Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-06-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:21099
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/11982 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026 in de zaak tussen [eiser], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R.C. van den Berg), en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder (gemachtigde: mr. F.H. van Zanden). Inleiding 1. Bij besluit van 24 mei 2025 heeft verweerder aan eiser een maatregel 4 uit het Reglement Onthoudingen en Verstrekkingen (ROV) opgelegd en daarbij gedurende een week de financiële verstrekkingen ingehouden. 1.1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich voorafgaand aan de zitting afgemeld. Beoordeling door de rechtbank Waar gaat deze zaak over? 2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit een ROV 4-maatregel aan eiser opgelegd naar aanleiding van een ruzie tussen eiser en drie andere bewoners op 22 mei 2025, waarbij eiser bewoner A fysiek heeft aangevallen. Omdat niet kon worden vastgesteld wie welk aandeel had in het gevecht is aan beiden een ROV-maatregel opgelegd, ingaande per 24 mei 2025. Hoewel het bestreden besluit vermeldt dat alle verstrekkingen op grond van de Regeling asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva) gedurende een week zullen worden ingehouden, blijkt uit het verweerschrift dat alleen de financiële verstrekkingen gedurende een week zijn ingehouden en dat eiser op locatie alle verstrekkingen in natura heeft ontvangen. Verweerder gaat niet mee in eisers betoog dat hij zichzelf enkel heeft verdedigd, nu bewoners A, C en D hebben verklaard dat eiser de agressor was. Verweerder voegt hier aan toe dat, al zou sprake zijn van zelfverdediging, dat nog steeds niet de fysieke agressie naar bewoner A rechtvaardigt. Verweerder stelt zich op het standpunt dat door het gebruiken van fysiek geweld een situatie van grote impact is ontstaan. Daarom is aan eiser een ROV 4-maatregel opgelegd. Wat vindt eiser in beroep? 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert aan dat hij fysiek en verbaal is aangevallen door drie personen. Ook is zijn kast geforceerd. Ze hebben hem daarbij verwond aan zijn gezicht. Eiser stelt dat hij zich uitsluitend heeft verdedigd tegen deze agressieve aanval. Het feitenonderzoek geeft geen volledig beeld van hem als slachtoffer. Eiser is van mening dat het volledig stopzetten van de verstrekkingen voor een week onterecht en buitenproportioneel is. De maatregel heeft ernstige impact op zijn dagelijks leven en gevoel van veiligheid. Wat is het oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen. De ROV 4-maatregel 5. Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h, van de Rva kan het COA verstrekkingen beperken of, in uitzonderlijke gevallen intrekken indien de asielzoeker ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, bedoeld in artikel 19, eerste lid. Op grond van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rva is de asielzoeker die onderdak heeft in een opvangvoorziening verplicht de huisregels na te leven die zijn neergelegd in het reglement van de desbetreffende opvangvoorziening. In de huisregels staat vermeld dat elke vorm van (het aanzetten tot) agressie en geweld tegen anderen in Nederland verboden is en wordt bestraft. Op grond van paragraaf 4.1 van het Maatregelenbeleid 2025 heeft een gedraging een grote impact, indien sprake is van agressie en geweld tegen medebewoners. Bij een gedraging met grote impact kan een ROV 4 en 5-maatregel worden opgelegd. 5.1. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de ROV 4-maatregel aan eiser heeft kunnen opleggen en die maatregel voldoende heeft gemotiveerd. Uit het feitenonderzoek blijkt dat eiser fysiek geweld heeft gebruikt tegen bewoner A. Dit wordt ook niet betwist door eiser. Verweerder heeft eisers betoog dat hij zou zijn