Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-08-13
ECLI:NL:RBDHA:2026:23061
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.39872 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Eiser heeft opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Overwegingen Voor het wettelijk kader en de aan de beslissing ten grondslag liggende overwegingen verwijst de rechtbank naar de aan deze uitspraak gehechte bijlage. Is de beslistermijn dan wel een eerder door de rechtbank gestelde nadere termijn overschreden? ( x) Ja( ) Nee Is het beroep gegrond? ( x) Ja ( ) Nee Binnen welke termijn moet verweerder alsnog een besluit nemen? ( x) Er is sprake van bijzondere omstandigheden, de uiterste termijn van 21 maanden zoals genoemd in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn is overschreden. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder op te dragen zo snel mogelijk op de asielaanvraag te beslissen, maar uiterlijk twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak. Is er aanleiding om een rechterlijke dwangsom op te leggen? ( x) Ja( ) Nee Hoe hoog is de rechterlijke dwangsom als verweerder niet binnen deze termijn beslist? (x) € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,-. Is er aanleiding om proceskosten vast te stellen? ( x) Ja( ) Nee Hoe hoog zijn de te vergoeden proceskosten? De volgende proceskosten worden toegekend: ( x) 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit; draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit bekend te maken met inachtneming van deze uitspraak; bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 50,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-; veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467,-. Deze uitspraak is gedaan op 13 augustus 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van A. Hiddouch, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . Bijlage De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Voor zover verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn met negen maanden heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat deze verlenging onvoldoende is gemotiveerd. Dit betekent dat de rechtsgrond aan het besluit tot verlenging ontbreekt en dat de beslistermijnen voor dergelijke aanvragen zes maanden is. Als niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Voor zover de ingebrekestelling voor de inwerkingtreding van de Wet herziening regels niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaken is ingediend geldt de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, waarmee de wetgever de bestuurlijke dwangsom heeft afgeschaft in asielzaken. Dit is niet in strijd met het Unierecht. Indien de ingebrekestelling is ingediend op of na 15 april 2025 is op grond van artikel 71b van de Vw geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd. Als verweerder nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit in beginsel doen binnen twee weken na het verzenden van de uitspraak. Alleen in bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen. De rechtba