft betaald. Indien de verkoper dit niet kan aantonen, is hij zelf verplicht om de vergoeding te betalen, tenzij uit de bescheiden blijkt wie de fabrikant of importeur is (artikel 16ga lid 2 Aw). Aan de hand van de opgave kan Thuiskopie de hoogte van de te betalen thuiskopievergoeding vaststellen en factureren. 2.2. JPS is een Nederlandse onderneming die zich bezighoudt met de inkoop, import, verkoop en export van onder meer smartphones, tablets en wearables; voorwerpen waarop de thuiskopieregeling van toepassing is. 2.3. Thuiskopie en JPS zijn sinds april 2021 met elkaar in conclaaf over de wettelijke verplichting van JPS onder de thuiskopieregeling tot opgave. JPS heeft uiteindelijk op 6 mei 2025 aan Thuiskopie opgave gedaan van het aantal door haar van 2019 t/m 2024 geïmporteerde, ingekochte, verkochte en geëxporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen. 2.4. Aan de hand van de opgave heeft Thuiskopie bij JPS thuiskopievergoeding in rekening gebracht voor alle vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS van 2019 t/m 2024 heeft geïmporteerd en in Nederland (ter verdere verkoop) heeft ingekocht. Thuiskopie heeft JPS daartoe de volgende bedragen gefactureerd: Jaar Bedrag Factuur Vervaldatum 2019 € 141,- Factuur F00045139: € 141,- 22-8-2025 2020 € 4.710,4 Ten aanzien van het door Thuiskopie gevorderde import- of verhandelingsverbod legt zij ten grondslag dat JPS onrechtmatig handelt door vergoedingsplichtige voorwerpen te verhandelen terwijl daar geen thuiskopievergoeding over wordt afgedragen. 3.3. JPS voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Thuiskopie in de proceskosten en de nakosten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 3.4. JPS legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij niet € 346.555,30 maar € 48.808,36 aan thuiskopievergoeding verschuldigd is, omdat een lager tarief voor refurbished voorwerpen geldt en omdat JPS voor € 183.963,78 aan geïmporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen heeft uitgevoerd, zodat de betalingsverplichting voor die voorwerpen is komen te vervallen. Daarnaast stelt JPS dat zij voor € 117.741,79 aan in Nederland ingekochte voorwerpen heeft geëxporteerd, zodat zij recht heeft op restitutie van de thuiskopievergoeding die al is afgedragen voor deze voorwerpen. JPS is van mening dat zij juist en volledig opgave heeft gedaan over 2019 t/m 2025. Een eventuele omissie is het gevolg van het feit dat zij in korte tijd met terugwerkende kracht over een groot aantal transacties opgave moest doen, maar betekent niet dat de opgave voor het overige geheel onjuist is dat JPS daarmee niet heeft aangetoond dat zij nagenoeg alle geïmporteerde en ingekochte voorwerpen heeft uitgevoerd. JPS betwist verder dat het handelen in vergoedingsplichtige voorwerpen onrechtmatig is als nadien niet zou worden voldaan aan de opgaveverplichtingen, zodat geen rechtsgrond bestaat voor oplegging van een verbod. in reconventie 3.5. JPS vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Thuiskopie veroordeelt tot betaling aan JPS van een bedrag van € 68.568,87 vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van Thuiskopie in de proceskosten en de nakosten. 3.6. JPS legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat zij (op grond van Thuiskopie’s ‘Voorwaarden vrijstelling & restitutie’) recht heeft op restitutie van € 117,741,79 aan thuiskopievergoeding die al is afgedragen over vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS van 2019 t/m 2024 in Nederland heeft ingekocht en daarna heeft uitgevoerd. Na verrekening van het in conventie verschuldigde bedrag van € 48.808,36 en een ter zitting nog doorgevoerde correctie van € 364,56 (GSM Team) resteert een vordering in reconventie van € 68.568,87. 3.7. Thuiskopie voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van JPS in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. 3.8. Thuiskopie legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat JPS geen recht op restitutie heeft, omdat JPS niet heeft aangetoond dat over de door haar in Nederland ingekochte voorwerpen al thuiskopievergoeding is afgedragen en ook niet dat deze voorwerpen zijn uitgevoerd. Bovendien dient een restitutieaanvraag op grond van artikel 6 lid 2 van de Voorwaarden vrijstelling & restitutie binnen 6 maanden na de exportdatum te zijn ingediend. Nu JPS die termijn heeft overschreden, is een (eventueel) recht op restitutie ook vervallen. 3.9. