Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-07-01
ECLI:NL:RBDHA:2026:21109
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL26.4159 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres (gemachtigde: mr. J.S. Maas), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor het verlenen van een faciliterend visum en het alsnog genomen besluit waarbij deze aanvraag is afgewezen. 1.1. Eiseres heeft op 9 juli 2025 verzocht om de afgifte van een faciliterend visum. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 9 augustus 2025 afgewezen. Op 23 januari 2026 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op het bezwaar van 4 september 2025. Met het bestreden besluit van 3 maart 2026 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referente] (referente) en [naam], bijgestaan door de gemachtigde van eiseres en diens kantoorgenoot mr. A. Haouli. Verweerder is met bericht van verhindering niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 1977 en heeft de Senegalese nationaliteit. Eiseres heeft op 9 juli 2025 een aanvraag ingediend voor een faciliterend visum op grond van artikel 20 van het VWEU en het arrest Chavez-Vilchez . Eiseres beoogt verblijf bij haar dochter, referente. Referente is geboren op [geboortedatum 2] 2016 en heeft de Nederlandse nationaliteit. 2.1. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond. Zo is niet aangetoond dat eiseres zorg- en opvoedtaken verricht. Daarnaast is niet gebleken dat tussen eiseres en referente een afhankelijkheidsverhouding bestaat. Wat vindt eiseres in beroep? 3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder heeft allereerst de hoorplicht geschonden. Verweerder had niet voorbij mogen gaan aan horen nu er onduidelijkheid bestaat over de afhankelijkheidsrelatie. Ook kan eiseres niet worden tegengeworpen dat zij onvoldoende stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat haar dochter afhankelijk is van haar. De bewijsproblematiek moet namelijk niet los worden gezien van de context waarin eiseres leeft. Zo bestaat in Senegal geen systeem van gemeentelijke basisadministratie. Daar komt bij dat de telefoons waarop foto’s van de afgelopen jaren waren opgeslagen kapotgegaan zijn. Bovendien is de feitelijke situatie evident. Eiseres heeft vanaf de geboorte van haar dochter de volledige opvoeding en dagelijkse zorg op zich genomen. Daarnaast is het van groot belang dat de scheiding van haar moeder wordt beëindigd, aangezien een voortdurende scheiding een ernstig risico vormt voor het emotionele evenwicht en de ontwikkeling van het kind. Dat de situatie ernstige gevolgen heeft voor de dochter wordt bevestigd in een overgelegde brief van haar school. Ook de vader bevestigt in een overgelegde brief dat het slechter met zijn dochter gaat. Wat is het oordeel van de rechtbank? Het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen 4. Omdat eiseres eerst een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ingediend, en op dit beroep nog geen uitspraak is gedaan, zal de rechtbank hier eerst op ingaan. 5. Eiseres heeft verweerder met de brief van 6 januari 2026 in gebreke gesteld. Uit het bestreden besluit blijkt dat tussen partijen niet in geschil is dat op dat moment de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling gelet daarop geldig was. Op 3 maart 2026 heeft verweerder alsnog op de aanvraag van eiseres beslist. Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het belang van eiseres bij een beoordeling van het beroep niet tijdig beslissen op haar aanvraag komen te vervallen. Het beroep is daarom, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet