Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2026-06-22
ECLI:NL:RBDHA:2026:21098
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 25/15719 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2026 in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Smit), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. F.H. van Zanden). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proces- en griffiekosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep gericht tegen het terugkeerbesluit van 16 juli 2025. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken, omdat het terugkeerbesluit is komen te vervallen. 1.1. Verweerder heeft de rechtbank op 29 mei 2026 meegedeeld niet bereid te zijn de proces- en griffiekosten voor het indienen van het beroep te vergoeden. 1.2. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank 2. Bij besluit van 16 juli 2025 heeft verweerder bepaald dat verzoekster binnen vier weken na 4 september 2025 moet terugkeren naar haar land van herkomst. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. 3. Bij besluit van 18 november 2025 is verzoekster, met ingang van 4 november 2025, in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning. Het terugkeerbesluit is zodoende komen te vervallen. Verzoekster heeft om die reden op 4 mei 2026 het beroep ingetrokken. 4. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank het bestuursorgaan op verzoek van de indiener veroordelen in de proceskosten. 5. Uit vaste rechtspraak volgt dat van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen sprake is als het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig heeft herzien dat daarmee wordt erkend dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was en het bestuursorgaan het door de indiener gewenste besluit alsnog heeft genomen op gronden waaruit blijkt dat het eerdere besluit onrechtmatig was. Als een besluit wordt herzien omdat er nieuwe feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen of er nieuwe informatie is verkregen, dan is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb en bestaat dus geen aanleiding om het bestuursorgaan in de proceskosten te veroordelen. Dit is alleen anders als deze informatie binnen de onderzoekslast van het bestuursorgaan viel. 6. Verweerder is in dit geval niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Verweerder heeft het terugkeerbesluit van 16 juli 2025 ingetrokken omdat verzoekster op 18 november 2025, met ingang van 4 november 2025, in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Verweerder heeft met die informatie bij het nemen van het bestreden besluit geen rekening kunnen houden. Verzoekster had ten tijde van het bestreden besluit immers nog geen rechtmatig verblijf. Dit betekent dat met de intrekking van het terugkeerbesluit geen sprake is van een tegemoetkoming aan het beroep van verzoekster. Er bestaat dus geen aanleiding om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proces- en griffiekosten. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proces- en griffiekosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Op grond van