Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-08-24
ECLI:NL:RBDHA:2026:23947
vrijheidsbeperkende maatregel, art. 56 Vw, niet is voldaan aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit, beroep gegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.42456 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, v-nummer: [v-nummer] , (gemachtigde: mr. N.B. Swart), en de minister van Asiel en Migratie, de minister, (gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg). Inleiding 1. Met het besluit van 27 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, als bedoeld in artikel 56, eerste lid van de Vw (vrijheidsbeperkende maatregel). 1.1. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank merkt het beroep ook aan als een verzoek om schadevergoeding. 1.2. Eiseres heeft op 14 augustus 2026 beroepsgronden ingediend. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 18 augustus 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister zijn verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten. Samenvatting 2. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de maatregel onrechtmatig is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wat aan de zaak voorafging 3. Eiseres verblijft sinds haar asielaanvraag op 29 oktober 2008 in Nederland. Zij heeft verschillende aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning en voor uitstel van vertrek op medische gronden. Deze aanvragen zijn steeds afgewezen. Eiseres is op 14 juli 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vw. Op vrijdag 24 juli 2026 is het beroep tegen deze maatregel gegrond verklaard, omdat de rechtbank heeft geoordeeld dat de bewaring onevenredig bezwarend is voor eiseres. De maatregel van bewaring is diezelfde dag opgeheven. Eiseres heeft verklaard aansluitend te zijn overgebracht naar de VBL in Ter Apel. De minister heeft dit niet betwist. Op maandag 27 juli 2026 is aan eiseres de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vw opgelegd. De rechtmatigheid van deze maatregel ligt nu ter beoordeling voor. Standpunten van partijen 4. Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat de maatregel in haar geval niet proportioneel is. Eiseres heeft zich sinds haar aankomst in Nederland nooit aan het toezicht onttrokken. Zij is altijd in beeld geweest bij de IND, DT&V en AVIM. Ondanks diverse presentaties is aan haar nooit een LP verstrekt. Eisers wordt al sinds 2015 feitelijk verzorgd door stichting INLIA en heeft daar een vaste woonplek. Eiseres wordt volgende maand 78 jaar en heeft ernstige medische klachten. Het BMA geeft in de nog lopende bezwaarprocedure in het kader van uitstel van vertrek aan dat zonder behandeling sprake zal zijn van een medische noodsituatie op korte termijn. Bovendien heeft de cardioloog net voor de inbewaringstelling van eiseres op 14 juli 2026 de medicatie tegen de hartritmestoornissen verdubbeld. Half augustus 2026 is eiseres opgenomen in het ziekenhuis toen ze na een gesprek met DT&V onwel werd. De gemachtigde heeft op de zitting toegelicht dat eiseres niet aanwezig is op de zitting, omdat zij de avond voorafgaand aan de zitting is gevallen op haar gezicht. Uit het vertrekgesprek van 17 augustus 2026 blijkt dat eiseres ook eerder al was gevallen. De gemachtigde meent dat hieruit en uit het feit dat eiseres zich, blijkens het genoemde vertrekgesprek, niet langer goed kan uitdrukken in het Nederlands volgt dat het slecht met eiseres gaat. Eiseres is verder in de afgelopen dagen meermaals bij het IOM langs geweest, maar kon gezien haar toestand geen daadwerkelijk gesprek voeren. Ten slotte heeft de gemachtigde een verklaring overgelegd van INLIA van 7 augustus 2026, waarin wordt bevestigd dat eiseres weer welkom is bij INLIA voor opvang, leefgeld en ondersteuning. Eiseres mist haar vrienden, kennissen en zorgnetwerk in Groningen. 5. Namens de minister is aangevoerd dat een maatregel als bedoeld in artikel 56 Vw een lichter middel is dan de maatregel van bewaring die in eerste instantie aan eiseres was opgelegd. De minister stelt dat, los van de vraag of eiseres IOM heeft bezocht, niet is gebleken van een concrete vertrekwens. De minister heeft verwezen naar een recente uitspraak van deze zittingsplaats over een Armeens echtpaar dat voorafgaand aan hun vreemdelingenbewaring eveneens bij INLIA verbleef en zich aan de meldplicht hield. De minister meent dat in navolging van die uitspraak geoordeeld moet worden dat er geen aanleiding bestaat om een lichter middel toe te passen, dan wel om de maatregel disproportioneel te achten. De minister heeft er verder op gewezen dat niet is gebleken dat de medische situatie van eiseres is verslechterd. Daarbij is er medische hulp aanwezig op de VBL en kan eiseres voor de afspraken bij haar medische specialisten tijdelijke ontheffing vragen van de maatregel. Ook bestaat er aanleiding om aan te nemen dat eiseres binnen korte termijn zal kunnen vertrekken naar Armenië met behulp van een EU-document. Het toetsingskader 6. Op grond van artikel 56, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw kan door de minister overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te geven regels, indien het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert, de vrijheid van beweging worden beperkt van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft. 6.1. In hoofdstuk A5/1 van de Vc staat, voor zover relevant, dat anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zal zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling dan wel om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er een onderduikrisico bestaat. Verder staat in datzelfde hoofdstuk dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit voortdurend in acht moeten worden genomen bij vrijheidsbeperkende dan wel vrijheidsontnemende maatregelen. Overwegingen 7. De rechtbank toetst of is voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft uitgelegd waarom het op dit moment noodzakelijk is om een de vrijheidsbeperkte maatregel aan eiseres op te leggen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. 7.1. Uit het beleid zoals aangehaald onder punt 6.1. volgt dat een vrijheidsbeperkende maatregel kan worden opgelegd als deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling dan wel om doeltreffend te voorkomen dat de vreemdeling onderduikt wanneer er daartoe een risico bestaat. Daarbij moet steeds in het oog worden gehouden of de maatregel voldoet aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit. 7.2. De minister heeft gesteld dat de vrijheidsbeperkende maatregel aan eiseres is opgelegd, omdat de maatregel van bewaring is opgeheven. De minister heeft daarbij van belang geacht dat de vrijheidsbeperkende maatregel kan worden aangemerkt als lichter middel en meent dat deze daarom – in tegenstelling tot de opgeheven vrijheidsontnemende maatregel - wel aan eiseres kan worden opgelegd. 7.3. De rechtbank is van oordeel dat de minister met deze redenering onvoldoende heeft uitgelegd of en waarom de opgelegde maatregel in dit geval nodig is. De minister heeft namelijk niet uitgelegd waarom niet aan eiseres’ vertrek kan worden gewerkt, terwijl zij bij INLIA verblijft. Ook heeft de minister niet gesteld dat daadwerkelijk wordt gevreesd dat eiseres zal onderduiken. Daarbij is van belang dat eiseres ruim 77 jaar oud is, voor diverse fysieke aandoeningen een medische specialistische behandeling ondergaat en sinds 2015 feitelijk al wordt verzorgd door INLIA. Eiseres heeft daar haar (zorg)netwerk. Uit de recente valpartijen van eiseres, zoals benoemd in het vertrekgesprek en op de zitting, blijkt bovendien dat zij fragiel en kwetsbaar is. De rechtbank is van oordeel dat gezien de specifieke situatie van eiseres van de minister mag worden verwacht dat hij uitlegt waarom in dit geval en op dit moment de noodzaak bestaat om eiseres te onderwerpen aan verzwaard toezicht in de vorm van de vrijheidsbeperkende maatregel. 7.4.