Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-08-21
ECLI:NL:RBDHA:2026:23557
Dublin, Spanje, 8:54 Awb, MOB-melding, contact met eiseres, procesbelang, interstatelijk vertrouwensbeginsel, AIDA-rapport (update 2025) van april 2026, deugdelijk gemotiveerd waarom de minister geen gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegheid, beroep kennelijk ongegrond. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL26.28436 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres, geboren op [geboortedatum] , van Ugandese nationaliteit, V-nummer: [nummer] , (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en de minister van Asiel en Migratie, de minister. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 20 mei 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. 1.1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. 1.2. Op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt apart beslist. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd. 2.1. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesbelang 3. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. Dit is ingegeven door het aan de rechtbank gestuurd bericht van de minister van 3 juli 2026, waarin is aangegeven dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. 3.1. De gemachtigde van eiseres heeft bij bericht van 3 juli 2026 desgevraagd aan de rechtbank laten weten dat zij contact heeft met eiseres en dat eiseres, hoewel zij niet meer in de opvang verblijft van het COA, het beroep wil handhaven. De rechtbank gaat er daarom van uit dat eiseres nog procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. Toepasselijk recht 4. Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026. Totstandkoming van het besluit 5. De EU heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland op 1 april 2026 bij Spanje een verzoek tot overname gedaan. Spanje heeft dit verzoek op 8 april 2026 aanvaard op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening. Wat vindt eiseres? 6. Eiseres voert aan dat ten onrechte is overwogen dat ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiseres is eerder op straat beland in Spanje en heeft geen hulp, opvang of bescherming ontvangen. Dat de Afdeling in het verleden heeft overwogen dat ten aanzien van Spanje wel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan doet niet af aan de persoonlijke ervaringen van eiseres. Bovendien is bij deze uitspraken het meest recente AIDA-rapport niet betrokken. Voor Dublinterugkeerders gelden er moeilijkheden en obstakels met betrekking tot het verkrijgen van opvang, maar ook voor het activeren van de asielprocedure. Bij een overdracht aan Spanje vreest eiseres, mede gezien haar eerdere ervaringen en haar kwetsbaarheid, dat zij wederom op straat zal belanden en dat zij geen toegang zal hebben tot basale voorzieningen. Ook stelt eiseres dat de minister, mede gezien het voorgaande, ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om de asielaanvraag in behandeling te nemen. Wat oordeelt de rechtbank? 7. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag de minister in het algemeen ervan uitgaan dat Spanje zijn verdragsverplichtingen nakomt. De Afdeling heeft onder meer bij uitspraken van 24 juni 2024 , 25 november 2025 en recentelijk nog in de uitspraak van 16 maart 2026 geoordeeld dat de minister ten aanzien van Spanje van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan. Van dit uitgangspunt wordt slechts afgeweken als eiseres aannemelijk maakt dat het asiel- en opvangsysteem in Spanje dusdanige tekortkomingen vertoont dat zij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest. Daarvan is pas sprake als die tekortkomingen structureel zijn en een bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken, zoals bedoeld in het arrest Jawo. 7.1. Uit de door eiseres aangehaalde informatie kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat er zodanige problemen zijn met de opvangvoorzieningen in Spanje dat er sprake is van structurele tekortkomingen, die de hoge drempel van zwaarwegendheid van artikel 3 van het EVRM bereiken. In de hiervoor onder 7. genoemde Afdelingsuitspraak van 25 november 2025 is het AIDA-rapport (update 2024) van april 2025 betrokken. Het door eiseres aangehaalde AIDA-rapport (update 2025) dat in april 2026 is verschenen geeft naar het oordeel van de rechtbank geen wezenlijk ander of slechter beeld van de asiel- en opvangsituatie voor Dublinclaimanten ten opzichte van het AIDA-rapport (update 2024). Daar komt bij dat de Spaanse autoriteiten met het claimakkoord hebben gegarandeerd het asielverzoek van eiseres in behandeling te nemen in overeenstemming met de Europese asiel- en opvangrichtlijnen. De minister mocht er daarom van uitgaan dat Spanje zijn internationale verplichtingen naleeft. De enkele stelling van eiseres dat zij in Spanje op staat is beland en geen hulp, opvang of bescherming heeft gehad, maakt dat oordeel niet anders. Als eiseres meent dat de Spaanse autoriteiten haar onvoldoende kunnen of willen helpen of beschermen, is het aan haar om daarvan melding te doen bij de (hogere) autoriteiten in Spanje of de daartoe geëigende instanties. 8. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij geen gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid. De door eiseres genoemde omstandigheden zijn niet dermate bijzonder dat een overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt. Daarbij is van belang dat de omstandigheden waar eiseres zich op beroept dezelfde omstandigheden zijn die zij heeft aangevoerd in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is vaste rechtspraak dat als de minister de omstandigheden die een vreemdeling in het kader van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening aanvoert al heeft betrokken bij de beoordeling of hij van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan, dit in beginsel ook een deugdelijke motivering is waarom hij zijn discretionaire bevoegdheid niet gebruikt. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is kennelijk ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit verzoek staat geregistreerd onder zaaknummer: NL26.28437. Zie artikel 84 van de Asiel- en migratiebeheerverordening inzake het overgangsrecht. Europese Unie. Verordening (EU) nr. 604/2013. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. ECLI:NL:RVS:2024:2548. ECLI:NL:RVS:2025:5661. ECLI:NL:RVS:2026:1431.