Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-08-13
ECLI:NL:RBDHA:2026:23062
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.41527 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Overwegingen Voor het wettelijk kader en de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. Is de beslistermijn dan wel een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn overschreden? ( x) Ja( ) Nee Is er een correcte ingebrekestelling en is het beroep meer dan twee weken later ingesteld? ( x) Ja( ) Nee Is het beroep gegrond? ( x) Ja ( ) Nee Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? ( x) Er is sprake van bijzondere omstandigheden. Er zijn achterstanden in de behandeling van asielaanvragen. De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 29 oktober 2026 redelijk. Hierbij wordt zowel recht gedaan aan het belang van verweerder om een zorgvuldige beslissing te nemen, als aan het belang van eiser om op korte termijn een beslissing te krijgen op de aanvraag. Ook wordt daarmee de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn niet overschreden. Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen? ( x) Ja( ) Nee Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? (x) € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen? ( x) Ja( ) Nee Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten? De volgende proceskosten worden toegekend: ( x) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt verweerder op uiterlijk op 29 oktober 2026 een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak; bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan op 13 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Bijlage De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is. Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Voor zover de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. Indien de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Als verweerder nog geen besluit heeft genom