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Bevoegdheid 4.1. Op grond van artikel 16g Aw is de rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van Thuiskopie. Betalingsverplichting thuiskopievergoeding 4.2. JPS betwist niet dat zij op grond van artikel 16c lid 2 Aw thuiskopievergoeding verschuldigd is aan Thuiskopie. JPS stelt echter dat het door Thuiskopie gevorderde bedrag van in totaal € 346.555,30 – dat Thuiskopie heeft gebaseerd op de door JPS op 6 mei 2025 gedane opgave – te hoog is. Onder verwijzing naar haar opgave stelt JPS dat Thuiskopie ten onrechte geen rekening houdt met de export van door haar geimporteerde en in Nederland ingekochte voorwerpen, hetgeen in mindering moet worden gebracht op de af te dragen thuiskopievergoeding. JPS stelt dat zij voor € 183 De rechtbank ziet geen aanleiding om de wettelijke rente te bepalen vanaf de laatste dag van het jaar waar de vorderingen betrekking op hebben, zoals Thuiskopie heeft gevorderd. Hoewel in artikel 16c lid 3 Aw is bepaald dat de verplichting tot betaling van de vergoeding ontstaat op het moment van invoer, kan hieruit naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat de nakoming van die verplichting op dat moment ook opeisbaar is. De importeur dient immers eerst (onverwijld) opgave te doen, waarna de verschuldigde thuiskopievergoeding kan worden vastgesteld en wordt gefactureerd. Pas na het verstrijken van de betalingstermijn van die factuur is de vordering tot nakoming van de betalingsvordering opeisbaar. Dit betekent dat ook de wettelijke rente pas vanaf die dag is verschuldigd. Gelet hierop zal de wettelijke rente over € 45.162,36 en € 29.057,34 worden toegewezen vanaf 3 september 2024, over € 10,40, € 912,60, € 2.519,60, € 3.463,- en € 9.755,60 vanaf 30 juni 2025 en over € 141,-, € 4.700,-, € 62.218,40, € 98.222,40, € 89.952,70 en € 439,90 vanaf 22 augustus 2025 (zie 2.4). Opgave 4.7. De door Thuiskopie gevorderde opgave door JPS over de periode van 2019 tot heden wordt eveneens toegewezen. JPS heeft op 6 mei 2025 opgave gedaan over de jaren 2019 tot en met 2024, maar Thuiskopie heeft geconstateerd dat deze op meerdere punten onvolledig en onjuist is, zoals hiervoor onder 4.3. uiteen is gezet. JPS heeft dit erkend, maar heeft vervolgens geen aangepaste opgave gedaan. Hierdoor staan in de opgave (nog steeds) door JPS gestelde exporten die niet aan een import of binnenlandse inkoop zijn gekoppeld. Bij deze stand van zaken kan niet worden geconcludeerd dat de opgave volledig en juist is. Met haar niet nader toegelichte of onderbouwde standpunt dat er wellicht omissies in de opgave voorkomen omdat met terugwerkende kracht vele transacties aan elkaar moesten worden gekoppeld, heeft JPS geen afdoende verklaring hiervoor gegeven. Daarnaast heeft zij niet inzichtelijk gemaakt dat al thuiskopievergoeding is afgedragen voor de voorwerpen waarvoor JPS restitutie vordert. De rechtbank zal JPS dan ook bevelen (alsnog) juiste en volledige opgave te doen waartoe zij op grond van artikel 16f Aw verplicht is. Dit geldt ook voor de opgave over 2025, die JPS op 30 december 2025 heeft gedaan. Gelet op de wijze waarop JPS de afgelopen jaren met haar opgave- en betalingsverplichtingen uit hoofde van de thuiskopieregeling is omgegaan, ziet de rechtbank aanleiding om JPS te bevelen tot het doen van een juiste en volledige opgave onder oplegging van een dwangsom zoals gevorderd. De termijn waarbinnen de opgave dient te zijn gedaan zal, ter voorkoming van executiegeschillen, bepaald worden op twee maanden na betekening van dit vonnis. 4.8. Ook het door Thuiskopie gevorderde verbod tot import, fabricage of verhandeling van vergoedingsplichtige voorwerpen in Nederland waarover geen opgave is gedaan en/of niet de verschuldigde thuiskopievergoeding aan Thuiskopie is voldaan, wordt toegewezen. Gezien het door JPS gedurende een lange periode niet nakomen van haar wettelijke verplichtingen uit hoofde van de thuiskopieregeling, is sprake van een reële dreiging van toekomstige niet nakoming van deze verplichtingen. De rechtbank merkt voor de goede orde op dat dit geen algeheel verbod is om vergoedingsplichtige voorwerpen te verhandelen, maar een verbod om dit te doen zonder de verplichtingen tot het doen van opgave en betaling van thuiskopievergoeding na te komen. Oplegging van de gevorderde dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissing, is aangewezen. De op te leggen dwangsommen zullen worden gemaximeerd. Proceskosten 4.9. JPS zal als de in conventie en reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van Thuiskopie als volgt begroot. Bij de vaststelling van het salaris van de advocaat wordt aansluiting gezocht bij het liquidatietarief voor rechtbanken en gerechtshoven zoal